Hé Ma of Hema



Vroeger toen ik nog een beginnend plaaggeestje was frequenteerde ik wel eens het centraal station in Rotterdam. Rijen met wachtenden stonden er altijd voor de verkoopbalies. Ik zocht mij een nogal nieuw uitziende kaartjesverkoper uit en schaarde mij in de wachtrij. Toen ik aan de beurt was vroeg ik aan de man een retourtje. Waarheen dan? Was zijn tegenvraag.
“Nou gewoon, hierheen natuurlijk.”
“Maar u zult dan toch eerst ergens heen moeten om dan weer terug te kunnen komen.” Was zijn verweer.
“Nee wil ik niet. Ik wil hier weg en snel naar huis.”
Er werd in mijn rug gepord dat ik niet zo slap moest ouwehoeren want de achterop komende 300 man wilden ook met de trein mee.
“Doe dan maar een enkeltje Schiedam.” Zei ik. Bijna liep de kaartverkoper gillend weg toen een ervaren dame zijn plaats innam en mij het gevraagde kaartje verkocht.
“En nu weg wezen ja?” Siste ze door het doorgeefluik. “Wij hebben meer te doen.”
“Ja mevrouw”. Zei ik en zocht mijn trein op.

Maar dat was toen. Tegenwoordig moet je uitkijken met wie je grapjes maakt of wat je zegt. Er kunnen niet zoveel mensen meer tegen een geintje. Van de week bijvoorbeeld vereerde ik mijn geliefde warenhuis met een bezoek en vergat hierbij natuurlijk niet om een overheerlijke rookworst mee te nemen. Achter in de hoek hangt een bord met daarop: “Informatie balie.” Een oudere dame deed zo te zien haar beklag. De baliemedewerkster liet de dame praten om er vervolgens niet naar te luisteren. Toen de vrouw wegliep ging de baliemedewerkster met haar collega in een deuk. Onschuldig als ik ben melde ik mij aan de balie. De medewerkster veegde haar laatste vreugdetraan met haar handen af en kwam naar mij toe. Of ze mij kon helpen.
“Jawel ik wil graag informatie hebben.” Dan valt ze even stil.
“Waarover?”
“Nou gewoon, informatie zoals hierboven op dat bord staat. Dus informeer mij maar.”
“Maar dan moet het toch ergens over gaan?“ Vroeg zij verbaasd.
“Dat staat er niet bij geschreven.” Zei ik. “Maar wat voor informatie heb je zoal?”
“Ohw nou van alles maar als ik niet weet waarover u geïnformeerd wilt worden dan kan ik u niet helpen.”
“Dat vind ik nu zo jammer hè, ik wil serieus geïnformeerd worden, over van alles en u weigert gewoon om mij van dienst te zijn. Heeft u hier ook een meldpunt voor klachten?”
“Nou ja meneer, maar als u zich zo graag wil beklagen dan kan dat hier om de hoek.”
Ik draaide mij om en liep de hoek om naar buiten, naar de parkeergarage.
Arm kind dacht ik, die doet nu hoogstwaarschijnlijk haar beklag bij haar chef, terwijl er helemaal geen klacht binnenkomt. Hoe zou zij zich daar uit redden?
Moet ze maar geen oudere vrouwen achter hun rug uitlachen.

©Prlwytskovsky.

Ikke en de rest kan stikken

Tags

, ,


Ikke en de rest kan stikken zongen Ronnie & de Ronnies ooit. Zo ken ik mensen die de gave bezitten om een gesprek keer op keer binnen de minuut over zichzelf te laten gaan en daarmee oeverloos blijven door zwetsen.
‘Jaaa dat had ik ook want ik ….’
‘Jaaa bij mij hebben ze toen ….’
‘Jaah mijn buurman had dat ook en toen ….’
‘Jahh ik weet er alles van want ik ….’
‘Praat me er niet van want ik …’
Zulk soort zou je toch met liefde met een deegroller op hun bek slaan en zeggen: Hou nou één keer je muil dicht want ik was aan het praten! Egocentrisch ding dat je er bent!!!

