Mijn Talmalaan

Tags

, , ,



Nieuwsgierig loop ik door mijn geliefde woonwijk waar ik opgroeide en als bromnozem mijn stempel op zette.  De wijk Nieuwland is niet meer wat het ooit was, nee erger nog: het lijkt nu wel een nieuw land. Kijkend naar de verpaupering ontgaat mij de herkenning. Schiedam doet wel zijn best om de wijk er goed uit te laten zien door bijvoorbeeld nieuwbouw maar de treurnis blijft voor mij nadrukkelijk aanwezig.

Ik loop door de Talmalaan en herinner mij buurman Mulder die altijd met auto’s in de weer was zoals een Ford-Taunus 10m of 12m. Zijn zoon Jan hielp hem daarbij. Buurman de Vries met zijn Ford Versaille en zijn zoon Aadje, Karel van loon met zijn rode Jawa motor. Jopie met zijn hond Fanny. Wij speelden samen met onze treintjes. Jopie ging later houten vliegtuigjes bouwen met een echt motortje erin en liet ze verderop op het weiland vliegen.
Het zijn herinneringen waar ik niet één spoor van terug vind. Ja, de huizen staan er nog maar die zijn ook al verbouwd en aangepast aan de huidige tijd en daarom onherkenbaar voor mij.

De garage’s waar van de Pas zijn eerste markiezen bouwde en groenteman Saas zijn nering dreef zijn nog terug te vinden maar volkomen onherkenbaar. De sigarenboer op de hoek is dichtgetimmerd met tralies maar wel nog herkenbaar aanwezig. In mijn tijd brandde daar altijd een gasvlammetje op de toonbank, om mensen die elke dag één sigaar kochten aan vuur te helpen en daarbij een sociaal praatje te maken.

Iedere dag kwam er een melkboer in de straat, A.J.Kerklaan heette hij en dat was lachen met die man. Die kon hoofdrekenen zeg, daar kunnen ze nu een puntje aan zuigen. Als een telmachine ratelde hij alle bedragen bij elkaar en presenteerde alszodanig de rekening aan de wachtende- smachtende huisvrouwen. Ik mocht weleens met hem meerijden naar de Boslaan, verder niet. Een wereldreis voor mij, en eigenlijk was het maar één straat verder. Een donkergrijze Opel record had hij, een bestel uitvoering en die kar stond vol met kratten met rinkelende flessen en andere zooi. Achterin had hij een melktank met aftapkraantje voor de losse melk.

Er reed een groene vrachtauto door de straat van Fa. Hoek de zuurstoffabriek, volgeladen met zuurstofflessen. Een groene DAF met trailer die in de Dr. de Visserlaan keerde op de lus aan het eind van de straat; daar woonde de chauffeur. Ik ging altijd kijken als die auto er stond, machtig gezicht vond ik dat.
Een olieboer met een bruin paard en een gele wagen kwam elke zaterdag door de straat, zand, zeep en soda verkocht hij er ook bij. Wat dacht je van een schillenboer? Twee keer per week kwam hij met paard en wagen, en later toen de modernisering toesloeg met een ijzeren hond. Ken je die nog? Zo’n teringding waar je eerst een uur aan een touwtje moest rukken om hem aan de praat te krijgen om dan bij het volgende portiek de “Bernhard moteur” weer af te zetten. Want zo heten die motortjes. Zorgvuldig scheidde hij met blote handen het brood van de schillen, gooide zijn jutte zak over zijn schouder en liep het volgende portiek in.

Ik stop even bij het voorlaatste portiek nabij de Schaepmansingel en denk hier nog even terug aan de begin jaren 50 op de plek waar het paard van de schillenboer neerstortte en roerloos op de grond bleef liggen. De schillenboer knielde bij het paard neer en sprak ermee. Hij tilde het paardenhoofd op en streelde het, en zei tegen het paard dat alles goed zou komen. Na een tijdje stond het paard wankelend op en trok de kar de hoek om.
Nooit heb ik het paard terug gezien.

Huishuuuuurrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr schreeuwde een stem, nadat de eigenaar van de stem alle acht bellen met twee duimen beurtelings had ingedrukt. Zenuwachtig dribbelde de huisvrouwen met hun geld de trappen af om de man te betalen. Met een paar straten aan huurpenningen in zijn zakken liep de man met een gerust hart terug naar zijn kantoor.

