Zomaar wat woorden …


Een rendier dat stilstaat, een Antilope die rent en een Lamme Gier die kan lopen. Wist je trouwens dat een Lamme Gier met een groot bot ver de hoogte in vliegt en dat bot op stenen laat ketteren zodat het openbarst waarna hij de merg uit het bot slurpt?

Een kraai: ook zoiets. Gekscherend noemen mensen een doodgraver een kraai maar een echte kraai is toch wel even andere koek, bijzonder vind ik. Wist je dat als je die beestjes in het park voert met fijngestampte pinda’s dat ze jou de volgende keer al terug herkennen en meteen met je mee huppelen en vliegen? Hopend op wat snoepgoed voor ze. En wist je dat als er een kraai doodgaat dat de groepsgenoten takjes rondom de dode leggen, als eerbewijs en medeleven?

Mooi hé?

Maar mensen zijn anders. Massa mensen zijn wij geworden. Of voor mijn part kudde dieren. Voorbeelden en ontwikkelingen van de flora en fauna is aan de mens ontgaan merk ik. De mens doodt willekeurig beesten voor hun eigen genot. Of gewoon omdat het leuk bekt als zij bij hun vrienden zitten te keuvelen onder het genot van een illegaal gestookt biertje. Keuvelend over zomaar iets ontnemen zij daarmee de fauna hun eigenlijke biotoop. Een biotoop die onze mensheid in leven probeert te houden door bomen en planten te verzorgen en daarmee de belangrijke fotosynthese in leven houden. Fotosynthese ja.  Zomaar een woord? Nee nee fotosynthese is niets anders dan dat bomen zich voeden met zonlicht waardoor ze bladgroen produceren en de blaadjes hun kleur geven. Groene bladeren nemen zonlicht op als voeding en stoten daarbij overdag zuurstof uit. In de nacht is dat proces omgekeerd en nemen ze zuurstof op en stoten stikstof uit. Je kunt dit vinden onder het topic Chlorofyl  op google. 😉
Maar zou je daarom een plant op je slaapkamer willen hebben die jou zuurstof verbruikt? Mawahhh … één plantje zal niet zo erg zijn.

Van vrienden die een astmatische zoon hebben hoor ik dat zij laatst een Epipremnum hadden gekocht. Epi is een cm of dertig hoog met een stuk of vier blaadjes en die luchtzuiverend zou werken. Prima! Maar dan … een dag later melde zij dat die knul merkbaar meer lucht kreeg en de plant daarvoor bedankte. Vergezocht? Zal eerder psychisch zijn denk ik.

En verder? Kijk uit met oversteken. Want wandelen met een hond in dit beginnende heerlijke lenteweer nodigt uit om dromerig onder een auto te lopen. Maar ik heb geen hond, wel een auto maar die staat stil.

©Prlwytskovsky.

Advertentie

De Kattenhemel-54


  De opening en nog wat ….

Flyers zijn rondgedeeld en vlaggen opgehangen. Een heel raar en vreemd verschijnsel daar in die Rommelhemel. De Melkbar wordt namelijk vandaag geopend en dat is heel bijzonder daar. Alle beesten zijn mooi gekamd en geborsteld en lopen kwispelend en huppelend naar de hoofdstraat waar de melkbar staat.

Bunny Knijn staat achter de bar en schenkt alle lege schoteltjes en kommetje vol water of melk. Knabbeltjes zijn er maar zat en iedereen heeft het naar de zin. Er is zelfs speciaal voor deze opening een diner georganiseerd. Bob en Ko hebben dit allemaal geregeld en zijn apentrots dat het goed draait. Alle beesten schuiven aan, aan een tafel die heel mooi is gedekt en opgemaakt door alle vrijwillige beesten. En wow wat een feeststemming heerst er.
Natuurlijk zit Harry aan het hoofd van de tafel en voor deze gelegenheid is hij nu zichtbaar voor alle beesten. Charley maakt een foto en stuurt hem op naar het Rommelhemelse Suffertje. Altijd goed voor de klandizie.
Na het feest, als iedereen naar huis gaat, praten Bob en Ko nog even na met Charley en Harry.