Ik bedoel, ik zeg ook es iets over wat mij dwars zit maar mensen luisteren niet meer. Ze luisteren niet meer naar wat je zegt en luisteren vooral niet meer naar wat je eigenlijk probeert te zeggen. Nee, alleen maar ‘ik’ en nog eens IK is het credo! Maar ondertussen wel luisteren of er niet een gespreksopening valt waar ze meteen kunnen inhaken om met hun eigen verhaal het gesprek over te nemen. Omdat ik dergelijke mensen probeer te ontlopen houdt mijn gewetenswroeging mij uit mijn schoonheidsslaap omdat ik ook maar een mens ben. Dit draagt er toe bij dat ik mijzelf maar een lekkere borrel inschenk. Lost dat iets op? Nee!! Maar het gaat om het idee.

Vandaag de dag moet men anderhalve meter afstand houden tot elkaar. Dat deed ik toch al met de mensheid maar nu is dat anders en gerichter. Cor & Ona, die met die 4 Russen, bieden ons een zekere dodelijke toekomst- en zorgen die wij er liever niet bij hebben. In de lift met meer dan 2 personen wordt afgeraden. Buurtsupers staan met een telraam bij de ingang dat er maar niet teveel neuzen tegelijk naar binnen komen. En ondanks dat moeten de vakkenvullers bij onze buurtsuper met een geel hesje worden uitgedost omdat ze anders door hamsteraars onder de voet worden gelopen en onheus worden bejegend. Door hamsteraars ja. Lieden die er zelf een teringzooi van maken lezen hard werkend winkelpersoneel de les. Kan het nog gekker? Je zou dat volk ter plekke voortrazende ijzel stormen en hagelbuien toewensen, voor mijn part vergezeld van diep indalende testikels of spontaan uitvallende eierstokken.

Zonder de ernst van het Corona gebeuren te verliezen word ik die mediahype een beetje zat. Jaar in jaar uit zijn er tot nu toe meer mensen overleden aan allerlei griep soorten en ander ziektes maar daar hoor je nu even niemand over. Waarom niet? Was dat minder erg? Ik vraag mij af of ik mag denken op een manier dat er nu door farmaceutische bedrijven geld te verdienen valt? Bedrijven die allerlei medicijnen en een mogelijk Corona tegengif proberen te maken? Behoor ik als 70+ ouwe lul bij een doelgroep die te verstaan is gegeven om bij besmetting elke behandeling op te geven en een wisse dood te sterven opdat uitbundig feestvierend tuig bij besmetting de resterende quarantaine bedden kunnen bezetten? Recalcitrant als ik ben hef ik naar dit wereldgebeuren mijn twee middelvingers op.
Doe bijvoorbeeld eerst maar eens wat ik in mijn leven allemaal gedaan heb, en niet te vergeten wat mijn mede genoten gedaan hebben om ons Nederland op deze hoogte te krijgen. Nee, onze nakomelingen en huidige generatie maken zich druk over dat zij verstoken blijven van de social media en dat daarmee hun wereld in stort.

Omkijken naar iemand anders? Zorg voor iemand anders? Meelevendheid? En vooral luisteren naar wat iemand zegt en bedoelt?
Mijn advies? Beleef jouw dag zoals die op jou af komt. Waardeer wat je wel hebt en wees blij met de extra’s.

©Prlwytskovsky.

Ontbijt op bed

Tags

, , ,



In mijn glorietijd waarbij vriendinnen in allerlei soorten en maten in rijen voor mijn deur stonden kwam het wel eens voor dat er een ontbijtje werd genuttigd in bed. Meestal een beboterd sneetje (dubbelzinnig?) met een eitje en soms werd er een beschuitje geoffreerd. En daar wil ik het nu eens over hebben: over dat beschuitje.