Het pleintje waar ik leerde rolschaatsen is niet meer en ook het laantje waar ik voor het eerst op een fiets stapte is verdwenen. Het grasveld waar wij, Nieko van Slobbe, Harry Spermon, Pim Kalkman en ik ooit tegen andere straten voetbalden, is er nog wel maar het ligt er leeg en verlaten bij.

Vreemde gebedshuizen, anders geklede mensen, andere culturen en andere meningen bepalen nu het aanzicht.
Mijn Schiedam, wat is er met je gebeurd?

©Prlwytskovsky.

Advertenties

Sporen in de sneeuw

Tags

, , , , ,



Het was windstil en de zon stond aan een strakke blauwe lucht. Met mijn handen diep in mijn zakken voelde ik de vorst aan mijn oren knabbelen. Het heeft vannacht gesneeuwd en de hele omgeving is in een wit laken gehuld. Bomen, struiken, takken en muurtjes alles is bedekt met een witte hoed. Sneeuw geeft ook altijd zo’n bijzondere gedempte sfeer.
Op sommige plaatsen komt de sneeuw zelfs tot aan mijn knieën en bij elke stap hoor ik de sneeuw onder mijn laarzen kraken.
Op de hoek sta ik stil en luister ….: niet één geluid is er te horen, zelfs geen vogel. Witte strepen van vliegtuigen sieren de fel blauwe hemel en soms zie ik een glimp van het vliegtuig dat op grote hoogte geluidloos overvliegt en weerkaatst in het zonlicht.

Een buurman schuift met zijn handen de sneeuw van zijn auto en kijkt lachend naar mij. Met twee handen pakt hij sneeuw en maakt er een bal van die hij naar mij gooit. Gillend lachend loop ik weg maar kan de sneeuwbal niet ontlopen en in mijn nek spat de bal uit elkaar.
Nadat ik was overgestoken zag ik de dijk waar mijn vriendjes met hun sleeën vanaf gleden. Wij waren met zes en hadden maar twee sleeën. Bovenaan de dijk stapte ik op een slee, op mijn buik liggend. Een klein zetje maar en dan met een rotgang van de dijk afglijden, over het grindpaadje naar het grasveld voor de vijver om dan met een bloedgang het ijs op te glijden. Uitglijdend en balancerend loop ik terug naar de dijk waar een ander vriendje staat te wachten om naar beneden te glijden. Aan de overkant staat onze school en ik zie mijn klaslokaal, boven de tweede van links, dat is mijn derde klas. Naast de school staat de kerk en zijn klok wijst al kwart over vijf aan. Snel moet ik naar huis. Om half zes komt mijn vader thuis en gaan wij eten.

Het is avond en ik kom laat huis van mijn werk. De straat is egaal glad dicht gesneeuwd en heel even moet ik terug denken aan vroeger, als kind in de sneeuw. Ik blijf voor de voordeur staan en kijk over de stoep naar de witte sneeuwdeken, en luister naar de gedempte geluiden. Op de parkeerplaats zie ik voetsporen van een kat die tussen de geparkeerde auto’s doorlopen. Het is al bijna middernacht en ik ga snel naar binnen; scheren en een warme douche en dan lekker naar bed.

Ik zal net zijn ingedommeld toen er met een ringvinger hard op het raam werd getikt. Helemaal de beroerte geschrokken stond ik op, deed het gordijn open en keek naar buiten maar ik zag niets. Ik trok een dikke jas aan, deed de voordeur open en keek naar de sneeuw. Egaal glad lag het sneeuwdek voor het raam zonder één voetspoor. Verbaasd en niet begrijpend sloot ik de deur en ging terug naar bed maar kon de slaap niet vatten.
In die zelfde week overleed mijn vader.

©Prlwytskovsky.

Gleufhoeden

Tags

, ,



Mijn vader had drie gleufhoeden. Een grijze voor de zondag en de kerkgang, maar ook voor recepties en feestelijkheden. De tweede was een bruine, voor doordeweeks. De derde gleufhoed was een zwarte en voorbestemd voor begrafenissen; samen met een bijbehorend donkerblauw driedelig pak. Het donkerblauwe pak met de zwarte hoed werd jarenlang in de kast opgeborgen en door moeder goed ingekapseld want er zou eens mot in kunnen komen. God behoede ons daar voor.

