Echte liefde


Genietend van een mok koffie kijk ik om mij heen en zie een jonge vrouw zitten. In haar linkerhand klemt zij haar telefoon die zij dicht tegen haar oor drukt alsof niemand mag horen wat er gezegd wordt. Dan vloeien er tranen. Zij druk haar telefoon uit en stopt hem in haar tasje. Na haar ogen te hebben droog gemaakt kijkt zij in het rond en haar ogen ontmoeten mijn ogen en meteen begint zij tegen mij te praten ….
“Wat zijn vrienden eigenlijk voor dingen? Mensen zijn het in elk geval niet want net als je ze nodig hebt, verdwijnen ze.” En meteen steekt zij een sigaret op die zij met trillende vingers vasthoudt. Vuurroodgelakte nagels en doorgelopen oog make-up vertellen hun verhaal.

“Kom er even bij zitten. Wil je wat drinken?“
“Wat heb jij? Espresso? Doe mij er ook maar eentje dan”.
“Heb jij vrienden? “ Vraagt zij.
“Niet meer”.
“Net nu ik mijn vrienden nodig heb laten ze mij vallen. Ik had een nieuwe relatie en daar had ik met mijn vrienden over willen praten maar nee: net nu laten ze mij barsten”.
“Maar daar kun je toch thuis over praten.” Zeg ik. “Met je ouders misschien?”
“Heb jij dan nog ouders waarmee je kunt praten?” Vraagt zij mij op de man af.
“Nee”.
“Familie, of vrienden die jou privé kennen“?
“Nee alles is uitgestorven.” Antwoord ik haar eerlijk.
“Hoe kom jij er dan bovenop? Na een gecrashte relatie?”
“Niet”. Zeg ik. “Ik kijk altijd wat de dag mij brengt en maak daar het beste van.”

Een jonge knul komt aangelopen en hij gaat naast de vrouw zitten. Meteen draait de vrouw zich naar hem toe en vergeet mij. Vier armen slaan zich om elkaar heen en alsof er niets anders in de wereld bestaat lopen de vrouw en de knul omarmd het pad af, mij verbaasd achterlatend.

Is dit dan echte liefde?

©Prlwytskovsky.

Nightrider


Vroeger toen er nog kuilen in de weg zaten en er bintjes werden verkocht die nog te vreten waren in combinatie met grote spruitjes die men eerst geel liet koken, in die tijd maakte ik Gods wegen onveilig door er met mijn truck overheen te denderen. Jahhh vroeger hoor ik jullie al zeggen, gaat’ie over vroeger zeuren.
Nee nee ik ga niet zeuren, maar ik was destijds een cowboy op wielen en droeg zelfs van die harige klompen die ik vervolgens uittrok als ik ging rijden en daar wil ik het even over hebben; niet zozeer over die klompen maar over dat tijdperk en hoe het er in die tijd aan toeging.

Mijn truck had 3 pedalen. Het linker pedaal werd weinig gebruikt en vertoonde hoegenaamd geen slijtplekken. Het rechter pedaal was glad afgesleten, maar het middelste zag er als nieuw uit want dat was het rempedaal. Dat had je immers niet nodig want een auto is om te rijden en niet om mee te remmen. Al krijg je daar tegenwoordig andere ideeën over als je sommigen wegmisbruikers ziet gaan. Maar ik had het over mezelf en niet over anderen.

