Hakken

Tags

, , ,



Als ik mijn vriendenkring analyseer dan ontdek ik weinig opmerkelijke zaken. Wij kunnen sociaal gezien goed met elkaar overweg maar meer ook niet. Vooral geen diepgang aanroeren. En met diepgang bedoel ik een goed gesprek of een boom opzetten over wat dan ook, een verbintenis creëren. Maar nee: vriendschappen kennen hun beperkingen.

Ander voorbeeld zijn nieuwe buren. Zij hebben onlangs een flat gekocht en natuurlijk moet dan meteen de pneumatische hamer worden gedemonstreerd. Vraag mij niet waarom. De keuken wordt eruit geramd, tussenmuren en de complete badkamer verdwijnt, en nog meer luidruchtig gedonder. Nu al 3 zaterdagen en zondagen lang hoor ik de Godganse dag niets anders dan pneumatische hamers, decoupeerzagen en getimmer. Het schijnt bij het kopen van een huis te horen. Een nieuwe hype misschien?
Zijn deze huizen dan zo slecht? Nee! Van alle gemakken voorzien en van een kwaliteit dat het beslist niet binnen een paar jaar zal instorten. Waar ik tevreden mee ben wordt door mijn kakelverse buurvrouw afgeschilderd als brandhout en teringzooi. Een mollige verschijning is zij, maar beslist geen lekker wijf. Het lijkt mij een familie die bestaat uit dubbeltjes die nooit kwartjes zullen worden maar ondertussen leven zij als Euro’s.

Kunnen mijn vrienden alleen maar praten dan kunnen de vrienden van mijn nieuwe buurtjes ietsje meer. Zij kunnen luidruchtig met pneumatische hamers werken, muren uitbreken en badkamers verwijderen. In aantallen tel ik er zoal elf die met gevulde puinzakken over de galerij waggelen. Het tempo ligt op een niveau waar menig aannemer jaloers op zou zijn. Maar dit even terzijde.
Hoe komen mensen aan dergelijke kundige vrienden of familieleden? Mijn twee ex families konden boeken lezen en toetsen indrukken, meer niet. Mijn vrienden in het verleden en nu kunnen geruisloos belasting formulieren invullen en duur praten maar behangen of een spijker uit de muur trekken is hun vreemd. Ieder zijn meug dan maar.

Ohw ja, er bestaan statuten van de bewonersvereniging waarin is opgenomen dat er na 20 uur geen overlast mag worden gegeven als gevolg van timmeren of andere overlastgevende werkzaamheden. Maar wie stoort zich daaraan? Wie controleert dat? Ik? Moet ik mijn buurman op zijn bek gaan timmeren omdat hij op zondagavond om 21:15 uur voor de zoveelste keer nog aan het timmeren en aan het hakken is? Ik kijk wel uit, dan staat meteen de politie voor de deur te filosoferen of zij naar binnen zullen komen met peperspray dan wel met getrokken pistool of een vermanende vinger. Of nee, zij kunnen misschien beter wachten tot de opgeroepen versterking eraan komt. Ondertussen mep ik gewoon door tot buurman het opgeeft. Ik loop de galerij op en excuseer mij bij de weifelend wachtende hermandad.
Er rijdt een politiebusje de parkeerplaats op en slaat rechtsaf, het verkeerde stuk op. Maar ja, ik woon dan ook onder de rook van Pernis.

©Prlwytskovsky.

Advertenties

Een kutauto

Tags

, , ,



Zoals sommigen van jullie weten rij ik al jaren met een Peugeot rond, met een dieseltje. Ja, ik weet nu al jullie reactie: Een P-P-Peugeot??? Maar nee luister, het gaat hier om iets anders dan gewoon een auto, het gaat dieper: het gaat hier om gekrenkte gevoelens!
Op een bepaald moment ben je overtuigd door de vertrouwelijke verhouding die jij met je voertuig hebt opgebouwd. Niets mis mee, so far. Tot de dag waarop Kees (zo heten mijn Peuzen) voor een APK en een beurt moet worden weggebracht.