Één keer heb ik hem dat pak met hoed zien dragen, op de begrafenis van mijn oom Piet. Daarna nooit meer, want er was eenvoudigweg geen familie meer over om dood te gaan.
Maar als jaren later plotseling een goed bevriende buur overlijdt blijkt het donkerblauwe pak ineens enkele maten te klein. En dat na pas na twee keer dragen.
Hij kwam tegenover mij zitten en begon te praten, zowaar een zeldzaamheid.
”Kijk,” zei hij, “nu ga ik mijn laatste pak kopen.”
“Waarom.” Vroeg ik hem? “Je wordt toch heel oud?”
“Als je 65 jaar wordt dan koop je nog eenmaal een pak,” zei hij, “daarna nooit meer. Alleen nu, vanwege de buurman, moet het een jaar eerder.”

Voorwaar, een man van gewoontes en tradities.

Hij toog naar de kledingwinkel en liet zich een nieuw driedelig donkerblauw kostuum aanmeten. Thuisgekomen pakte hij trots zijn nieuwe aankoop uit, verkleedde zich en ging in vol ornaat naar de begrafenis van buurman. Hierna hing hij het pak in de kast, afwachtend of hij het ooit nog nodig zou hebben.

Twee jaar later overleed hij zelf.
“Trek hem zijn driedelige blauwe pak aan,” zei ik, “en leg zijn zwarte hoed op het deksel van de kist.”
De kist zakte langzaam weg met de hoed eenzaam op het deksel. Omstanders gooiden symbolisch schepjes aarde op het deksel en probeerde hierbij respectvol de hoed te ontwijken.

Laatst was ik weer eens op een begrafenis van een vriend. Geen blauwe pakken of hoeden te bekennen maar wel kakelbont gekleurde kledij.
En dan terug in de condoleance kamer zie ik iedereen lachend met elkaar praten; gewoon een vrolijke boel dus. En dat heb ik nou nooit kunnen bevatten hè.

©Prlwytskovsky.

Valentijnkaarten

Tags

, , ,



Een tijdje geleden kwam ik met mijn negende aanstaande ex vriendin te spreken over feestelijke verwendagen zoals bijvoorbeeld Moederdag. De Vaderdagen komen er maar bekaaid vanaf omdat ik geen vader ben.
“Binnenkort is het ook weer Valentijnsdag” opperde ik, in de hoop een glimlach los te kunnen peuteren. In plaats daarvan kreeg ik de wind van voren in die zin dat ik altijd zo’n heikneuter was. Vooral met veel hei en zeer weinig kneuter, en die nooit spontaan aan zulke dagen dacht.

Zo, daar kon ik het mee doen.

In mijn lange bestaan als single raakte de Valentijnsgekte mij wel een paar keer waarbij er plots een vreemdsoortige kaart in de brievenbus lag op een moment dat ik niet jarig pleeg te zijn waardoor mijn nieuwsgierigheid nog meer werd gewekt. Eenmaal die kaart geopend zag ik een voor mij onbekend vreemd handschrift dat de liefste dingen aan mij schreef. Nu kan ik mij wel groot houden en alles gevoelloos wegwuiven maar toch doet het je wat als man, dat iemand de moeite neemt om aardig te doen tegen mij, een onbekende nogal liefst. Eerst gaf ik mijn ex vriendin de schuld maar die was nog kwaad dat ik haar aan de dijk zette dus die kon ik afvinken. Aan het einde van de week gaf ik de moed op ooit bekendheid te krijgen met de schrijfster dezes.

Maar toen sloeg het noodlot toe: de telefoon ging en een onbekende vrouwenstem begon zacht en zwoel haar naam in mijn oor te fluisteren en mij te informeren dat zij mijn Valentijn was. Ik gaf nog aan dat ze daarmee een week te laat was, maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Of ik koffie kwam drinken bij haar want dan konden wij eens bijpraten over van alles; en vooral over ons.