Eten in bed is zo wie zo al iets waar ik van nature weerstand tegen heb, dat doe je maar aan tafel en in bed doe je weer andere dingen. Je slaapt er bijvoorbeeld in en sommige mensen worden er ook weer in wakker. Mijn eerste aanstaande ex vond het leuk om op zondagochtend met een kopje thee en een bord met een beboterd sneetje met jam weer het bed te kiezen. De hele zaak stond weliswaar op een dienblad en met haar kussen rechtop zat ze dan te genieten van de ochtendzon met haar ontbijtje: totdat ik wakker werd. Natuurlijk draaide ik mij iets te wild om en rekte mij uit waarbij ik zonder het te beseffen een lel tegen het dienblad gaf dat vervolgens kantelde en het resterende aanwezige ontbijt op het laken deed belanden. Ik zal je de dialoog die hieruit voortkwam besparen.

De volgende nacht begaven wij ons wederom ter rustte en lagen op enkele achtergebleven hard geworden kruimels die als schuurpapier werkte waardoor ik ze weer op me donder kreeg omdat ik mij vanmorgen als een hufter had gedragen. Als ik deze zin terug lees dan bespeur ik vrouwenlogica en daar heb ik nooit tegenop gekund.

In die tijd pleegde ik incidenteel nog wel eens na te denken en vond het nodig om haar te verrassen met een ontbijtje op bed. Ik ging in de sluipstand naar de keuken om een sneetje met roomboter besmeuren en een paar eitjes net hard genoeg te koken want dat had ik in die tijd wel geleerd, meer uit eigenbelang. Vol trots liep ik met het beladen dienblad terug naar de slaapkamer en ging op het bed zitten naast mijn vrouw, met het dienblad op mijn knieën. Ze sliep nog. Ik begon zachtjes haar naam te roepen en zag haar bewegen als teken dat ze langzaam wakker werd. Ze draaide zich ineens om en gaf daarbij een lel tegen het dienblad dat prompt omkieperde waarbij de inhoud in bed belandde. Verbaast keek ze mij aan en vroeg: “Wat ben jij nou aan het doen?”
“Nahhhh” zei ik, “het leek mij wel een aardige geste om op deze zonnige zondagochtend een ontbijtje voor je te maken nadat ik vorige keer het dienblad uit jou handen stootte.”
“Droplul, dan zet je toch eerst dat blad neer en daarna maak je mij pas wakker, OEN! Nou leg weer die hele zooi in bed en kan ‘ik’ alles weer verschonen.”
Ze smeet het dek van zich af en ging als een Neanderthaler tekeer om het bed af te halen, mij naast het nachtkastje achterlatend en ondertussen schimpend dat het allemaal mijn schuld is.
Nee, geen dankjewel, maar wel weer die vrouwenlogica die ik hier terug lees die ontaarde in dat zij mij hoe dan ook betichtte van onnadenkend handelen.
Daarna komt er een periode dat je als heer des huizes verweten wordt nooit eens iets te doen.
Eigenlijk moet ik dit iets objectiever weergeven.

Laatst was er weer iemand die best een beschuitje met mij wilde eten. Vroegtijdig gaf ik beleefd aan dat ze die tering beschuitjes maar bij haar eigen thuis moest opvreten maar beslist niet in mijn bed!
Vond ze een rare reactie van me.
Ik bedoel, je moet toch even wat lijnen uitzetten als er een nieuwe vlam opdoemt. Nietwaar? En het gekke is dat hoe meer ik ze af blaf hoe kleffer ze dichterbij komen.

Vrouwen en beschuitjes. Los van elkaar vind ik ze vreselijk lekker maar alsjeblieft niet samen in bed!

©Prlwytskovsky.

Bobby Solo

Tags

, ,



Bobby Solo. Wie kent hem nog? Nou? Volgens mij dus niemand meer, alhoewel hij nog wel degelijk aan de weg timmert. Zij het op bescheiden schaal zoals bijvoorbeeld een op voorhand failliet wegrestaurant langs een doodlopende weg openen. En die teloorgang is toch jammer want hij verdient beter.

Schitterende teksten zong hij met die donkere Italiaanse stem van hem. Zichzelf begeleidend op een diversiteit aan geluid voortbrengende apparaten zoals een piano of een gitaar, hand bediend dat wel. Niks elektrisch. Één nummer kan ik mij zelfs nog heel goed herinneren: Una Lacrina Sul Viso.
Begint het weer een beetje te dagen? Deze vraag heeft betrekking op de iets ouderen onder ons, de zestigers of mogelijk nog ouder.