“Nu dit zo’n succes was hebben Ko en ik nog een idee. Bunny kwam er mee aan en samen gaan wij dit idee uitwerken. Wij zeggen nu niks, maar pas al het klaar is nodigen wij jullie uit om te komen kijken.” En met een knipoog naar onze vrienden lopen en huppelen Bob en Ko weg.
“Potverdorrie,” Mauwt Harry nieuwsgierig: “Wat hebben die nou ineens?” Charley gniffelt en loopt zelfs te spinnen daar midden op straat. Harry probeert dat ook maar het lijkt meer op het geknor van een varkentje.

Dit was het weer voor vandaag. Ben jij nu ook zo vreselijk nieuwsgierig wat Bunny, Bob en Ko gaan uitvreten daar in de Rommelhemel? Maar daarover de volgende keer.

©Alley Cat.

Dialogen


                                             Dialoog in bed ….

Mijn aanstaande ex-vriendin en ik liggen samen in bed. Met onze handen onder onze hoofden kijken wij beide naar het plafond en filosoferen …
“Schattie” vraagt ze opeens: “ben ik de enige in je leven?”
“Ja hoor dat ben je.”
Even stilte en dan …: “ben ik echt de enige?”
“Ja hoor schat, je bent echt de enige in mijn leven.”
“Dus er is echt helemaal niemand anders op dit moment?”
“Nee schat, er is nu niemand anders in mijn leven, alleen jij.”
“Was er vóór mij dan niet iemand?”
“Vóór jou waren er: Madeleine, Lucille, Marjoleine, Julia, Nellie, Ria, Irene, Anneke, Mirjam, Corrie…
Schatje-schatje waar ga je nou heen, waarom loop je nu ineens weg?”

                                         Dialoog met vrienden ….

“Laat je nieuwe wasmachine eens zien Peet, ik ben zo nieuwsgierig hoe die er uit ziet.”
“Nou kom maar mee dan, hij staat hiernaast.”
“Ohw heb je er zo één, die ken ik want die heeft mijn schoonzus ook en zij is er erg over te spreken.”
“Moet je kijken, hij kan …….”
“Onze zoon heeft dat andere merk, kan er even niet opkomen maar het is er eentje uit de top 3 merken.”
“Ja maar deze ……”
“Die van ons is al 11 jaar oud en doet het nog zo lekker.”
“… heeft een één knops bed……”
“Hoeveel liter water verbruikt deze?”
“Negenenv……”
“Die van ons doet het met 55 liter.”
“eertig…..”
“En die van onze zoon gebruikt 50 liter.”
“Deze is erg geruisloos en …….”
“Zullen we weer naar binnen gaan Peet, ik krijg trek in m’n wijntje; leuk joh, succes ermee en erg aardig van je dat je hem even liet zien aan ons. En kijk eens naar die ketting die ik van mijn man heb gehad.”
“Tja, ik ga een biertje halen voor je man en mij, jij hoeft geen wijn meer hè, want jij gaat toch zo weg.”

                                         Dialoog van een echtpaar ….

De vrouw komt trots de woonkamer binnen en zegt tegen haar man:
“Zie je niets aan mij”?
“Je hebt nieuwe schoenen”?
“Hoger …….”
“Nieuwe jeans”?
“Hooger …….”
“Nieuw truitje”?
“Hoowgerrr …….”
“Je hebt het plafond gewit”?
“Nee lul, ik ben naar de kapper geweest!”

©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-53


        De nieuwe Melkbar.

Dat het in de rommelhemel een zooitje van jewelste is hoef ik je niet te vertellen, hé? Maar toch zijn er ook leuke dingen te vinden als je maar goed zoekt. Het onderwerp ‘Melkbar’ tilt zwaar aan onze vrienden en ik ben benieuwd of zij daarvoor nu een opzetje gaan maken. Want als ik het goed begrijp zijn zij er nu heel erg druk mee bezig, al wil Charley daarvoor het woord niet hebben. Harry wel. Die ziet dat al helemaal zitten.