Ik liep over de galerij, telde de huisdeuren af tot ik de goede deur voorhad en drukte op de bel.
Er blafte een hond, zo te horen was het geen pekineesje maar toen de deur eenmaal werd geopend vloog er een Duitse herder om m’n nek die mij spontaan begon af te likken. Door het onverwachte extra gewicht verloor ik mijn evenwicht en donderde met hond en al omver en lag languit op de galerij te zwemmen. Hond vond het vermakelijk en likte lustig verder maar werd tot de orde groepen door een krijsende stem waar hond direct naar luisterde.
“Hij vind je nu al leuk, net als ik.” Lachte Eucalypta.
Ik hees mezelf op aan de balustrade en trok mijn kleding recht toen ik haar in het gezicht keek. Twee tellen had ik ervoor nodig om te beslissen dat ik nog liever mest ga rijden met een kruiwagen met een vierkant wiel dan dat ik ooit één keer haar schoot onzedelijk zou betasten. Ze zag het wel aan mijn gezicht dat er iets niet in orde was maar ik hield de eer aan mezelf, bedankte haar voor de kaart en ging er vandoor. Zonder koffie; dat dan weer wel.

Nu, vele jaren later is Valentijnsdag weer in aankomst en of je het gelooft of niet maar gisterenavond haalde ik een donkerrode enveloppe uit de brievenbus die nogal dik aanvoelde. In de lift keek ik nog eens naar de kaart met op de achterkant een hartje getekend. Nee hè dacht ik, niet weer een hond.
Thuisgekomen scheurde ik de enveloppe open en las de inhoud. Het kwam er op neer dat de schrijfster mij erg leuk vond maar toch anoniem wilde blijven door er geen afzender bij te zetten of een andere tip waardoor ik kon gaan nadenken over wie het zou kunnen zijn.
De wereld is veranderd en ik gelukkig ook, ik ben nu één en al kneuter met heel weinig hei. Eigenlijk helemaal geen hei meer want ik zit de hele tijd op tafel te trommelen en na te denken wie dit zou kunnen zijn maar er schiet mij niemand te binnen.
Eens kijken of ik m’n stressbal nog kan vinden, die helpt in dit soort situaties.

©Prlwytskovsky.

Sterren kijken

Tags

, , ,



Samen zitten zij daar, naast elkaar onder de sterrenhemel. Kijkend naar de zonsondergang. Een roze/geel/rood gekleurde hemel. Het laatste tipje van de zon, voordat hij ondergaat. Links begint de nacht al, waar rechts het einde van de dag nog zichtbaar is. De tijd spoed zich onherroepelijk voort en zij zijn er als enige getuigen van. Zij nipt aan haar glas.
Gezichten die naar dit hemelse schouwspel kijken, handen die elkaar vasthouden en zich in elkaar verstrengelen. Saamhorig zwijgen zij respectvol en kijken geobsedeerd naar het gebeuren: de zon gaat onder.

Nou en? Dat gebeurd toch elke dag? Hoor ik je denken?
Ja, nee, maar dit is anders. Hier kijken twee mensen; twee mensen die begrijpen wat er zich afspeelt in dit onder- en bovenmaanse.
Dat bijvoorbeeld op deze datum, over ruim genomen een uur of zeven, de zon weer opkomt aan de andere kant van de wereld. En dat deze positie van de zon op deze datum, in onze tijdrekening uniek is; en zich pas over 26.000 jaar weer in deze zelfde positie zal vertonen. Dat is toch wonderlijk?

Tijd om nog een keer bij te schenken en hij vult de glazen. Zonder woorden klinken zij begrijpend. Aarde donker is het al geworden, met hier en daar een ster aan de hemel. En dan ineens is daar Rigel. Heel duidelijk Rigel ja. De onderste ster van het sterrenbeeld Orion. Rigel en Saiph als voeten, met in de gordel Alnitak, Alnilam en Mintaka. Bovenin zie je links Betelgeuze en rechts Bellatrix als schouders. Orion was namelijk een jager die de Plejaden achtervolgde, door Diana werd gedood en tot sterrenbeeld werd verheven.
Dit wetende doen zij er het zwijgen toe en kijken gebiologeerd. In de verte doemen lichten op: een vliegtuig. Even later vliegt het bulderend over en het geluid ebt weg De stilte overheerst en de nacht regeert. Zij kijken elkaar aan. Ogen spreken. Gevoelens voelen.
Begrijpend en zonder woorden worden de glazen geleegd en de nacht rolt zijn kleed van duisternis over hen uit.