De garagist belt al na een uur dat er iets goed mis is. Nooit iets van gemerkt, maar goed: een fikse reparatie die de eigenlijke waarde overstijgt zal moeten worden uitgevoerd.
“Daar begrijp ik niets van”, zeg ik tegen de telefoonstem. “Ik rij er al ruim 265.000 kilometers mee, zonder problemen, en nu is ’ie  ineens kapot?”
“Zal ik u met afdeling verkoop doorverbinden?” Vraagt de stoïcijnse stem.
“Jaaah? Ogenblikjeeee …tuut-tuut-tuut.”
“Goedemorgen, met Jan-Jaap ………..”
“……. Ja en?” Zeg ik chagrijnig.
“U bent op zoek naar een nieuwe auto?” Kweelt een zoet gevooisde Jan-Jaap stem.
“Nee” zeg ik. “Ik zoek nergens naar. Maar ik word zojuist overdonderd dat ik zonder auto zit als ik de reparatie niet laat uitvoeren. Dus wat heb jij mij te bieden?” Beantwoord ik zijn vraag met een tegenvraag.
“U zoekt nieuw of gebruikt?” Vraagt de nerd.
“Oké, nog een keer: ik zoek niks! Begrijp je: helemaal niks! Maar ik moet wieltjes hebben, en nu meteen!”
“Dan kunt u het beste even langskomen en kijken wij of er iets voor u in de showroom staat.” Opperde Jan-Jaap. “Wij hebben er schitterende aanbiedingen voor u bij staan.”

Mij bekruipt nu het gevoel dat als je vrouw zojuist is overleden en je belt de begrafenisondernemer dat hij dan zegt: “Maar mijnheer, er lopen er hier nog twee rond, misschien iets voor u bij?”
Vanaf het eerste moment dat ik Jan-Jaap hoorde heb ik een pleuris hekel aan hem.

Een gladjakker met een uitgestreken smoel, komt met uitgestoken hand op mij af lopen.
“Mijnheer Prlwytskovsky, naar ik aanneem? Goed u hier te zien. Waar wilt u beginnen? Bij de nieuwe of bij de gebruikte auto’s?”
“Luister eens even hier, beste man.” Zeg ik langzaam. “Hou jij je verkooppraatje maar, dan hoor je mij wel piepen als het voor mij interessant wordt.”
Bij een glimmende en gepoetste (hoe kan het ook anders) nieuwe Peugeot uit 2001 blijft hij staan. “Lijkt mij echt iets voor u.” Lacht hij mij toe. De sleutels had de smiecht al meegenomen en hij opent de linkerdeur. “Stapt u gerust in en kijk of het u bevalt.”
“Deze auto heeft namelijk …..”
“Hé, het stuur zit links.” Roep ik.
“Ja mijnheer, dat is toch bij uw vorige auto ook zo? Of zit het bij die auto rechts?”
“Daar gaat het niet om.” Zeg ik. “Ik stel alleen vast dat het stuur bij deze auto links zit.”
“Deze auto heeft …..”
“Laat mij er eens een stukje mee rijden.” Stel ik voor, en Jan-Jaap start meteen de motor. Hij stapt uit en laat het portier uitnodigend voor mij open staan. Ik stap in en scheur met gillende banden en op twee wielen de hoek om. Onderwijl natuurlijk een stop gemaakt, de motorkap geopend en wat rem en optrekproeven uitgevoerd.

Als ik terug kom en de auto op mijn manier netjes in een parkeervak flikker, vliegt Jan-Jaap meteen naar buiten en neemt de sleutels terug in ontvangst.
“En, hoe bevalt hij?” Vraagt hij mij angstig aankijkend.
“Is eigenlijk een kut-auto, net zoals alle auto’s die hier staan eigenlijk kutauto’s zijn.” Brom ik.

Veel dingen worden in Nederland namelijk niet als kut verwoord terwijl zij wel als kut worden ervaren; en het uiteindelijk ook gewoon kutdingen blijken te zijn. Jammer. Want sommige auto’s zijn nu eenmaal ook gewoon kutdingen, anderen zijn iets minder kut en een enkele is gewoon goed. En juist die denk ik dan nu te kopen.
Met de smoor in verlaat ik de showroom, een verse Peus rijker. Buiten kijk ik nog even om, de werkplaats in, en zie nog net de letters ZH van mijn oude kentekenplaat. Door emoties overmant loop ik de weg terug naar huis. Lopen, want ja: zo’n kutauto moet natuurlijk eerst nog een beurt hebben.

©Prlwytskovsky.