Het was in de begin 70’er jaren dat ik tegen middernacht bij grensovergang Bergh-autobahn mijn papieren had afgehaald. Ik stuurde mijn paard naar de A12 en schakelde op naar hogere versnellingen. Er zaten zes versnellingen op met een voorschakelbak dus ik moest een aantal keren aan mijn paal rukken eer ik op snelheid was. Eindelijk scheurde ik naar Rotjeknor. De snelheidsmeter wees 106 km/h aan. Ik trok mijn klompen uit, zette mijn linkervoet op het dashboard en de radio aan. Tijd om een shaggie te draaien vond ik, toen er naast mij een blauwe gloed zichtbaar werd. Er scheurde een Porsche langszij met het blauwe zwaailicht aan. Dat wordt diep in de buidel tasten dacht ik toen de agent zijn megafoon pakte en vroeg of ik het landingsgestel uit wilde klappen en mij aan de snelheid wilde houden. Vaderlijk hief hij waarschuwend zijn vinger naar mij op en de Porsche verdween in het donker.

Het zat mij niet mee want bij Reeuwijk werd ik door een blauw VW busje van de weg gehaald en naar de parkeerplaats van de daar gesitueerde Alberts-corner geleid. De man in uniform stelde zich netjes voor als wachtmeester en vroeg mij of ik mee wilde lopen om naar mijn verlichting op de aanhangwagen te kijken.
”U heeft maar één achterlicht.”
“Nou dat lijkt me sterk agent”.
“Mijn rang is wachtmeester”. Zei hij en samen liepen wij naar de achterkant waarbij ik hem de twee achterlichten toonde die wel degelijk aanwezig waren.
“Maar er brandt er maar eentje.” Zei hij.
“Ja agent, maar ik heb twee achterlichten en niet zoals u daarnet zei dat ik er maar eentje had.”
“Mijn rang is wachtmeester.” Reageerde hij geïrriteerd. Ik schroefde het lichtkapje eraf en zag dat het bolletje los in het kapje lag. Het lampje draaide ik er weer in en zei vol trots: “kijk agent: hij doet het weer.”
“Als u mij niet met mijn rang wenst aan te spreken dan slinger ik u alsnog op de bon.”
“Goed agent, ik zal u met wachtmeester aanspreken.”
“Is het nu afgelopen, ik behandel u normaal en u neemt mij gewoon in de maling.”
De man werd kwaad dus ik liet het er wijselijk bij zitten want ik wilde graag verder rijden naar het losadres en dan nog even naar bed. Hij wuifde naar mij dat ik weg kon en stapte in zijn donkerblauwe VW bus. Ik wachtte nergens meer op en stuurde de A12 op richting Rotterdam.

Op het losadres was alles in diepe slaap gewikkeld. Het was immers 2 uur in de nacht. Goed idee vond ik en dook ook mijn mand in. Na enige tijd werd er hevig op de deur gebonkt. Er stond een agent met fiets naast mijn auto die mij vertelde dat ik hier niet mocht parkeren.
“U staat weliswaar onder een lantarenpaal maar desondanks op de rijweg en dat is hier ter plaatse gevaarlijk.”
Mijn antwoord bezorgde mij een proces verbaal wegens het krenken van een agent in functie. Niet één argument hielp meer en mijn auto moest en zou naar een zijstraat. Sinds dit voorval heb ik iets tegen gemeentepolitiemannen.

En die spruitjes? Ach, tegenwoordig koop ik van die kleintjes die ik bijtgaar kook want ik ben een bezadigd mens geworden.

©Peter.

About de buuf



De karretjes waren hartstikke op bij mijn geliefde buurtsuper en dat betekent meestal een drukte van jewelste. Er kwam iemand buitenstrompelen met een overbeladen kar met voer. Geduldig wachtte ik tot zij de inhoud had verwijderd en ik er met haar karretje vandoor kon om vervolgens op te gaan in de shoppende massa, hongerig zoekend tussen de schappen. Zo gek kon ik het niet verzinnen of het was aanwezig. Een verschijnsel dat ik kort geleden niet als zodanig kon verwoorden maar daar heb ik al eens een verhaal over geschreven. In no-time stond ik weer buiten in de volle lente zon. En ik had het me daar naar me zin zeg.