©Prlwytskovsky.

Geen tijd hebben

Tags

, , ,



Tringgggggggggggg …., schaars gekleed open ik de deur. “Mogen wij een paar minuten van uw tijd vragen om ……”
NEE!!!!! Ik heb geen tijd, ik kom net me nest uit en dan mot ik eerst koffie waarna ik pas aanspreekbaar ben. Dus NU-EVEN-NIET!
Chagrijnig knal ik de deur dicht.

Twee weken later: tringgggggggggggg …. Ik open de deur.
“Mogen wij een paar minu……”
NEEEE!!!!!Ik heb geen tijd want ik sta net onder de douche en nu sta ik een kou ‘tje te vatten want het tocht met die openstaande buitendeur.

Hoe relatief is tijd eigenlijk, vraag ik mij af. Terwijl ik dit denk lig ik op de bank en staar naar de hemel. Ik laat mijn gedachten de vrije loop en bedenk dat tijd pas relatief wordt als je er bij stilstaat. Het schouwspel van de wind die de wolken langs de blauwe hemel drijft en ze snel in andere vormen doet veranderen, zorgt ervoor dat ik langzaam in slaap val.
Er staat iemand tegen mij te praten, wat hij zegt hoor ik in eerste instantie niet. Dan dringt het langzaam tot mij door: er volgt een dialoog over tijd. Het gaat over hoe ik met mijn tijd om ga; dat ik nergens tijd voor heb of voor mijn part ergens hoe dan ook tijd voor vrijmaak. Haast, haast, haast altijd maar die haast en geen tijd hebben; geen tijd hebben voor niets.
“Maar beste man,” zegt de stem “u leeft nu in de tijd dus u hebt nu alle tijd die u zich maar wensen kunt.”
Niet begrijpend kijk ik hem aan.
“U voert vele nietszeggende argumenten aan om te vluchten in uw denkwereld. Behalve dat tijd relatief is wat kunt u mij nog meer vertellen over tijd?”
“Nou uuhhhhh …. hm …,” verder kom ik niet.
“En dat bedoel ik nu: u bent verblindt door uw eigen visie, vakblind bent u. Het wordt tijd dat u uw tijd opnieuw leert waarderen.”

Een bonk maakt mij wakker. Ik ben van de bank gelazerd en lig beteuterd omhoog te kijken. Inmiddels zijn er donderwolken zichtbaar en de regen valt met bakken uit de hemel. Een hemel die ik zojuist nog de hemel in prees.
Mijn grijze cellen evalueren de droom en laten mij beseffen dat ik inderdaad in de tijd leef en de tijd heb; zelfs meer tijd dan ik mij wensen kan. Immers: hoeveel seconden leef ik al, hoeveel minuten, hoeveel uren, hoeveel jaren? Zou ik dan binnen dit gebeuren niet een paar minuutjes kunnen vrijmaken voor een ander, voor een medemens?
Nu heb ik de kans, ik ‘heb’ nu de tijd. Als ik straks de pijp uit ben, dan pas heb ik geen tijd meer; dan ben ik eeuwig.
Het wordt tijd dat ik ga leven ondanks dat ik al 70 jaar leef.

©Prlwytskovsky.

Leo Fuld

Tags

, , ,



Hebben jullie dat ook wel eens …… dat je zomaar ineens terugdenkt aan vroeger? Aan je kindertijd? Ik wel! Ik dacht bijvoorbeeld ineens terug aan de begin 50’er jaren, dat ik bij mijn oom Piet en tante Katrien zat en verhalen aan hoorde over Rotterdam van voor de oorlog. En die ome, die kon vertellen joh ….

Ome Piet met zijn broer Lowie en zwager Jan zaten dan bij elkaar rondom de snorrende kolenhaard en verhaalden naar hartenlust over hun jeugd, over hun avonturen in de straten van Rotterdam, vlak achter de Coolsingel; aan het eind van de Hoogstraat. Tante Katrien zat naast de kachel met een koffiemolen tussen haar knieën geklemd; al zwengelend maalde zij de koffiebonen. Als zij klaar was dan mocht ik altijd het bakje leegkiepen. Maar na de koffie moest ik naar bed. Dan mocht in het bed van oom en tante liggen. Destijds noemde zij dat een hemelbed maar als kind vond ik het maar niks.