Bedmijt of bedmeid

Tags

, , , , ,



De mens is bereid om bijdragen te leveren aan de verbetering van het milieu. Zo staat er protserig op een nieuwssite te lezen. Vier op de vijf mensen zijn bereid hun levensstijl aan te passen, tot zelfs in China en de US-of-A, die overigens hofleveranciers zijn van de uit gestoten koolmonoxide. Driekwart vind dat de belasting op energie omhoog mag ter verbetering van het milieu. En in bijna alle Europese landen én de VS vinden de meeste mensen dat de prijs van schadelijke brandstoffen omhoog moet.

Nu moet ik toch eerst een shot jenever tot mij nemen want nu krijg ik vlekken voor mijn ogen en mijn migraine begint op te spelen. Ik denk na en laat het geschrevene nogmaals door mijn hersenpan dwalen. Welke toevoegde waarde heb ik, als mens, binnen dit milieucircuit? Als mens ben ik bij leven al een recyclebaar product. Ik bedoel een mens bestaat nu eenmaal voor 99,99% uit lucht omdat dit de basis is van de moleculen die de mens vormen en bijeenhouden; de rest is water. Natuurlijke menselijke afvalstoffen worden onder andere verorberd door bijvoorbeeld de bedmijt. Niet te verwarren met de bedmeid!

De bedmijt is in grote getale aanwezig in onze huisgezinnen. Bij bosjes! Laatst las ik dat een beetje hoofdkussen toch al gauw een slordige 40.000 mijten herbergt om maar te zwijgen over mijn eenvoudige wide-spread matras die toch al gauw een twee miljoen bedmijten huisvesting bied. In feite ben ik dus een slapende- en daardoor een gewillige supermarkt voor dit soort ongedierte die ongeduldig op een hartige proletarische hap wachten, en dat zeker krijgen als ik mij ter rustte begeef. Want wat er zich dan allemaal voltrekt in mijn sponde, dat wil je echt niet weten.

In die hoedanigheid draag ik dus van nature al bij tot een beter leefmilieu. Mijn huidschilfers worden ondertussen gretig opgepeuzeld en het is een wonder dat ik ‘s morgens heelhuids en vooral compleet opsta.
Ik bedoel, lig ik lekker te snurken maar wordt ondertussen geheel afgegraasd. Massa’s huismijten lopen over me heen, op zoek naar huidschilfers. De lakens hebben ze ondertussen wel bekeken want die zijn al afgegraasd maar die vent die daar ligt, die gaan we eens besnuffelen. Met honderdduizenden tegelijk marcheren de bedmijten over mijn lichaam op zoek naar iets eetbaars. Ze inspecteren mijn navel, lopen over mijn dijbeen en over mijn bil en ja zelf mijn schaamstreek wordt niet ontzien.
Na het geslachtsorgaan volledig te hebben afgelikt is het tijd voor het toetje: men vertrekt massaal naar het hoofd van de argeloze slaper. Een mensenhoofd is voor een beetje huismijt toch het summum op culinair gebied, zoals een toetje in een vijfsterren restaurant zeg maar. 40.000 mijten doen zich tegoed aan de olieachtige resten op mijn hoofdhuid. Hierna vallen de bedmijten tevreden en voldaan in slaap.

Hun voedselverstrekker wordt op tijd wakker en heeft van het voornoemde gebeuren geen enkele weet.

Gelukkig maar, en slaap lekker.

©Prlwytskovsky.

Het douchegordijn

Tags

, , ,


“Kan ik u helpen?” Vraagt een glad onderkruipend stemmetje dat wordt voortgebracht door een op een man gelijkend levend wezen.
“Ik zoek een douchegordijn.” Zeg ik.
“Een douchegordijn?”
“Ja een douche gordijn, is dat zo gek?” Bijt ik hem toe.
“Mijnheer, wij leven in een tijd van douchecabines en niet meer met gordijnen hoor.” Kirt de griezel.
“Luister eens hier enge man: ik wil alleen maar een douchegordijn en verder niks anders!”
Gekrenkt kijkt hij mij aan en ik twijfel of ik hem zou vragen waar de teiltjes staan want ik krijg aandrang om er een paar vol te kotsen.
“Kom u nu eens mee naar de douchecabines, u zult versteld staan wat wij u te bieden hebben op dit gebied.”

Dan moet je het zelf maar weten dacht ik.