Om de hoek bij de bloemenboer liep ik mijn buurvrouw bijna letterlijk tegen haar lijf.
Een buuf die eigenlijk nog nooit door mij is beschreven. Ze heeft een speciaal plekje in mijn hart maar het lot heeft altijd anders voor ons beslist dat wij elkaar op verkeerde momenten ontmoetten.

Ik vertel dit nu even in het volste vertrouwen, hè. Dat dit dus even onder ons blijft en niet wereldkundig wordt.
Vandaag leek het helemaal anders te verlopen want ze bleef zowaar staan en praatte met mij terwijl ik een blik wierp op haar mooie donkerblauwe ogen en ze rook me daar een partij lekker zeg.
In een ver verleden had ik haar eens zover gekregen dat ze mijn toenmalige optrekje durfde te betreden alwaar wij samen een fles met een ondefinieerbare inhoud ontkurkte, decanteerde en soldaat maakte. Daarna heb ik haar nooit meer gezien. Lag dat aan de wijn of tarten wij destijds ons lot met dit Bacchanaal?
Ik gaf aan dat er altijd een flesje wijn in voorraad is omdat je immers nooit weet wie er aanbelt. Ze lachte al haar tanden bloot. Godallemachtig wat een heerlijke aanstekelijke lach spreidde zij ten toon inzake deze opmerking van een heikneuter als ik.
Buufje zweefde ondertussen weg van mij en ik keek gebiologeerd- en vooral gehypnotiseerd om en zag haar zich parmantig voortbewegen. Ja zij zweefde als het ware op haar charmante ver weg van mij. Mij ondertussen in trance achterlatend.

Degene die zweefde was ik zelf omdat ik bijna van de stoeprand af lazerde en met mijn volle boodschappentas tussen de geparkeerde auto’s belandde. Net op tijd wist ik met allerlei goocheltoeren mijn roer te behouden en begaf mij met een gevoel van zeer groot welbehagen naar mijn Fiat.
Deze euforie was slechts van korte duur want drie auto’s voor mij zag ik een figuur in uniform die iets stond op te schrijven om vervolgens een geel gekleurd afscheursel onder de ruitenwisser van het betreffende voertuig te stoppen. Alarm dus en ik rende het laatste stukje naar mijn vervoermiddel, smeet de volle tassen in de achterbak, startte en wilde wegscheuren. Op dat moment kwam die galbak tussen de andere auto’s vandaan, noteerde mijn kenteken en keek mij hierbij met een valse blik aan. En dat, terwijl ik mij al op de rijweg voortbewoog! Ik probeerde nog iets leuks door mijn schouders op te halen en er raar bij te kijken, iets dat voor mij niet moeilijk is maar die rotkop keek steeds chagrijniger. Toen hij met grote halen mijn bon uitschreef gaf ik vol gas en kon het niet laten om bij wijze van groet mijn vuist te ballen en die tegen hem op te heffen. Een daad die door deze gendarmerist hoogstwaarschijnlijk verkeerd werd geïnterpreteerd.
Eenmaal thuis deed ik de buitendeur open en een heerlijke temperatuur kwam mij tegemoet, vergezeld met de nodige zonnestralen.
Het is zomer zowel buiten als tussen mijn oren en ik dacht even terug aan mijn buufje.

Ondertussen zet ik alvast de glaasies klaar want je weet maar nooit ….

©Prlwytskovsky.

De lift



De liftdeuren gingen open en ik liep naar binnen. Mijn altijd glimlachende buurvrouw stond er al in.
“Goedemorgen buurvrouw, u gaat naar beneden neem ik aan?”
“Ja, jij toch ook? Anders moet je maar gratis met mij mee reizen.” Zei ze lachend.
“Ja, ik ga ook naar beneden. Eens kijken of mijn brievenbus nu vol met geld zit.”
“Hahaha ….” Lachte ze: “Daar kun je lang op wachten.”
“Trouwens, van de week stond ik op de galerij toen je thuis kwam en ik zag je parkeren. Nou, je stak hem er in één keer in, hartstikke goed zeg.”
“Tja buurvrouw, ik zal niet zeggen dat ik hem overal insteek maar dit is wel één van mijn sterke punten.”
Ik zag haar denken en kon bijkans haar antwoord voorspellen.
“Ik had het over je parkeerkunsten.”
“Ik begrijp het buufje, waar zou het anders over kunnen gaan?”