Ome Jan was kapitein op de binnenvaart, op de Prins Alexander en hij vertelde mij hoe ik een schip op zijn reis kon volgen door in de kranten de scheepvaartberichten te lezen en uit te pluizen. Wat was ik onder de indruk van die mensen, en hoe nieuwsgierig werd ik gemaakt door hun vertelsels. Mijn oom Piet kon niet alleen vertellen maar ook schrijven dat het een lieve lust was. Ik heb nog aanzichtkaarten die door hem zijn geschreven waarop in een paar woorden een heel verhaal wordt verteld. Zijn manier van schrijven was er een van “hou er nooit meer mee op maar please … vertel verder…..”

Één verhaal is mij duidelijk bijgebleven, over een jeugdvriendje van ome Piet. Samen speelden zij in de 20’er jaren in de straten van Rotterdam, onder het spoorviaduct aan het eind van de hoogstraat. Oom Piet en Leo deelden ziel en zaligheid samen. Vreugde en verdriet deelden zij als straatvriendjes, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Totdat de oorlog kwam, dan liep het totaal verkeerd af. Rotterdam werd gebombardeerd en het centrum, waar mijn ome Piet woonde werd plat gegooid. Het contact met Leo was abrupt verbroken en hij zag hem nooit meer terug.

Toen ik opgroeide werd mij duidelijk wie Leo was. Nooit had ik Leo gehoord of gezien maar Leo, als naam, had ondertussen een punt gezet in mijn bestaan; zoals ome Piet ook een onuitwisbare indruk op mij heeft achtergelaten. De woonwijk van oom en tante is op dit moment verpauperd en de figuren die er rondlopen lijken onder invloed te verkeren van een overdosis Boletus-edulis. Eekhoorntjesbrood of in begrijpelijke taal: eetbare paddo’s. Mijn herinnering kreeg bij het zien hiervan een koude douche en ik stond weer met beide benen op de grond.

In het jaar des Heren 2006, spoorde ik Leo op via internet. Ik vind hem en zie verschillende bestanden aan mij voorbij flitsen. Eentje blijft mijn aandacht vasthouden: My Yiddische mama.
Leo Fuld zingt het als of hij het vandaag voor mij zingt. Ik beluister zijn gezang en zie mijn ooms weer rondom de haard zitten en vertellen.

©Prlwytskovsky.

Een dooie boel

Tags

, , , ,



Mijn buurvrouw en ik kwamen zomaar ineens te spreken over de dood. Dood, in die zin dat mensen je ontvallen op een moment dat je het niet verwacht en dat is nou zo sprekend over de dood himself. Alsof ‘ie het expres doet, om te pesten.
Soms zie ik de dood als een figuur, gehuld in een zwarte pij en zwaaiend met zijn sikkel. Wie hij moet hebben is er niet van af te lezen. Maar is het eigenlijk wel een dooie hij? Of een dooie zij? Ik wil het eigenlijk niet weten.

Buurvrouw vind net als ik dat de dood soms wel ineens heel erg dichtbij komt. Ik was dat met haar eens. Klappende schuivende toegangsdeuren achter ons ten spijt want wij stonden in het zicht van de sensors die de deuren aansturen. Alles beter dan de dood, die zoiets aanstuurt.
Waarom gaan mensen soms ineens, of plotseling dood? Vraag ik mij hardop af. Buuf weet het ook niet. Door een ongeluk of wat dan ook, dat kan ik me nog voorstellen. Maar zomaar ineens, dat het licht uitgaat? Wie heeft daar de hand in?

Was ik laatst op een begraafplaats en zag daar een parkeerplek voor langparkeerders maar verder was het er een dooie boel.
Waarom denk ik nu na over de dood. De Dood als een verschijningsvorm in een mensengedaante, of als een geest?
Kun je het nog volgen? Ja? Of moet ik dat anders zien? Dat jouw en mijn dood beschreven staan in een groot hemelboek? Zou zomaar kunnen toch?
Buuf en ik vragen ons hardop af wanneer wij dan aan de beurt zijn. Buufje zelf is al in de tachtig dus ik kom nog maar net kijken, vergeleken bij haar leeftijd.