Als Charley en Harry langs de locaties lopen raken ze helemaal in vervoering met als gevolg dat er een melkbar moet -en zal komen! Tobias komt er aan gevlogen en gaat erbij zitten.
“Wat is de bedoeling?” Vraagt Tobias.
“Nou, hier willen wij de melkbar gaan maken maar we weten niet wie er dan moet gaan bedienen. En ook weten wij niet hoe wij aan drank en vreetjes kunnen komen.”
“Jullie hebben Gerrit al gevonden begrijp ik?“ Vraagt Tobias. “Maar kijk uit voor hem want die lult alles door naar figuren die dat beter niet kunnen horen. Maar ja: dat kan ook een voordeel hebben.”
Charley en Harry kijken elkaar niet begrijpend aan en vragen aan Tobias of hij nou alleen komt om te ouwehoeren of om mee te helpen?
“Weet je wat? ” Mauwt Harry. “Laten we Bob gaan halen, en Ko. Die hebben vrienden hier, dan moet het goedkomen.”
Charley kijkt hem scheel aan, dat wil zeggen: in de richting waarin hij vermoedt dat Harry staat. Want onzichtbaar zijn kan dan wel leuk zijn maar toch eigenlijk ook weer niet.

Het gebouw is gevonden en alle dieren komen helpen om te verbouwen en er iets moois van te maken. Bob en Ko hebben de leiding en dat werkt prima. Tobias vliegt rond om te vertalen. Zienderogen flonkeren de sterretjes er van af en de melkbar begint vorm te krijgen. Helaas is er geen visboer in de straat om bijvoorbeeld een makreel te jatten, iets dat Harry graag mocht doen in de kattenhemel.
Ko heeft een idee voor de bediening. Er loopt nog een vrouwtjeskonijn rond die niets te doen heeft dus die stop ik achter de bar. En Harry’s ogen lichten op als hij dit hoort. Bunny’s in de melkbar, het moet niet gekker worden. Maar de realiteit zal anders uitpakken dan Harry ooit kan vermoeden.
Binnenkort wordt de melkbar geopend en dat zal me een feest geven daar. Alle beesten zoals honden, cavia’s en konijnen, maar ook andere beesten maken afspraken bij de kapper en de pedicure en laten zich toonbaar maken.

In het wekelijkse Rommelhemselse Suffertje wordt melding gemaakt dat er iets groots staat te gebeuren. Bij het lezen hiervan geven Charley en Harry elkaar een Hi-Five en hebben het vreselijk naar hun zin.

©Alley Cat.

Oom agent


“Hoe is uw naam.” Vraagt oom agent aan mij.
Je moet namelijk weten dat ik staande word gehouden, zoals een ordinaire aanhouding in politietaal heet.
“Achtermeijer” zeg ik achteloos. “Zonder K.” Het jonkie stopt met schrijven, kijkt mij aan en zegt niets. Door een bruuske hoofdbeweging zakt zijn iets te ruim bemeten hoofddeksel een beetje scheef. De kinderhand met tere breekbare vingertjes schrijft verder.

“Wat heb ik misdaan?” Vraag ik.
“Moneer, wij zijn met een algeheel onderzoek bezig en controleren daarom iedereen. Mag ik uw identiteitpapieren zien?”
“Heb ik niet!”
“Heeft u niet?”
“Nee, heb ik niet.” Blaf ik terug.
“Moneer, u dient zich te allen tijden te kunnen identificeren, zo is de wet.” Probeert hij mij af te troeven.
Een hoofdagent komt aanlopen en vraagt aan oom agent of het allemaal wel gaat lukken. Het probleem wordt uitgelegd en beide kijken mij vragend aan.
“Wat?” Vraag ik met verbaasd opgetrokken wenkbrauwen.
“Laat even je ID card zien.” Sommeert de hoofdagent mij.
Ik peuter het stukje plastic uit mijn binnenzak en toon het vol trots. Zwijgend worden mijn gegevens genoteerd en ik krijg mijn plasticje terug.
“Zo is het in orde.” Zegt de hoofdagent met een ingehouden glimlach.

Ik neem verderop plaats op het terras, vlakbij Oom agent. Ik bestel koffie. Met smaak slurp ik aan mijn koffie en kijk hierbij het agentje op zijn vingers. Eerst kijkt hij één keer naar mij maar dan steeds vaker en vervolgens loopt hij weg van zijn standplaats.