In mijn middelbare schooltijd van 1963 was dit dus een grote hit. Gedraaid en geroemd door Herman Stok die de tophit op de zaterdagmiddag in zijn hitparade presenteerde. Wij, de schoolgaande jeugd van toen, konden natuurlijk feilloos Italiaans spreken en de titel van het nummer werd door ons dan ook meteen vertaald naar het Nederlands als ‘Een zeer vuile latrine’.
Erg vrij vertaald dat dan weer wel. Maar wij deden dat toch maar even.

©Prlwytskovsky.

Trumpology

Tags

, , ,



Sinds Donald Trump een tijd geleden bekend heeft gemaakt dat hij met het Parijs akkoord wil breken, en daarmee ook de hele milieufreak-bende aan de kant schuift, is dat eindelijk een gebeuren naar mijn hart. Ik bedoel, ik betaal me toch al scheel met bijdragen aan allerlei akkoorden die nergens toe leiden. De aarde warmt zich ondertussen van nature toch wel op. Kijk maar naar de voorgaande ijstijden en de perioden daarvoor, maar nu valt er immers dik geld aan te verdienen. Toch? Bovendien las ik van de week een artikeltje dat onder de antarctische ijskap een giga vulkaan boertjes laat en zodoende het ijs aan de onderkant laat smelten, waarbij ook nog eens het ons financieel welgevallige CO2 vrijkomt. Hoe dat precies werkt moet je zelf maar eens opzoeken.

Groene stroom bijvoorbeeld. Ik moet maar aannemen dat mijn stroom groen is om dan ontdekken dat gewone- of groene stroom nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Want wie laat mij zien of ik ook daadwerkelijk groene stroom binnen krijg? En is groene stroom eigenlijk wel goedkoper? Nee duurder zelfs. Maar het is goed voor het milieu, zo luidt de dooddoener voor alles waar geld mee te verdienen valt.
Op deze manier worden wij allemaal genaaid door dikke volgevreten bestuurders die hun eigen straatje goed schoon houden door alles en iedereen die daar tegenin gaat op voorhand al neer te sabelen of te bashen. Mensen die meer dan de Balkenende norm binnen schrapen werken mij op mijn geweten door mij te vertellen dat o.a. ik mij schuldig maak aan de opwarming van de aarde. Tenminste dat praten zij mij aan. En ik lig daar natuurlijk nachten lang van wakker.

Respect heb ik wel zeker voor regeringen en hun functionarissen zolang zij maar hun werk doen en niet oeverloos gaan zitten ouwehoeren en open deuren in trappen. Tegenwoordig wordt iedereen die maar luidruchtig genoeg protesteert uitgenodigd in praatprogramma’s voor een kopje thee en een aai over de bol. In plaats van ze een schop voor hun donder te geven en aan het werk te zetten en niet op de gemeenschap blijven lopen teren.

Hier in Schiedam kun je ook lachen hoor. Eindelijk tweet een gerenommeerd persoon iets waar ik mij in kan vinden en niet veel later wordt hij door een notabeel vermaant dat deze opmerking gewoon niet kan! Zijn antwoord?
“Sorry: ik zal dat niet meer doen!”
Dan ben je een vent van middelbare leeftijd … pfff. Godallemachtig zeg, en dat moet dan mijn stad leiden en naar hoger sferen brengen? Ze kruipen liever nog dieper in de reet van de mensen met aanzien. Natuurlijk heb ik dat duo verwijderd uit mijn media want zelfs ik ken mijn grenzen.

Er is ook een Schiedamse partij die de vinger op de Losse plek weet te leggen maar dan openlijk op Twitter, door randfiguren, wordt neergesabeld. En dat doet mij pijn. Ik bedoel iemand die voor mijn stad opkomt, die openlijk te kakken wordt gezet. Je zal maar met zoiets in de gemeenteraad zitten. Want daar horen deze discussies thuis, en niet op de sociale media!