Veronderstel begin ik, veronderstel dat je de dood zou kunnen vangen en opsluiten? Dan zou er niemand meer doodgaan. Is dat even wat? Maar al die ernstig zieke mensen dan, die door hun ziekte dood willen en het dan niet kunnen; c.q. niet worden weggehaald door vriend ‘De Dood’. Wat laadt je daarmee allemaal niet op je nek?
Buuf keek mij aan en begreep mijn standpunt.
“Het is vandaag kouder dan gisteren.” Veranderde zij van onderwerp.
“Ja” zei ik: “het is ’s avonds kouder dan buiten.”
Lachend zwaaiend liep zij het hoekje om. Alles beter dan dat zij het hoekje om ging.

Dood is dood! Zo evalueer ik ons gesprek. Een andere keuze is er niet. Daarom bestaan er in die zin zelfs geen woorden als doder of doodst in de Nederlandse taal. Wij moeten het er maar mee doen.

©Prlwytskovsky.

Houden van

Tags

, , ,



Liefde en houden van, wat is dat?

“Bewijs nu eens dat je van mij houdt! Als je van mij houdt dan ga je voor mij naar de supermarkt en dan daarna moet je even stofzuigen, ik kan niet alles alleen doen.”
Alsof ik mijn moeder hoorde praten en dat geeft kortsluiting in de geest.
Ik bedoel, ga hier als vent maar eens tegenin en zeg bijvoorbeeld sorry schat: dan hou ik maar niet van je. Ofwel is dan het huis te klein of anders loopt je relatie wel ten einde omdat je maar niet genoeg ‘bewijst’ dat je van je vriendin houdt.

Is ‘houden van’ dan soms een materialistisch of tastbaar iets? Maar hoe zit dat dan met je gevoelens en dat blinde vertrouwen in elkaar? Is ‘houden van’ eigenlijk wel in een getal uit te drukken of in kilo’s of voor mijn part in bananen? Kan iemand mij een plausibele definitie geven van ‘houden van?’

Laat jij de hond nog even uit, voor dat de visite komt? Ja?
Maar schattie, vandaag zaterdag, heb ik gewerkt tot 16 uur. Was ik thuis om 17:00 uur en heb mijn kleding gewassen, mijn huis opgeruimd. En nu om 19 uur ben ik helemaal uitgewoond hier, bij jou. En nu moet ik jouw hond uitlaten? Wat heb jij eigenlijk gedaan vandaag?
“Als je van mij houdt doe je zoiets zonder dit soort vragen te stellen”. Pareert zij mijn verweer.
Ik weet het, dit is vrouwenlogica en daar kan ik niet tegenop; niet mee omgaan eigenlijk.

Hond en ik lopen door het schemerige park. Wij praten dan met elkaar. Als ik op het gras ga zitten luistert hond met onderdanig hangende oren naar mij maar weet voor de donder niet waar ik het over heb. Zij wacht tot ik haar boomstronk weggooi waar zij dan hard achteraan rent. Het is een Duits herderinnetje die je maar liefst als vriendin tegenover je wilt hebben en dat gaat mij vooralsnog goed af.

Hond lever ik thuis af en zeg tegen vriendin dat ze verder de pleuris kan krijgen. Life sucks op deze manier en dus neem ik de pleitvaart.
Wat heerlijk om geen verplichtingen meer te hebben zoals een vriendin die jou kan opleggen.

©Prlwytskovsky.

Oliebakkenbollen of zo

Tags

, , ,



Oud jaar was het. Oudejaarsdag, en oudejaarsavond. Met knallen en knullen die knallen veroorzaken. Totaal ongeïnteresseerd lopen ze door de straat met een zak vol vuurwerk en rotjes.
Afwisselend met een kale kop, petje achterstevoren of een capuchon over zich heen getrokken lopen ze zich te vermaken. Schreeuwend en lachend. Maar wat is hun vermaak eigenlijk?
Soms haalt er eentje een hand uit zijn zak en vanuit een andere hand licht iets op. De hand gooit iets weg en de knullen lopen verder. Even later een knal. Niemand van het groepje kijkt ernaar, of reageert erop. Een zinloze bezigheid lijkt het.