Jammer, eindelijk eens wat vertier op straat maar als ik kom kijken lopen ze weg.

©Prlwytskovsky.

DeKattenhemel-52


                    Gerrit.

Op een willekeurige doordeweekse zondagavond lopen Charley en Harry hun rondje door de rommelhemel over een smal donker paadje. Langs ritselend struikgewas lopen ze op de donkerzwarte abdij af.
“Zullen we de andere kant oplopen?” Informeert Harry met een bibber stemmetje.
“Nee Harry: wij gaan daar kijken.” Mauwt Charley kordaat. En eigenlijk zouden ze liever allebei teruggaan maar ze durven dat niet te bekennen.

Een hele grote houten deur met ijzeren strips bewerkt proberen ze open te krijgen. Tergend langzaam gaat die deur piepend en krakend open. Hun kattenmondjes vallen wijd open van verbazing en van ontzag. Ontzag voor deze hele grote ruimte die wel heel erg hoog is. Hun nageltjes die tijdens het lopen op de grond tikken worden door de echo versterkt en lijken wel mokerslagen.
“Ssst ….” Fluistert Harry. En beide staan doodstil met gespitste oortjes te luisteren. Het lijkt wel vogelgefladder wat ze nu horen, maar dan heel zachtjes. En dan ineens die wind langs hun kopjes .. ‘woesj-woesj-woesj …’ Klinkt het. En ze duiken angstig weg onder de banken.

Na een tijdje zijn ze onder de banken door naar voren geslopen en daar zien ze hele grote beelden die doodstil staand met hun handen wijzen. Maar daar, bovenop de kansel, daar beweegt iets. Muisstil blijven ze zitten; van nieuwsgierigheid maar ook van angst. Tot het ‘woesj-woesj’ ding weer beweegt en vlak voor hun neusjes gaat zitten. “Krrrasss-krrrrass” Horen ze het ding geluid maken. Als Charley nog eens goed kijkt ziet hij een Kraai of een Roek maar een Raaf kan het net zo goed zijn. Eng is het zeker. Charley kruipt dicht tegen Harry aan maar die rilt ook als een rietje.
“Wat ben jij voor een apparaat? “ Vraagt Charley. Onzichtbare Harry slaat zijn voorpoten om het zwarte ding heen en houdt het zo gevangen.
“Het voelt aan als een vogel.” Miauwt Harry. En dan begint zowaar de zwarte vogel te praten op een manier dat Harry en Charley dat kunnen verstaan. Ondertussen pikt de zwarte vogel op Harry’s kop dat hij hem los moet laten. De zwarte vogel vertelt dat hij in de donker zwarte abdij woont, helemaal bovenin tegen het dak aan. En hij bewaakt alles als het nacht is. Ook weet hij waarom deze twee katten hier zijn en daarom doet hij niet eng.
“Wij zijn Charley en Harry.” Zegt Charley wantrouwend. “En hoe heet jij?”
“Ik heet Gerrit en ik ben een kraai. Want kraaien heten namelijk altijd Gerrit.”
“Aha.” Mauwt Harry ineens. “Kraaien zijn de spionnen van de andere wereld dus wat vreet jij hier uit?” Maar Gerrit vliegt weg en verdwijnt in het donker.

De vrienden kijken elkaar aan en vinden het hoog tijd om hier weg te gaan. Weg uit dit griezelige hol.
“Hadden we nu maar een melkbar.” Moppert Harry.

©Alley Cat.

Those days …


Mijn werkgever schoof twee oprijbinten op de laadbak en een tirfor takeltje want daarmee kun je die compressor op je auto trekken zei hij. Compressor? Vroeg ik. En hoe werkt dit? Maar schouderophalend draaide hij zich om en liep terug het kantoor in.
Mijn opdracht was om op Rotterdam-Heijplaat een compressor te laden en die naar een scheepswerf in Harlingen te brengen.
Mijn DAF had deze week een nieuwe houten vloer gekregen dus zou die compressor er zo wel makkelijk oprollen dacht ik. En ook een stel nieuwe rongen lagen erbij maar die paste krap in de gaten. Afijn: stophout op de laadbak gegooid en twee stuks van dat oranje bindtouw, want je weet maar nooit dacht ik. Fluitend ging ik op pad.