“Kijk eens hier,” kweelt hij, “prachtige matglazen panelen met verchroomde staanders.”
“Nee, vind ik niet mooi.” Zeg ik verveelt.
“En hier met een motief in de glazen panelen, dat is toch ook mooi?”
“Nee, dat is niet mooi, en trouwens die ruimte is nog krapper dan die pascabine waar ik laatst mijn spijkerbroeken in paste, ook met zo’n rot deurtje. Als ik naakt die cabine inloop dan krijg ik dat ijskoude matglazen klapdeurtje tegen mijn reet aan en daar hou ik helemaal niet van en bovendien als ik op één been balancerend de korsten tussen mijn tenen uit peuter dan flikker ik met cabine en al omver. Nee geef mij maar een vertrouwt douchegordijn.”
“Heeft u dat nu ook hangen, als ik vragen mag?”
“Nee, laatst had ik een vliegengordijn omdat ik toen nog één keer in de maand ging douchen en daarbij gingen altijd veel vliegen mee maar sinds ik nu elke week één keer douchet zie ik geen vlieg meer, ik ben denk ik te schoon voor ze.”
Zonder verder nog acht op mij te slaan worden er een paar dikke boeken opgediept maar hij kan er de gevraagde gordijnen niet in terug vinden.
“Zit hier ergens in de buurt een concurrent van jullie die wel douchegordijnen verkoopt?” Vraag ik. Nu spuwen zijn ogen vuur.
Ik draai mij om, steek mijn handen in mijn zak en loop ongeïnteresseerd langzaam de winkel uit.

Schuin aan de overkant zag ik een bouwmarkt en been daar naar binnen. Verbazing te over: stapels met douchegordijnen worden er aangeboden. Een alleraardigst verkoopstertje vraagt of ik het kan vinden.
“Eigenlijk ben ik op zoek naar een douchecabine maar een douchegordijn vind ik eigenlijk ook wel mooi.”
“Ja,” antwoord ze, “en het is veel goedkoper en kan niet breken.” Voorwaar een waarheid als een koe.
Of het aan haar sprekende donkerblauwe ogen ligt weet ik niet maar ik verlaat de winkel met een douchegordijn dat zij mij verkocht voor €12,99.
Nu alleen nog even kijken waar ze bier verkopen, want winkelen maakt mij altijd dorstig.

©Prlwytskovsky.

Een merkwaardige zondag

Tags

, , ,



Een merkwaardige zondag was het vandaag. Een zondag zoals alle andere voorbije zondagen, dat wel en met dezelfde karweitjes in het verschiet dus wat wil ik nog meer? Maar toch voelt deze zondag anders, surrealistisch aan. Is het soms de atmosfeer of juist die opvallende heerlijke stilte; of droom ik nog? Nee, ik droom niet.

Vanmorgen stond ik al om 7 uur naast m’n bed en ben toen maar een bruine boterham gaan besmeuren met appelstroop en een mok thee erbij want dat schijnt goed voor mij te zijn, zo zegt men. Heel gewoon dus eigenlijk. Om 10 uur neem ik met een beker koffie plaats achter mijn computer en begin deze log te schrijven. Er wil mij maar niets te binnen schieten totdat mijn buurman mij te hulp komt. Buurman verkeerd namelijk in de veronderstelling dat je binnenshuis niet mobiel kunt bellen dus hij doet dat graag op de galerij. Zijn huisdeur is pal naast mijn computerkamer zodat ik met volle teugen kan meegenieten. Dat het een gesprek met een ver land betreft leid ik af uit het luide praten, om niet te zeggen brullen in dat arme mobieltje. Soms komt zijn huigje er zelfs uit dat hij dan weer gretig inslikt. De taal die hij spreekt lijkt mij meer op Koeterwaals dan op de talen die ik mij voor de geest kan halen. Het gesprek verstomt en de deur knalt dicht op een manier waarbij de deur bijkans naar buiten toe openslaat.

Stilte.

Vervolgens gaat de deur weer open en nu rent nazaat over de galerij heen en weer. Nazaat is een jaar of 4 en een exacte kopie van zijn vader, wat rennen- en vooral hard praten betreft. Hij heeft één ding op zijn vader voor: hij kan de deur nog harder dicht smijten.

Hierna is het weer stil en het surrealistische karakter van deze dag komt heel langzaam terug.
Past een lekker etensmaal daarin want daar begin ik trek in te krijgen.