De liftdeuren gingen open en wij liepen eruit, dat wil zeggen: zij dribbelde eruit.
Ze heeft een sensueel vrouwelijk loopje maar vooral een paar vreselijk lekkere benen. Ze gaat het weekend weg en komt maandag weer terug vertelde ze.
Kijkend naar haar benen dacht ik: als er niets tussen komt zie ik die pas volgende week weer.

©Prlwytskovsky.

Airmiles



Jaren geleden was air-miles een product waar mensenmassa’s gek van werden. Weet je nog? Over die air-miles wil ik nu even wat dieper ingaan, in de privé sfeer dus.

In mijn laatste huwelijk hadden mijn toenmalige echtgenote en ik beide een air-miles pasje. Menigmaal werden er punten bijgeteld en evenzo vaak er weer afgehaald, door haar wel te verstaan want mij kon het geen moer schelen. Puntje meer of minder vond ik geen punt.
Na onze scheiding zat ik met een air-miles pas met daarop 3000 punten, genoeg om mee naar Tokyo te vliegen; vooropgesteld dat ik dat zou willen. Wat moet ik daar nog mee vroeg ik mij af. Dus de site van air-miles afgesnuffeld en een regel gevonden waarin werd aangegeven hoe te handelen bij een scheiding en hoe de air-miles boedel, simpel verdeelt kon worden.

Ik tikte het vermelde telefoonnummer in en wachtte geduldig af tot ik een echt mens aan de lijn kreeg in plaats van een computerstem. Het echte mens reageert met: Hallo.
Verheugd, nadat ik maar 16 minuten hoefde te wachten, noem ik mijn naam en leg mijn vraag voor aan de dame in kwestie.
Mijnheer, u kunt de air-miles alleen op uw naam overschrijven als u uw ex een formulier laat ondertekenen waarin zij afstand doet van haar tegoed en dat in tweevoud opstuurt naar de air-miles redactie. Alzo fluistert een lieftallig stemmetje in mijn oor. Want alleen dan kan het tegoed worden overgeschreven naar een door u aangegeven pas nummer. Zolang dit niet is geregeld kunt u beide over het tegoed beschikken.

Nahhh, daar kon ik het voorlopig mee doen.
Ik liet het maar op zijn beloop en deed niets met mijn air-miles. Ex wel. Die vulde- en nam op dat het een lieve lust was.

Enige tijd later werd ik door ex gebeld met de mededeling dat zij mijn air-miles op haar pas had laten overschrijven. Kwestie van even bellen met die air-miles club en dan is het meteen geregeld, zei ze.
Maar waarom werkte dat bij mij dan niet? Vroeg ik mij nogal luidruchtig af.

Naar bleek had zij dezelfde handelingen verricht als ik met dit als resultaat. Niks formulier, niks laten tekenen door mij. Wat een discriminerende teringbende is dat daar bij die air-miles club. Waarom gaat het wel van een leie dakkie als een vrouw belt en niet als een vent belt?

De volgende zaterdag was ik bij Gall & Gall om een fles jenever te kopen. Wilt u air-miles? Vroeg de verkoopster met een geil stemmetje?

Nee dank je zeg ik. Dat is alleen iets voor vrouwen!

©Prlwytskovsky.