Trump heeft gelijk. Men moet landen als bedrijven regeren en niet zoals nu met die zachte zoetgevooisde regeringsleiders. Ik kreeg als kind ook een schop onder me reet als ik niet meewerkte en ik heb er geen nadeel van ondervonden. Dus een keihard beleid voeren zoals eigen land en volk eerst is heus geen misdaad of doodzonde.
Maar ja: we hebben al geen eigen land en industrie meer over omdat alles verziekt en verkocht is door die geitenwollensokken figuren. Iedereen is tegenwoordig maar overal expert in en heeft overal verstand van.
Maar is dit wel zo? Of bepaald het salaris en de bonussen hun besluitvaardigheid?

©Prlwytskovsky.

Buren



Vandaag ben ik zo los uit het handje op pad geweest om voer, drank en meer van dat soort dingen in te slaan. Lopend wel te verstaan want een mens moet toch in beweging blijven nietwaar? Op de terugweg kom ik een buurvrouw tegen die ooit wel eens op vrijwillige basis bij mij op bezoek kwam en waar wij ons middels een drankgelag overgaven aan de geneugten des levens waarna wij ons nooit terug zagen. Nou zij dus, die ik tegen het lijf liep. Niet al te letterlijk maar toch. Met een kort gedag knikje gingen wij ons weegs.

Bij de flat ingang loop ik de bijkans tot het interieur behorende tuinkabouter tegemoet. Natuurlijk mee staan praten over koeien en kalveren maar vooral over zijn ziektes. Godsamme …. Alsof je nergens anders over kunt praten dan over ziektes, over dood of nog erger. Maar afijn de tuinkabouter was zijn verhaal kwijt als ik bij de ingang een andere buur tegenkom.
Buur en ik oreren er heftig- en luidruchtig op los. Wij kennen ons namelijk en praten vertrouwelijk met elkaar. Niet over koeien en kalveren maar nee, het gaat dieper. Wij zoeken ongewild en al pratende het diepste punt van ons gesproken woord op. Ik leg mijn gemoed bloot en hij houdt mij ongewild met zijn praat een spiegel voor. Dat schept toch een vertrouwensband vind ik. Een zeldzaam verschijnsel voor de medeflatbewoners alhier.

Ondertussen lopen, krukken en rolstoelen er lang vergeten- of voor mijn part dood gewaande of tot zeer onwelkome tot huisvlieg gereïncarneerde buren langs ons. Ja ook die zogenaamde aardige buuf waar ik ooit moeite voor deed zoals ik daarnet beschreef, passeerde ons. In een ver verleden had ik haar eens zover gekregen dat ze mijn toenmalige optrekje durfde te betreden alwaar wij samen een fles met een ondefinieerbare inhoud ontkurkte, decanteerde en soldaat maakte. Hierna heb ik haar nooit meer gezien. Lag dat aan de goedkope sulfietwijn of tarten wij destijds ons lot met dit Bacchanaal? Vergeefse moeite vond ik mijn love balts. Dat zij gezegd. Maar zij dus, die was het die ons passeerde en haar arrogante poezelige muil niet open deed en parmantig langs ons heen liep. Parmantig, zoals kwaadaardige buren kunnen blijkgeven en je het idee geven dat je tot een soort parasiterend stuk ongedierte behoort. Piggelmee is er ook zo eentje. Die loopt parmantig met zijn kuthondje vriendelijk lachend door het park maar scheld ondertussen iedereen voor rotte vis uit die hij maar tegenkomt. Marinier was hij ooit. Dat vertelde hij mij destijds toen hij nog vrijelijk tegen mij praatte waarna ik hem de bek snoerde en het nooit meer iets met ons werd.

Bij de lift staat een andere buuf te wachten. Zij vraagt hoe het met mij gaat. Dus ik zeg mwahh goed ja. En meteen begint ze met: nou met mij niet hoor want ik heb dit en ik heb dat en ik moet naar het Ziekenhuis omdat ……. en mijn man ….
Gelukkig komt de lift er aan en stappen wij in. Op de tweede etage moet zij er Goddank uit en dat geeft mij lucht om weer normaal te ademen en op groen te springen.