©Prlwytskovsky.

Spinrag en Angels

Tags

, , , ,



Deze keer neem ik je mee in mijn denkwereld, ik laat je door mijn ogen kijken en deel mijn gedachten met je tijdens een warm weekend in 2017; wees dus gewaarschuwd.

Als de eerste spin zijn lente web weeft, dan kijk ik vol bewondering naar zijn creatie. De snelheid waarmee dit web tot stand komt en daarmee de doeltreffendheid van het web, doen mij versteld staan. Ik haal die webben niet weg want zij zijn nuttig voor mij. Er zit er eentje voor het bovenlicht van mijn keukenraam. Het bovenlicht staat altijd open maar de spin komt nooit naar binnen, denk ik; want ik zie dat nooit.

Heeft hij iets met spinnen vraagt u zich misschien af? Nee, in het geheel niet maar de volgende omschrijving werpt misschien ander licht op de zaak. Spinnen zijn nuttige beestjes die veel irritatie bij mij wegnemen doordat muggen in hun webben verstrikt raken, vooral als het warm weer is en alle ramen en deuren bij mij openstaan. Over muggen zal ik hier niet verder uitweiden want iedereen weet waartoe een mens in staat is bij het horen van zoemende muggen alleen al. In die zin dus ben ik een voedselverstrekker voor de spinnen en vertaald naar menselijke maatstaven als zodanig een soort supermarkt.

Wespen hebben bij mij ook een streepje voor. Ik sla ze bijvoorbeeld nooit weg, nee in tegendeel: ik voer ze zelfs. Als ik s’zomers buiten zit met mijn biertje zoals nu, dan komen er al een paar kijken. Ze snuffelen mijn tafeltje af, komen op m’n arm zitten en lopen over mij heen; ze controleren verder of er iets eetbaars op mij te vinden is. Ze zien er mooi uit en vooral teer, zoals hun vleugels die flinterdun zijn waarbij je de structuur goed kunt zien en dan hun pootjes: dunner dan een haar. Er zitten strepen als cirkels om hun gele lichaam en als je ziet hoe zij eten dan ervaar ik dat als één van de wonderen der natuur.
Als ze mij verlaten snel ik naar de keuken en haal suiker om buiten op tafel te leggen. Niet veel later komen er een paar wespen, zij strijken neer vlakbij de suiker en ik zie hoe zij daarvan eten, het lijkt een feestmaal voor ze. Is hun dank voor mij dat ik nooit gestoken word? Wespen eten ook muggen en ander vliegend gedoe dat ik niet in huis wil hebben, dus is een wesp net als een spin een aanvulling voor mij. Ik heb geen last van wespen en ben er ook niet bang van en zit evenmin als een motorisch gestoorde in de rondte te meppen om ze weg te krijgen.

WHAMMMMM!!!!!!!

Ik schrik wakker uit mijn gemijmer en realiseer mij dat ik recht in het smoel van buurman kijk. Hij staat te lachen en verteld vol trots dat hij net een wesp heeft doodgeslagen. Waarschijnlijk één van die wespen die ik net suiker had gevoerd, en die over mij heen liep zonder mij te steken; een vriend.
Ik heb het toch al niet zo op buurman zoals in een ander verhaal al eens tot uitdrukking kwam, maar nu heeft hij het echt helemaal verbruikt bij mij.

In het najaar vind ik soms dode wespen in verborgen hoekjes, die begraaf ik dan in de plantenbak door met mijn vinger een gaatje in de potgrond te prikken en het beestje erin te doen. Plechtig dek ik dan de aarde toe. Vliegen daarentegen gooi ik in de vuilbak, dat zou ik met sommige mensen ook wel willen doen maar zulke grote vuilniszakken heb ik niet.

Wij mensen maken deel uit van de elementen die de aarde beheersen en moeten daar respect voor hebben; voor mens en voor dier. Dan denk ik nog even na, over de mens, waarom maken wij zo ons druk om het milieu? Wij verzieken het zelf en moeten wij ons dan druk maken om het te verbeteren? Wij slaan elkaar de hersens in terwijl we moeten overleven! Wij mensen zijn denk ik te gast op deze wereld en zijn daarmee het enige dier op aarde dat zijn eigen biotoop afbreekt in plaats van het te beheren.