Ondertussen bak ik ze lekker bruin. De oliebollen dus. Zodra ik er eentje kan vasthouden durf ik er pas in te bijten. Vriendin en dochter bestormen mijn kookeiland en vreten onverschrokken de schaal leeg. Dan schep ik de volgende lading op de schaal en ze kunnen er niet van af blijven. Liever een brandblaar dan te moeten wachten, staat op die gezichten te lezen.

Half tien in de avond is het. Aan de overkant zie ik enkele knulletjes vuurwerk afsteken. Acht jaar schat ik ze, beslist niet ouder. Het ene rotje na het andere knalt. Ze werken wel goed samen want de één houdt het rotje vast en de ander steekt het aan. Het rotje wordt weggegooid en ze stappen daarbij twee meter naar achteren. ‘Kan gewoon niets gebeuren’. Zie je ze denken. Een paar tellen later doet hun zevenklapper zijn werk.

“Wil je nog een oliebol?” Vraag ik aan kind.
“Pffff …. Ik heb er al 9 op, nu even wachten hoor.” Zegt ze met een verontwaardigd gezichtje.

Maar om twaalf uur brandt dan eindelijk het echte werk los. Een pracht van een show ontvouwd zich boven Rotterdam en Schiedam, ja zelfs vlak voor me giechel is door tering knallen vergezeld siervuurwerk te zien. Op het mooiste vuurwerk worden wij getrakteerd. Om kwart voor twee lijkt het voorbij en hier en daar gaat nog een vuurpijl de lucht in; een luide knal met nog wat rotjes. Dan wordt het stiller.

Om twee uur hoor ik alleen nog in de verte wat geknal dat eigenlijk geen ‘knal’ meer mag heten. Voordat wij ons ter ruste begeven loer ik nog even over de galerij naar beneden. Er komt een knul aangelopen. Knul draagt een plastic tas. Bij de flat aan de overkant stopt hij en zet zijn tas neer. Hij kijkt schichtig om zich heen en peutert wat in de muur; en pakt nog iets uit zijn tas. Dan zie ik wat vonken en ik verwacht een knal, maar nee: er gebeurd niets. Knul pakt zijn tas op en loopt de hoek om. Nadat hij een paar meter verder is volgt er lichtflits en een erg luide knal. Knul is inmiddels al de hoek van de volgende straat om en uit het zicht verdwenen. Dan volgt nog een tweede luide knal en even later nog één. Dan wordt het stil. Wat is hiervan de gein? Vraag ik mij af, en duik in de reeds voorverwarmde sponde.

68-miljoen is er aan vuurwerk uitgegeven dit jaar. 68-miljoen!!! Los van het mooie sier vuurwerk vind ik het zinloos weggooien van nietszeggende knallende rotjes een totaal geschifte bezigheid. Ik zie het niet anders dan een wegwerpaansteker kopen en deze ter plekke meteen weggooien. Zinlozer kan ik mij het weggooien van rotjes niet voorstellen.

Maar het is weer voorbij. Na een katerrijk ontwaken is het dan eindelijk nieuwjaarsdag.  Het is angstig stil in de buurt en de parkeerplaatsen zijn overvol. Mensen bezoeken elkaar en kinderen bezoeken hun ouders. Zij wensen elkaar alles wat maar wenselijk is. Want zoiets doe je nu eenmaal op nieuwjaarsdag. Nietwaar?
Het hele jaar horen of zien ze die kinderen niet maar met nieuwjaarsdag is de gefingeerde vreugde er niet minder om.

Wij bijten nog eens in een zelf gecreëerde oliebol en nemen een slok van de nieuwjaarsborrel.
Het wordt alweer schemer. Twee mensen hebben mij gebeld met hun welgemeende goede wensen. Die twee zijn wij dankbaar daarvoor. Kerst- en nieuwjaarskaarten van bekende mensen hebben wij er genoeg gehad, met wensen die er niet om liegen. Maar zijn die eigenlijk wel zo gemeend als zij beschreven staan?

Morgen maar snel die hele zooi in de vuilbak kieperen. Opruimen! Weg ermee! Stofzuigen en de herinnering aan 2017 met stofzuigerzak en al in de vuilbak smijten.

Maar dan die ene, die kaart van haar. Ik krijg het niet over mijn hart om die weg te gooien.

©Prlwytskovky.