Buren. Een noodzakelijk kwaad of een sociaal gebeuren? Zolang de onderwerpen maar in mijn straatje passen kan ik er niet mee zitten maar ohweej als je vraagt hoe het ermee gaat. Dan graaf je in een beerput.

©Prlwytskovsky.

Harvest Moon

Tags

, , ,



Wat is de betekenis eigenlijk van deze woorden, wat bedoelt men ermee? Harvest moon. Een Harvester is volgens mijn vertaling niets anders dan een sprokkelende houthakker. Nogal platvloers hè? En moon is gewoon een maan; iets anders is dat niet. Dus een sprokkelende houthakkende maan? Niet echt iets om opgewonden over te raken.

Maar laten we eens verder denken en er dieper op ingaan. Als we dit nu eens lyrisch gaan bekijken dan is er toch wel meer van deze twee woorden te maken?
Als ‘moon’ bijvoorbeeld een aanduiding is voor een geliefde en de Harvester sprokkelt zijn dagelijkse veroveringen bijeen. Dat klinkt al beter hè?
En bij dagelijkse veroveringen moet je denken aan een woord, aan een lach, aan die ene aanraking; die glinstering in haar ogen. Je vertelt haar daarbij de mooiste dingen. Hand in hand lopend over een strand met een ondergaande zon onder een roodgekleurde hemel. Poëtisch toch?

Maar wie anders dan ik zou dit beter kunnen verwoorden dan Neil Young, die deze lyric bezingt op een manier dat je de player op repeat wilt zetten. http://www.youtube.com/watch?v=RMA-_ElvKsk 

Ik hoop dat jullie er ook van kunnen genieten, zoals ik dat deed, doe en ga doen.

©Prlwytskovsky.

Roeiers en Sjorders

Tags



Roeiers zijn figuren die niets anders doen dan roeien en sjorders doen niets anders dan sjorren. Het zijn echter wel degelijk eerlijke Nederlandse beroepen. Dit even ter verduidelijking. Maar wat heeft het één nu met het ander te maken?
Ja oké, een roeier is iemand die roeit en waar mogelijk met de riemen die hij heeft. Hij? Ja hij! Want ik heb nog nooit een vrouwelijke roeier gezien in het hierna bedoelde beroep. Typisch mannen beroep dus. Dat is met sjorders net eender, want ik heb nog nooit een vrouw zien sjorren.

Waar gaat dit nu over?

Denk eens even aan de scheepvaart. Er komt een zeeschip binnenlopen dat beladen moet worden. Dat een zeeschip binnen ’loopt’ is vakjargon en moet niet al te letterlijk worden genomen. Maar hij loopt dus binnen en moet worden aangelijnd, vastgebonden zeg maar. En dat doen dus roeiers! Roeiers leggen een zeeschip vast aan de kade. De link met sjorders is touw; meer niet. Een roeier maakt een schip vast en een sjorder de lading. Zo simpel is dat. Een loods daarentegen stuurt het schip veilig de haven binnen maar is tegelijkertijd ook een gebouwtje waarin bijvoorbeeld tuingereedschap wordt opgeslagen.

Wat een taal hé, “Nederlands.” Om gek van te worden toch? Maar zo weet ik er nog wel een paar …

Uitzonderlijk, zei de begrafenisondernemer: het is niet meer wat het geweest is en hij ging op kroegentocht. Dat hij zijn partijtje dammen verliest en ontdekt dat hij Rotterdam. Achteraf kun je bedenken dat het leuker is om met nonnen te dammen maar beter is dat je met Monnikendam. Theologen, Epilogen om maar te zwijgen over Psychologen. Psycho’s logen zo niet nog harder. Logen? Liegen zij nu niet meer?
Is een minister een mini-ster en papier een volgevreten Ier? Een kapper die is gespecialiseerd in onderscheidingen maar ondertussen met zijn handen in het haar zit. Of een scherpschutter die tegen zijn vrouw zegt: Ik heb je gemist.

Het is een wereld van spraakverwarringen, woordspelingen en misvattingen.

Maar om nu even terug te komen op die regel met die begrafenisondernemer. Uitzonderlijk zegt hij daar.
Uit-zonder-lijk! Zo kun je dat natuurlijk ook lezen.