Jaques Brell heb ik nu opstaan en hij zingt: “Mijn vlakke land”.
Hij bezingt hierbij de elementen en inspireert mij met dit epistel. De regen en de wind, en vooral de nederigheid die wij hieruit moeten ontlenen. En als het uit de hand loopt dan kraakt het land, zingt hij.
Respect voor alles wat leeft, zelfs voor een wesp of een spin.

Ja, ik had je vooraf gewaarschuwd: ik nam je even mee in mijn warrige gedachtewereld.

© Prlwytskovsky.

Eenzame ouderen

Tags

, ,



Laatst kwam ik met een buur te spreken over ouderen; ouderen die in het nieuws zijn omdat zij verwaarloosd worden in tehuizen en verzorgingscentra. Niet op tijd douchen, geen schone kleding voorradig, en het eten en drinken laat ook te wensen over. E.e.a. volgens een nieuwsbulletin.
Buur en ik spreken onze afschuw erover uit en vragen ons af of er in onze nabijheid niemand is die aan deze criteria voldoet.
“Ken jij mensen die eenzaam zijn?” Vraag ik hem.
“Niet eentje.” Zegt hij. “Maar ja: zou jij dat in het openbaar willen erkennen?”
“Nee zeker niet.” Antwoord ik. “Ik zou dat voor mezelf niet eens willen weten.”

Een ander buur mengt zich in onze tête-à-tête, doet zijn zegje en geeft aan zelf een social-controller te zijn. Een social-controller! Wat dat ook in Gods naam mag betekenen. Hij loopt mensen na die eenzaam zijn en kijkt wat hun behoeften van het moment zijn. Een gesprek, een praatje, een luisterend oor of een helpende hand.
“Waarom kom je dan nooit bij ons langs, wij zijn ook alleen.” Merk ik op.
Vriendelijk lachend zwaait hij naar ons en loopt dan de hoek om.
“Zie je nu wat ik bedoel?” Zeg ik. “Woorden zijn het, niets dan lege woorden. Het zijn alleen maar mensen die zij zelf binnen hun kring kennen maar de echte noodlijdenden blijven mijns inziens onbekend- en niet geholpen.”
Buurman kijkt bedenkelijk, eerst naar de almaar donker wordende lucht en dan weer naar mij.
“Wat wil jij eraan doen dan?” Vraagt hij.
“Wat kan ik eraan doen? Hoe zou je trouwens die groep onbekenden moeten herkennen? Ik loop daar vaak over na te denken. Ik bedoel: iemand die eenzaam in zijn- of haar huisje zit en niemand meer heeft? Iemand die de deur niet uit kan vanwege een gebrek of handicap. Wie zou zo iemand dan om hulp kunnen bellen? Een instantie? Die hebben ellenlange wachtlijsten. Een buur dan? Die werken meestal of hebben andere dingen te doen. Kinderen? Ach: die hebben het zo druk en wonen meestal erg ver weg. Snap je wat ik bedoel?”
Met gefronste wenkbrauwen kijkt hij mij aan en ik zie dat hij de tijd neemt om na te denken.
“Snap je?” Zeg ik. “Die groep kan toch moeilijk schreeuwend de straat op rennen dat zij eenzaam zijn?”

Ik ga naar boven, maak een bak koffie en ga dit epistel schrijven. Terwijl de melk het kookpunt nadert leun ik, alles nog eens overdenkend, op de vensterbank. Ik zie het regenen en bedenk:  “De regen daalt als een ragfijn gordijn uit de hemel neer.”
Beeldspraak natuurlijk, want eigenlijk is het gewoon kutweer.

©Prlwytskovsky.

Zeldzaam en heet

Tags

, , , ,



Stilte, niets anders dan een doodse geluidsloze stilte ervaar ik als ik naar het panorama kijk dat zich voor mij ontvouwt als ik Schiedam-noord uitloop: een plattelands tafereel. Een vervallen boerenschuur met donkergroene deuren, gehangen in roestige hengsels, en met een rood pannendak; en een erf met daarop bandensporen die door elkaar heen lopen. Ik kijk omhoog en zie een strak blauwe hemel. De zon brandt op mijn vel en zweetdruppels lopen over mijn voorhoofd in deze drukkende stilte. Voel je het? Die warmte?
Vanuit de verte meen ik het zachte geluid van scharrelende kippen te horen, een geluid dat even snel weer verdwijnt als dat het opgekomen is. Het erf ligt er leeg en verlaten bij. Zouden hier mensen wonen?