Spijkerbroeken


Mijn spijkerbroeken vertonen tekenen van overmatig gebruik dus ik zal nieuwe moeten kopen. Ik begeef mij naar de spijkerbroekenwinkel waar ik altijd kom en kijk er belangstellend rond. Rekken vol spijkerbroeken hangen er maar mijn maat hangt er niet tussen. Heb ik dan zo’n buitenmodel maat of kijk ik verkeerd? Al 15 jaar dwing ik mijzelf te geloven dat ik maat 52 heb. Eindelijk ontdek ik een rek met de goede maat en grijp enkele spijkerbroeken van het rek, blauwe en zwarte. Meer een wanhoopsdaad dan ik het verstandelijk kan beredeneren. Met drie broeken neem ik mijn intrek in een pashokje.

Een pashokje voldoet beslist niet aan de norm van sociale woningbouw; een modern toilet is in vergelijking met een pashokje nog riant geschapen. Een spiegel en twee haken zijn aanwezig om mijn kleding aan op te hangen en een klapdeurtje. Dat deurtje reikt tot aan mijn knieën dus mijn onderbenen zijn voor iedereen zichtbaar. Het schouwspel is als volgt: ik trek mijn oude spijkerbroek uit maar dat lukt niet omdat hij niet over mijn schoenen heen wil en omdat ik op één been sta donder ik van de ene wand tegen de ander aan en deze kraakt of het dak naar beneden komt.
Ik trek eerst mijn schoenen uit en vervolgens mijn vertrouwde spijkerbroek; dat werkt beter zo. Het halve klapdeurtje zorgt ervoor dat ik er op mijn onvoordeligst bijsta namelijk: een man zonder broek en op z’n sokken. Je ziet het voor je? Dan probeer ik de eerste spijkerbroek te passen maar ik krijg hem niet verder dan het schaambeen; ik kijk voor de zekerheid nog even of het wel de goede maat is maar er staat wel degelijk 52 op het label. Ik trek de broek weer uit en probeer de volgende. Hier schiet ik wel heel erg gemakkelijk in en de broeksriem zit ergens net onder mijn oksels.

Nu probeer ik de derde spijkerbroek, trek hem over het bekken en met enige inspanning krijg ik de knoop dicht. Zelfs de lengte is goed en langzaam adem ik uit. Schichtig ga ik ermee buiten het pashokje om mezelf in de daar aanwezige spiegel van op afstand te bekijken. Een blonde vrouw met een kind kijkt mij meewarig aan maar zegt niets. Ik ga terug naar het pashokje en doe de nieuwe spijkerbroek uit. Ik trek mijn oude spijkerbroek weer aan en dat voelt meteen zo vertrouwd aan want samen hebben wij al zoveel meegemaakt. Nee, dit was niet wat ik zocht. Opgelucht loop ik de zaak uit en verzin waar ik nu heen ga.

Aan de overkant zie ik een koffietentje waar ze appelpunten aanprijzen. Ik ren erheen en bestel koffie met een appelpunt en een dikke klodder slagroom. Naast mij aan een ander tafeltje zitten twee vrouwen met vol gepropte plastic tassen naast zich waar een paar bladen prei bovenuit steken. Het zijn Hema tassen en meteen denk ik aan Hema-worst op verse puntjes, raar toch eigenlijk hè? Ik vergeet mijn spijkerbroeken en ga als een speer naar de Hema.

Hoe dat verder ging is één van die geheimen van de stadsmens.

©Prlwytskovsky.

Tante


Mijn oom en tante hadden vroeger kippen. Ik praat dan over net na de oorlog dus over de eindjaren 1940 begin 1950. Zij woonden in een vrijstaand huis met grindpaden rondom het huis en een tuin waar je U tegen zei; met van die rood-groen gekleurde houten blinderingschotten voor de ramen die elke avond steevast gesloten werden door oompje. Dat huis staat er nog steeds in Bennekom aan de bosweg. Destijds aan de rand van het dorp maar tegenwoordig is de omgeving helemaal volgebouwd.