Op Rotterdam-Heijplaat stonden de mensen al te wachten en begonnen te lachen toen ze mij dat tirfortje zagen pakken.
“Haha wat ben je daarmee van plan?” Lachte ze.
“Nou, dat ding moet er toch op? Of hebben jullie een ander idee?” Vroeg ik.
“Haha…” Lachten ze weer. “Weet jij wel hoe zwaar dat ding is?” Nee, ik had geen idee.
“6.500kg, en dat wil jij met dat 2,5 ton takeltje erop krijgen?”
Ik hoorde ze onder elkaar praten over hoe zij mij konden helpen en de kraanmachinist zei dat als hij de veiligheid eraf haalde dat hij die compressor wel kon tillen. Maar dan alleen optillen en als die op hoogte is moet de chauffeur zijn auto eronder rijden.

Afijn, de kraan tilde met bedenkelijke kraak- en piep geluiden de compressor op tot laadbakhoogte. Ik stuurde mijn auto er netjes onder tot ik iemand ‘Hooo’ hoorde roepen waarna de compressor door de veiligheid van de kraan zakte en met een doodsmak op de laadbak terecht kwam. Ik werd door mijn stoel tegen het dak aan gelanceerd en stapte verbaasd uit. Lachend personeel knikte mij vriendelijk toe.
“Afbinden hoef je niet meer chauffeur.” Lachten ze. “Hij staat meteen al goed.”
Als ik goed kijk zie ik dat alle vier de wielen van de compressor finaal door de nieuwe laadbak heen zijn gezakt. Sjezes dacht ik, hoe moet ik dat uitleggen als ik terug bij mijn baas kom.

Ondertussen was het al drie uur in de middag en ik moest als de brandweer naar Harlingen. Files waren er gelukkig nog niet en dus kon ik aardig doortrappen met 85km/u. Want harder ging mijn DAF’ie niet. Richting afsluitdijk dus. Daarna was het nog maar een peulenschilletje om op het losadres te komen. Helaas waren ze daar net met een ploegenwissel bezig. Ik werd met koffie in de kantine gezet en men kwam mij wel halen als de kraanmachinist er was. Het werd 19 uur, het werd 20 uur …. En eindelijk om kwart voor tien ’s avonds werd ik opgehaald. Auto onder de kraan gereden en een sterke kraanarm takelde de compressor van de laadbak af. Alsof het niets was en zwenkte ermee de andere kant op. Vier grote gaten in mijn nieuwe laadbak achterlatend.

Mode was om dan de baas te bellen voor een retourvrachtje.
“Kom maar terug rijden en bij Amsterdam nog even bellen.” Zei een slaperige stem. Er was geen retourvracht maar wel de vraag om bij Den Haag nog eens te bellen. Ja, me hoela dacht ik en scheurde meteen terug naar Vlaardingen. Lekker me bed in.

Het gesprek wat daarna op het werk met mijn baas volgde, daarvan zal ik jullie de details besparen. Maar dat ik die compressor er niet met dat takeltje op en af had gekregen vond hij maar raar.
“Er staat toch duidelijk op het label dat het tirfor takeltje 2.500 kg kan hebben.” Probeerde ik nog, maar nee: Baas was goed boos! “En nou kan ik er wéér een nieuwe vloer in laten maken.” Jankte hij.
Ik liet hem en pakte mijn nieuwe rijopdracht uit het kastje. Een scheepsschroef laden bij HVO Vlaardingen.
‘Ohw en waarnaartoe?’
‘Ja: dat hoor je daar wel!!’

©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-51


Bob helpt een tandje.