Een regelmatig ge-plok hoor ik naderbij komen … “plok-plok-plok-plok…..”. Met het sterker worden van dit geluid herken ik de loop van een tractor. Een groengeel gekleurde John-Deere komt aanrijden en hobbelt om de schuur heen. Gedempt door de schuur verstomt het geluid en ik hoor alleen nog het gestommel van een mens die dingen neergooit, het piepen van een deur; een blaffende hond. Hierna overheerst de drukkende stilte het geheel.
Ik draai mij om en loop verder langs een dijk met daarachter het water de Schie. Bijna strak ligt het wateroppervlak erbij. De zon brandt fel op het water en je voelt de warmte op je gezicht weerkaatsen. Je kunt vrij diep in het water kijken en waterplanten zien. Een grote petrol-kleurige libelle scheert zoemend aan mij voorbij en landt op een rietstengel. Aan de overkant kwaakt een kikker. Een watervogel heeft een meter uit de kant een nest gebouwd, maar is op dit moment niet thuis.

Het geluid van een voort zwoegend bootje wordt luider en luider. “Proet-proet-proet ….”. Een man met pet, gestoken in een blauwe overall en gele klompen, staat aan het roer. Het bootje is leeg. De man knikt en zwaait naar mij. Ik zwaai terug. Het beeld en het geluid lossen op in de omgeving en weer overheerst die drukkende stilte.

Zomaar een zomer in Nederland: heet en onverwacht. Mijn shirt plakt aan mijn body en ik speur naarstig naar een uitspanning die gebrouwen gerstenat verkoopt.
Op het terras houd ik stil en bestel een tapbiertje.
“Kijk nou verdomme uit wat je doet”. Brult een vader tegen zijn zoontje, als het kind zijn vader een knuffel wil geven en daarbij zijn bier omstoot.

Ik denk terug aan mijn wandeling, hoe vredig is het daar en hoe vrij voelde ik mij daar.
Na afgerekend te hebben loop ik terug door de polder en geniet van deze zeldzame snikhete Nederlandse dag.

©Prlwytskovsky.

Toiletbezoek

Tags



Iedereen heeft wel eens last van aandrang op momenten dat het je niet helemaal uitkomt, bijvoorbeeld als er helemaal geen toilet in de buurt is of als je haast hebt. Een dikke boom uitzoeken in een druk winkelcentrum is al helemaal geen optie. Maar wat dan wel?

Ik zie een klein zaakje waar mensen aan kleine tafeltjes een appelpunt eten of met een stuk kersenvlaai met slagroom verlekkerd de voorbijganger zijn ogen uitsteekt. Dit beeld verbond ik meteen aan een de mogelijke aanwezigheid van een toilet en daarom stapte ik kordaat het zaakje binnen.
Eerst keek ik speurend in het rond en zag achter in de zaak toiletdeuren dus ik kon mijzelf geruststellen en bestelde bij de serveerster koffie en een appelpunt met slagroom.
“Smijt maar neer.” Zei ik. “Ga ik ondertussen even daarheen.” En wees in de richting van de achterkant van de zaak. Zij knikte dat zij mij begreep.

De ingangen van de toiletten zijn gelardeerd met een soort poortwachters in de vorm van aan beide zijden geplaatste tafeltjes met bijbehorende etende en pratende mensen. Wist ik dit van tevoren dan had ik gisterenavond witte bonen met uien gegeten.
Als klein behuisd koffiezaakje moet je nu eenmaal effectief met de beschikbare ruimte omspringen, nietwaar? Een gekregen paard mag je niet in de bek kijken want in dit geval is er een toilet aanwezig en daar gaat het mij nu even om.
De deur van het toilet gaat naar binnen toe open; ik kom in een soort voorportaaltje met een wasbak en een spiegel. Ik probeer de deur achter mij dicht te krijgen maar dat past niet omdat ik er klem tussen sta. De tweede deur, die naar het toilet, slaat naar mij toe open maar de openstaande kier is niet ruim genoeg om mij door te laten. Ik zal terug naar buiten moeten om met een nieuwe strategie het toilet te bezoeken.

Ik denk na …..