Als kind, ik was toen een jaar of vijf, keek ik vol bewondering en vooral angstig naar hoe de loonbedrijven de korenvelden aan het maaien waren waarbij de machines bijna tantes tuin inreden. Wat vond ik dat een avontuur om in tantes tuin rond te dwalen en naar die machines te kijken.
In mijn gevoel zat ik uren voor het kippenhok en vertelde hele verhalen tegen die beesten waarbij ik ze namen gaf zoals: Trudy, Petra en Christine. Hetgeen ter plaatse ten aanzien van kippen een zonderling verschijnsel was. Maar oompje lachte zich ondertussen een kriek om mij als hij met harde hand het kippenhok omploegde.
“Hoe heten ze ook alweer.” Vroeg hij dan?
“Trudy, Petra en Christine.” Zei ik, en wat had die man dan een lol.
Maar ik had het over tante. Tante is een hoofdstuk apart waar ik wel flink wat delen over zou kunnen schrijven maar vandaag hou ik het simpel.
Na heel wat jaren geen contact te hebben gehad bestond het volgende bezoek uit een condoleance bezoek want oompje was overleden. Op dat moment besefte ik pas hoe lang het geleden was dat ik tante had gezien want ik was ondertussen 29 jaar geworden en tante een ouwe tante.

Jaren later kneep tante er zelf zachtjes tussenuit. Op den duur zei tante niets meer en leek alleen maar te slapen. Maar elke zaterdag ging ik trouw naar haar toe om te zien hoe het met haar ging, of ze ergens behoefte aan had. En op één van die bezoekjes gebeurde er iets merkwaardigs. Elke keer als ik kwam lag tante bewegingloos te slapen maar net die ene keer daar gaat het nu even om, die ene keer deed tante haar ogen plotseling open en keek mij recht aan met een paar gitzwarte kijkers. Ze lachte zelfs en bewoog zwakjes haar hand. Ik pakte die hand en omklemde hem met beide handen. Het duurde enkele seconden maar dit moment zonder woorden vertelde mij een heel levensverhaal.
De week hierna overleed tante op 89 jarige leeftijd.

Vandaag, 43 jaar na haar overlijden, denk ik ineens aan dit moment en aan tante. Ik zie het weer zo duidelijk voor mij en mijmer …..
Jammer toch dat mensen doodgaan voordat je ze beter hebt leren kenen en te laat pas dingen tegen ze wilt zeggen.

©Prlwytskovsky.

Het weer


Het waait, het onweert, en de regen
valt met bakken uit de lucht.
Ik dank voor die hemelse zegen
en zoek een schuilplek op.
Mensen op de vlucht,
bang voor druppels op hun kop.

Een oude man zit lachend op een bank,
tegenover gebouw “De Rank”.
Een jonge moeder zwaait naar hem;
steekt over en haalt maar net de tram.

Iedereen klaagt over ‘t weer.
Te nat, te koud of te droog.
Mijn buurvrouw houdt haar eigen betoog
en vraagt: wanneer doen we het weer?

©Prlwytskovsky.

Jouw dossier


Patiëntendossiers & Elektronische ID-cards. Hoe ziet de toekomst er in Nederland uit als je de nieuwe elektronische identiteitskaart in bezit hebt en de patiëntendossiers inleesbaar zijn voor wie dit maar wil?
Een klein voorproefje? Oké: op z’n Prlwytskovskyaans ….

Telefoniste: Met Pizza shop Één punt is geen Punt, goedemiddag.

Klant: Middag, ik wil een paar pizza’s bestellen.

Telefoniste: Mag ik uw Sofinummer, meneer?

Klant: 635 4713053 19.

Telefoniste: Dank U, meneer Prlwytskovsky. Uw adres is Hogebomenlaan 80, uw vaste telefoonnummer is 13 11 13, het nummer op uw werk bij de lokale toiletpapier recycling is 111 31 113 en uw GSM 0613-131113. Vanuit welke locatie belt u ons?