©Prlwytskovsky.

Biologisch voer en de natuur

Tags

, , ,



Slenterend door de buurtsuper wordt mijn aandacht getrokken door een schap met biologisch voedsel. Vlees, vleeswaren en groenten worden opzichtig maar vooral opdringerig geëtaleerd. Het is wel ietsje duurder dan de gebruikelijke artikelen, maar ja: het is biologisch hè. En juist dat moet de buurtsuperaar doen overhalen tot aankoop. De verleiding niet kunnen weerstaan en dan voor deze keer maar een duo pak biologische tartaartjes in het wagentje gelegd. Gewoon om eens te proberen.

Keurig gebraden zoals te doen gebruikelijk met tartaartjes en het ruikt heerlijk kan ik je vertellen. Biertje opengetrokken en een bio-tartaartje uit de pan geplukt. Met een vork was er slecht door te komen en dus een vleesmes gepakt. Daarmee snij ik moeiteloos door het tartaartje heen. Helaas zijn mijn tanden minder scherp dan het vleesmes: het tartaartje is echt zo taai als de pest. En smaakloos ook nog. Bah! Zonde van mijn €2,67.

En hiermee heb ik dan een brug naar waar ik het eigenlijk over wil hebben. Natuur, milieu en het ingrijpen van de mens in deze; met de daarbij behorende gevolgen.

Kijk: de natuur is tijdloos! Dat zij gezegd! Dit in tegenstelling tot de mens. Mensen veranderen, verbeteren en vernieuwen in hun wereld dingen omdat het hun beter uitkomt maar de natuur doet dat niet; die blijft wat het is en verjongd zich alleen maar door de jaren heen. Een rozenstruik bijvoorbeeld zal over honderd jaar nog steeds een rozenstruik zijn, maar als de mens ingrijpt zal de kleur veranderen en soms ook de groeivorm. Wie zit daar eigenlijk op te wachten? En waarom ‘moet’ dit ingrijpende verzieken van iets moois?
Als de mens ingrijpt in de natuur gaat dat verkeerd; dat loopt dood. Letterlijk dood! Het is alleen maar te doen om de omzet door de diversiteit te verhogen en te vermeerderen, meer en veel, maar vooral ‘vernieuwend’ is het credo. Big deal.

De aarde raakt door dit ingrijpen verarmt en uitgeput, en door erosie zullen hele percelen verworden tot niets anders dan kale vlaktes waarop niets meer groeit. Dan heeft men het over biologisch voedsel en vernieuwde teel methodes. Maar jongens: dan heeft er op den duur toch niemand meer wat te vreten als wij op die methodes overgaan. Groenten moeten de grond worden uitgestampt om in de wereld- voedselbehoeftes te voorzien. Met alle mogelijke middelen.
Biologische groenten echter worden in veel kleinere hoeveelheden geteeld. Onder andere om het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen te gaan waardoor het ook langzamer groeit. Daardoor is er sprake van een veel lagere opbrengst dan de conventionele methoden en zal nog niet de helft van de monden gevoed kunnen worden met wat er daadwerkelijk voor de mensheid nodig is. Dus omdat er zoveel mensen zijn moet er ook méér voedsel geproduceerd worden.
Logische paradox?

“Waar maak jij je druk over man.” Zegt een knul tegen mij als ik hierover oreer tegen een deelgenoot. “Ik scoor hier wel een ontbijtje en verder zal het mij een worst zijn.”
Deelgenoot en ik kijken elkaar aan en denken er het onze van. Mede daardoor gaat de wereld naar de kloten, knikken wij ons toe. Niet door dit soort gasten, maar eerder door het gebrek aan kennis, en betrokkenheid over- en met onze moeder aarde.

©Prlwytskovsky.

Tijd is relatief

Tags

, ,



Toen ik mijn ogen opende zag ik haar gezicht. Een paar warme donkerblauwe ogen keken mij aan. Haar lange golvende blonde haren bedekte haar beide schouders en ik voelde hoe zij met haar handen het dekbed over mij heen trok.
“Blijf maar liggen” zei ze, “ik blijf zolang bij je.”
Ik wilde iets terug zeggen maar mijn mond voelde dichtgeplakt aan.
“Zeg maar niets. Ik heb je in het bos gevonden en ik zal je hier verzorgen tot je weer sterk genoeg bent om te gaan.”