De telefoon gaat en een knarsende kraakstem blaast in Charley’s oor dat hij ogenblikkelijk op het matje moet komen. NU …!!! Voegt de stem er briesend van woede aan toe.
Charley kijkt stomverbaasd naar de telefoon en smijt hem in de verste hoek van zijn kamer. Wat een onbeschoft stuk vreten was dat zeg. Charley pakt zijn werkmap en agenda en gaat op pad. Maar waarnaartoe eigenlijk? Wetend waar het hoofdkantoor is gaat Charley naar de donkerzwarte abdij en loopt zoekend door de gangen die nu gelukkig een beetje daglicht hebben en daardoor minder eng zijn.

Dan hoort hij die rot stem weer: “Jah hierheen!” Charley loopt een openstaande deur binnen en bij toeval nog de goede ook. Als hij nog eens goed kijkt wordt Charley ineens wit. Hij krijgt een lange witte baard van schrik. Want wie ziet hij daar zitten? Dat is die goochemerd uit het allereerste verhaal van de kattenhemel. Weet je nog, die chagrijnige chef muizenvanger? Met een grote dampende sigaar in zijn hoofd paft en blaast en briest hij de lelijkste miauwsels naar Charley.

“Hoe haal jij het in je hoofd om hier alle dieren te gaan voederen? Mijn afdelingsbaas heb jij in de cel gegooid en bijna de hele afdeling heb jij overgenomen. Wie denk jij wel dat je bent?” Paars aangelopen van woede bijt de kater een groot stuk van zijn sigaar af. Harry was ook mee gekomen en als de kater gaat staan legt Harry stiekem een punaise op zijn stoel. Als de kater na zijn scheldkanonnade met een plof gaat zitten vliegt hij meteen jankend tegen het plafond aan om daarna met een smak op de grond te vallen. Doodstil blijft hij liggen.

Harry was ondertussen naar buiten gerend en had Bob gefloten die er nu als de brandweer aan komt rennen. “Watister, watister …” Hijgt Bob en Harry neemt Bob mee naar binnen waar Charley hem even kort bijpraat.
“Dit is de kater die jullie al die tijd heeft dwars gezeten. Jij weet wel wat je er mee aan moet?” Vraagt Charley ten overvloede en Bob bedenkt zich geen tweemaal voor dit tweede buitenkansje. Hij haalt zijn grote tandengebit uit zijn binnenzak en ruilt dit om met zijn goedaardige gebit. Hij zet meteen zijn tanden in het nekvel van de kater en rent ermee weg. Waarnaartoe? Geen idee. Nooit heeft iemand ooit meer iets van deze kater gehoord. Gelukkig maar.

“Dat ging snel.” Zegt Harry. “Nu hebben wij gelijk een mooi kantoor.” En hij schopt hier en daar wat dingen opzij en creëert er een plek voor zichzelf. Charley bekijkt het bureau en de stoel en vind het maar niks. Maar ja: beter niks dan helemaal niks denkt hij. Snuffelend in de papieren ontdekt Charley een plattegrond van de Rommelhemel en hij speurt elk hoekje en gaatje af. “Joepieeeee ….” Veert Charley ineens overeind. Harry springt nieuwsgierig op het bureau en kijkt mee waardoor Charley zo opgewonden is geraakt.
“Dat is toch een schitterende locatie voor de nieuwe melkbar?” Wijst Charley op de plattegrond. En ze maken gebroederlijk een high-five.
Charley is van alles zo vrolijk geworden dat hij van blijdschap een slaapliedje zingt en Harry neuriet vals mee…
Wat zouden Charley en Harry allemaal nog gaan ontdekken in die enge donkerzwarte abdij? En zou er een gezellige melkbar komen denk je?
Ik zal er over schrijven. Maar nu schuif ik zelf ook mijn mandje in.

©Alley Cat.

Het jaar wisselt


Oud jaar was het gisteren. Oudejaarsdag en oudejaarsavond. Met knallende kurken en knullen die knallen veroorzaken. Totaal ongeïnteresseerd lopen ze door de straat met een zak vol vuurwerk en rotjes, schreeuwend en lachend. Maar wat is hun vermaak eigenlijk? Soms haalt er eentje een hand uit zijn zak en vanuit een andere hand licht iets op. De hand gooit iets weg en de knullen lopen verder. Even later een knal. Niemand van het groepje kijkt ernaar of reageert erop. Een zinloze bezigheid lijkt het.