Klant: Euh…. Nunspeet. Maar waar haalt u al deze info over mij vandaan?

Telefoniste: Wij zijn op het Systeem aangesloten, meneer.

Klant: Systeem, hm, juist ja. Maar mag ik twee pizza’s met ham, mozzarella en…

Telefoniste: Ik denk niet dat dit een goed idee is, meneer.

Klant: Hoezo, je denkt het niet?

Telefoniste: U lijdt volgens uw medisch dossier aan hoge bloeddruk en u hebt een te hoog cholesterolgehalte; uw ziekteverzekering weigert de gevolgen van schadelijk eetgedrag te vergoeden. Bovendien krijgen wij een boete voor deze leveranties.

Klant: Oh, juist ja. En wat raadt u mij dan aan?

Telefoniste: Probeert u onze Pizza met yoghurt en sojabrokjes eens. U zult dat ongetwijfeld heel lekker vinden.

Klant: Waarom denkt u dat ik dat lekker zal vinden?

Telefoniste: Uw vriendin heeft onlangs het boek “Lekkere recepten met soja” in de lokale bibliotheek geleend.

Klant: Ohw oké, stuurt u daar dan twee van. Een voor mij en een voor mijn vriendin.

Telefoniste: Goed. Dat kost samen dertig euro.

Klant:  Prima. Ik geef u het nummer van mijn creditkaart. Dat is….

Telefoniste: Sorry meneer, maar u hebt uw toegestane bedrag al overschreden. U zult cash moeten betalen.

Klant: Ook goed. Ik ga het bedrag wel even pinnen voordat uw bezorger er is.

Telefoniste: Dat zal niet lukken meneer, er staat niets meer op uw bankrekening.

Klant nijdig: Dat is uw zaak niet! Stuur die pizza’s en een beetje gauw, dan zorg ik wel dat ik het geld heb. Hoelang duurt het?

Telefoniste: U krijgt de pizza’s over een uur bij u thuis. Heeft u haast, dan kunt u ze hier afhalen en contant betalen. Maar pizza’s per motor vervoeren is niet aan te raden meneer.

Klant: Grrrlmpff … Hoe weet u dat ik een motor heb?

Telefoniste: Ik lees hier dat u uw afbetalingen van uw auto niet meer hebt kunnen doorbetalen en dat uw auto in beslag is genomen. Maar uw motor is betaald, dus ik veronderstel dat u die gebruikt?

Klant: … pieeeep pieeeep pieep ….

Telefoniste: Mag ik u verzoeken om beleefd te blijven meneer? U bent al eens veroordeeld wegens belediging van een ambtenaar in functie. Een tweede aanklacht zou niet best zijn.

Klant: ……….

Telefoniste: Anders nog iets, meneer?’

Klant: Nee! Of ja, toch wel: vergeet niet om ook de gratis liter Cola te leveren, zoals in uw folder staat.

Telefoniste: Sorry meneer, een uitsluitingclausule in onze vergunning verbiedt ons om gratis dranken, die suiker bevatten, aan diabetici te verstrekken. Wat dacht u van suikervrije Rivella? Die moet u natuurlijk wel betalen, maar…

Tuut-tuut-tuut ……

©Prlwytskovsky.

Kapperspraat


Aan je kapper vraag je of hij jou haar wil knippen. De kapper zegt dan gaandeweg:
“ik zal het hier ook nog wat bijknippen.”
Knippen op zich is iets waar je haar korter van wordt, maar het bijknippen lijkt mij zoiets van het afgeknipte haar er weer aanzetten.
“Ik vind het toch niet zo leuk hoor kapper, doe het er maar weer aan.”

Als de kapper dan eindelijk klaar is houdt hij altijd een spiegel achter mijn hoofd en zegt dan: “Zo, dit is weer een heel ander gezicht, hè Peet?”
Terwijl mijn gezicht juist aan de andere kant zit.

©Prlwytskovsky.