Verbaasd kijkend buitengekomen kijken de poortwachters mij meewarig aan maar gaan onverschrokken verder met hun gesprekken, de man in nood hopeloos aan zijn lot overlatend. Ik open nogmaals de toegangsdeur, kijk naar binnen en overzie de situatie. Ik stap het vertrek in en trek de volgende deur helemaal open. Nu loop ik door, voorbij het wasbakje zelfs en trek de buitendeur achter mij dicht. Er zit geen haakje op deze deur. Eindelijk sta ik oog in oog met de zo fel begeerde toiletpot en trek de deur achter mij dicht, het schuifje duw ik naar links en laat mijn opgekropte spanningen de vrije loop.
En nu? Ik zal ook weer terug naar buiten moeten. Geruime tijd denk ik na hoe ik dit vraagstuk moet oplossen en wel in omgekeerde volgorde. Stap voor stap volg ik mijn gevoel en het lukt mij eindelijk de uitgang te vinden. Opgelucht stap ik op mijn tafeltje af waar de koffie met gebak al klaar staat.

Er loopt een man op de toiletdeur af; nieuwsgierig kijk ik toe hoe dit afloopt. De buitendeur van het toilet wordt gesloten en ik hoor een hoop gestommel. Niet veel later komt de man weer naar buiten en kijkt hulpeloos om zich heen, je ziet hem wikken en wegen en een volgende poging wordt ondernomen. Wederom komt de man weer naar buiten en vraagt hierbij aan de poortwachters hoe één en ander in zijn werk gaat. De poortwachters zijn in dit geval dames dus die hebben geen ervaring met deze toegangsdeur en vertellen hem dit ook.

Mijn bordje is leeg en ik ga afrekenen. Naast mij staat de man met de hoge nood en hij vraagt mij hoe ik dat heb opgelost om daar binnen te komen.
“Beste man.” Zeg ik. “De vraag is niet hoe je er binnenkomt maar eender hoe je er weer uitkomt.”
Als ik over zijn schouder kijk zie ik twee dames naar het andere toilet gaan. Hier zou je voor je lol de hele dag blijven zitten, maar dat is budgettair ondoenlijk.

©Prlwytskovsky.

De Visvrouw

Tags

, ,



Gezellig kuierend door het winkelcentrum krijg ik trek van de luchten die ik opsnuif. Gebakken vis bijvoorbeeld! Whooowh. Snel mijn mentale Tom-Tom instellen op “Lokale Vispik” en het spoor volgen.
Er staat gelukkig niet veel volk in de zaak. Een oude man met pet, waarschijnlijk Jan. Een ander figuur staat vol bravoure te wachten. Beide worden snel geholpen en ik haal diep adem omdat ik dan aan de beurt ben en mijn bestelling kan plaatsen, zoals dat in vaktermen heet.  Maar Jan toetst zijn pincode verkeerd in. Paniek! Twee dames van de bediening staan om Jan heen om hem te helpen en ik adem langzaam uit. Jaloezie maakt zich van mij meester want dat zou ik ook wel willen. Twee aantrekkelijke visw… dames onder handbereik.

Achterin de zaak staat een stuk chagrijn haringen schoon te maken als hij mij ziet en de situatie aan de toog. Zijn handen afvegend aan een oude dweil loopt hij op mij af en zegt met tegenzin: “Kankie hellepe?”
“Lijkt mij wel.” Zeg ik. “Want ik sta hier al een uur te wachten.” En vraag hem twee guppies. “Goed aan beide kanten doorbakken graag.”
“Guppies?”
“Ja Guppies, is dat zo raar? Ik krijg vanavond mee- eters en dus wil ik goed voor de dag komen. Heb hier om de hoek net peentjes gekocht en dus leek mij een visje erbij wel een goed idee.”
“Man, het is hier een zeevis handel, en geen sierviswinkel.” Het stuk chagrijn draait zich om en wil weglopen maar ik roep hem na dat ik gewoon twee dooie vissen wil kopen.
“Wat voor vis wil je dan hebben?” Draait hij zich geïrriteerd om.
“Hoe bedoel je? “Vraag ik. Doodnormale vraag toch? De visvrouw draait zich om en ziet mij staan.
“Ik help hem wel.” Zegt ze, het chagrijn opzij duwend. “Twee lekkerbekjes zeker?” Lacht ze.

Eindelijk een vrouw die mij begrijpt.

©Prlwytskovsky.