Ondertussen bak ik ze lekker bruin. De oliebollen dus. Zodra ik er eentje kan vasthouden durf ik er pas in te bijten. Liever een brandblaar in me bek dan te wachten.
Half tien in de avond is het. Aan de overkant zie ik enkele knulletjes vuurwerk afsteken. Een grote vent staat er op afstand naar te kijken. Acht jaar schat ik die knulletjes, beslist niet ouder. Het ene rotje na het andere knalt. Ze werken wel goed samen want de één houdt het rotje vast en de ander steekt het aan. Het rotje wordt weggegooid en ze stappen daarbij twee meter naar achteren. ‘Kan gewoon niets gebeuren’. Zie je ze denken. Een paar tellen later doet hun zevenklapper zijn werk.

“Neem nog een oliebol?” Spreek ik mijzelf bemoedigend toe.
“Pffff …. Ik heb er al 9 op, nu even wachten hoor.” Zeg ik verontwaardigd.
Ja ja ik lul tegen mezelf. Gevolg van de leeftijd?
Maar om twaalf uur brandt dan eindelijk het echte vuurwerk los. Een pracht van een show ontvouwd zich boven Rotterdam en Schiedam, ja zelfs vlak voor me giechel door grote knallen vergezeld siervuurwerk. Op het mooiste vuurwerk word ik getrakteerd. Om kwart voor twee lijkt het voorbij en hier en daar gaat nog een vuurpijl de lucht in, en een luide knal met nog wat rotjes. Saillant detail hierbij is dat er een totaal vuurwerkverbod geldt en daar is weinig van te merken.

110 miljoen is er aan vuurwerk uitgegeven. In 2020 was het 77-miljoen en in 2019 70 miljoen en dan dit jaar dat de kroon spant. Maar toch zag ik op tv beelden van een verkooppunt in België waar op de kassa zo maar even €228 werd aangeslagen alsof het niks is. €228 in de fik steken en woesh … binnen tien minuten is je geld in rook op gegaan. Een knul lacht pochend in de camera dat hij voor €2.500,- aan vuurwerk heeft gekocht maar zijn maat doet een stuk beter. Die heeft voor €5.600,- aan vuurwerk in zijn woonkamer liggen. Ja echt waar: in zijn woonkamer!!!
Maar dan wel openlijk op social media klagen Nederlanders dat bijvoorbeeld de energiekosten met een paar honderd euro per jaar zullen stijgen en ook het levensonderhoud. Waar is het hier verkeerd gegaan denk ik dan?

Los van het mooie sier vuurwerk vind ik het zinloos weggooien van knallende rotjes een totaal geschifte bezigheid. Ik zie het niet anders dan een wegwerpaansteker kopen en deze ter plekke meteen weggooien. Zinlozer kan ik mij de leut van het verschijnsel ‘vuurwerk’ niet voorstellen. Prachtig om te zien, dat dan weer wel zolang een ander het maar betaald en ze muil houd over zijn schamelige maandelijkse uitkeringspecunia.

Maar het is weer voorbij. Na een katerig ontwaken is het dan nieuwjaarsdag. Het is angstig stil in de buurt en de parkeerplaatsen zijn overvol. Mensen bezoeken elkaar en kinderen bezoeken hun ouders. Zij wensen elkaar alles wat maar wenselijk is. Want zoiets doe je nu eenmaal op nieuwjaarsdag. Nietwaar? Het hele jaar horen of zien ze elkaar niet maar met nieuwjaarsdag is de gefingeerde vreugde met alles wat maar te wensen valt er niet minder om. Ik bijt nog eens een flinke hap uit mijn zelf gebakken oliebol en giet nog wat jenever naar binnen bij wijze van nieuwjaarsborrel. Mezelf ondertussen afvragend of ik niet nu meteen die feest-versier-zooi van de muren af moet halen en wegruimen of daarmee zal wachten tot morgen? Maar ja die traditie hè ….

Het wordt alweer schemer op deze eerste dag van het nieuwe jaar. Kerst en nieuwjaarskaarten van oude bekende die mij alleen met de kerst een kaartje sturen heb ik er genoeg gehad, met wensen die er niet om liegen. Maar zijn die wensen eigenlijk wel zo gemeend zoals zij beschreven staan? Snel die hele rotzooi in de vuilbak kieperen. Opruimen! Weg met die zooi! Alles stofzuigen en de herinnering aan 2022 met stofzuigerzak en al in de vuilbak smijten.
Maar dan die ene kaart, van haar. Ik krijg het niet over mijn hart om die weg te gooien.

©Prlwytskovky.

De Kattenhemel-50


              Bij de konijnen af.

“Een nieuwe dag met nieuwe kansen.” Miauwt Harry, die zich voor de spiegel staat uit te sloven met een halter en hij puft nog even door. Charley zit aan tafel en leest het Rommelhemelse Sufferdje. Bij een advertentie van de groenteboer stopt hij en er schiet hem ineens iets te binnen.

“Kom op Harry: wij hebben ineens haast, er is weer veel te doen vandaag.” Charley rent naar buiten en kijkt niet om naar Harry want die is toch onzichtbaar. Richting gaarkeuken rent hij en stormt tussen de dampende potten en pannen door op zoek naar die kok-poes.
“Groenvoer mot ik hebben!” Brult Charley en de kok-poes kijkt hem verbaasd aan. Ze vraagt schimpend of hij studeert voor konijn. Er komt een kruiwagen aangereden maar zonder dat iemand dat ding duwt. Charley commandeert de kok-poes om er sla en wortels in te gooien en dan als door een onzichtbare hand geduwd rijdt de kruiwagen naar buiten. Richting konijnenveldje.

Nieuwsgierig geworden komen de konijnen naar het hek. Nu niet dreigend maar met snuffelende wipneusjes zitten ze rechtop op hun achterpootjes naar de kruiwagen te kijken en vooral naar wat daar in ligt. Charley en Harry steken wortels door het hek en gooien er slablaadjes overheen. Alsof de konijnen in geen jaren te eten hebben gehad, zo snel is alles verdwenen. Harry is nu op het hek geklommen en Charley gooit de kroppen sla en wortelen omhoog naar Harry die het op zijn beurt ver weg het konijnenveldje op gooit. Het lijkt wel carnaval daar, eten en vrolijkheid als de weerga. Het is gewoon bij de konijnen af zeg maar. Ko komt naar het hek en snuffelt verlegen door het gras maar kruip zo steeds dichter naar Charley toe.
Op zulke momenten is Tobias altijd in de buurt en hij vertaald wat Ko tegen Charley zegt. Het komt erop neer dat de konijnen nu niet meer bang zijn voor Charley maar eerder dankbaar. De hele sprong konijnen komt nu naar het hek en allemaal kijken ze Charley wipneuzend lachend aan.

Charley hoort een harde plof naast zich en ziet de lege kruiwagen wankelen. Grommend miauwt Harry dat hij van het hek gelazerd is. Niemand durft te lachen.
“Kom op Harry, wij gaan een locatie zoeken om een melkbar te openen.” Roept Charley en als door een wesp gestoken is Harry ineens klaarwakker en komt met ideeën. Hij ziet het al helemaal voor zich.
“Eigenlijk moeten wij ook een beter hok hebben hé. “ Fantaseert Harry er op los. “Met kussentjes en kippenlevertjes.”
Charley zegt niets. Dat lijkt hem beter in zo’n geval.
“Laten we nog snel even met Bob gaan praten of hij nog een goed idee heeft.” En samen rennen ze weg.

Bob geeft aan ergens nog een illegaal flesje ‘met iets erin’ te hebben begraven en meteen is Harry weer te ruiken. Het gaat immers over drank. Gedrieën proosten zij en maken al pratend de fles leeg. Ondertussen heeft Bob ook ideeën over een melkbar, maar dat daar nou alleen melk en water geschonken gaat worden vervuld Bob met afkeer. Harry is het met Bob eens en ze lopen alle drie terug naar hun eigen onderkomens.
Vandaag zit het werk er weer op en moe geworden kruipen ze samen op hun kleedje en vallen in een diepe slaap.

©Alley Cat.