Ondanks dat ik haar nog nooit gezien had of alleszins kende voelde het zo ontzettend vertrouwd aan dat ik mij overgaf aan de situatie en in slaap viel. Elk besef van tijd was ik kwijt en het was mij onduidelijk of het nu nacht was of dag, of maandag of vrijdag maar op die momenten dat ik mijn ogen opende zag ik haar. Zij was er altijd en had altijd een vriendelijk woord, zij gaf mij eten en een warme hartige drank die ik niet thuis kon brengen. Wie is dat vroeg ik mij af, en waarom heb ik haar nooit eerder ontmoet? Ik probeerde terug te denken aan wat er gebeurd was maar er was niets, geen gisteren, geen vorige maand, geen vorig jaar: niets! Wie ben ik, wie is die blonde vrouw, waar ben ik en hoe kom ik hier?

Zij schijnt mijn onrust te zien, komt naast mij zitten en begint mij voor te lezen. Iets dat zij vaker doet als ik mijn ogen open. Dan zie ik haar lippen bewegen en haar ogen van links naar rechts over de bladzijden gaan maar ik begrijp niet wat zij zegt. Haar aanwezigheid met haar warme stemgeluid en haar uitstraling zorgen ervoor dat ik mij voel weg zweven als in een soort droom. Waar zij uit voorlas zag ik niet en ook haar handen zag ik niet, alleen haar hoofd en dat had een betoverende uitwerking op mij.
Ineens stopte ze met lezen en keek mij recht aan.
“Straks ben je sterk genoeg om te gaan, dan kun je terug naar waar je vandaan kom.”
Mijn mond kon ik nu wel bewegen en ik zei haar dat ik helemaal niet weg wilde en hier wilde blijven bij haar want zij had mij helemaal ingepalmd met haar zorg, haar verschijning, haar vriendelijkheid en haar warmte. Ze lachte naar mij en was nu nog mooier met haar parelwitte tanden tussen haar licht gekleurde lippen.
“Als je dat graag wilt is dat goed, je kunt hier blijven.”
Ik wilde haar arm aanraken maar kon er niet bij en ze schudde ‘nee’ met haar hoofd.
“Straks ben je sterk genoeg, je zult het zien” en ik zag haar weg glijden uit mijn gezichtsveld.

Toen ik wakker werd had ik het heel erg koud. Ik voelde om mij heen om het dekbed te pakken maar ik vond het niet. Wel voelde ik iets zachts en korreligs en stelde tot mijn verbazing vast dat ik op de grond lag. Het rook muf en ik hoorde helemaal niets, niet één geluid en ik zag haar ook niet. Ik wist niet eens hoe ze heette maar toch riep ik haar zonder dat er een antwoord kwam. Zij was er niet maar wel die kou, ik lag te rillen van de kou.
Toen ik opstond zag ik een raam waar een spleet licht doorheen viel en liep er naartoe. Het raam klemde en wilde niet open. Overal zaten spinnenwebben en er lag veel stof. Ik liep door het vertrek en zag een luik voor een ander raam dat door de wind heen en weer werd bewogen.

Nu kon ik naar buiten kijken en zag verderop een ambulance staan en politieauto’s met zwaailichten. Zij stonden naast een bergingsvoertuig die iets uit het bos takelde. Het was een zwarte auto die zich om een boom had gevouwen en er was niet veel meer van over. Het wrak werd op de aanhanger gezet en nu pas zag ik dat het om een zwarte Fiat ging en het nummer 6 op de kentekenplaat was nog net zichtbaar. De schrik sloeg om mijn hart want dat was mijn auto. Ik begon op de ramen te bonken en te schreeuwen maar niemand hoorde mij terwijl er toch maar 25 meter tussen ons in zat. Achter mij stond een stoel die ik door het raam wilde gooien maar het raam gaf geen krimp en bleef heel. Ik begon weer op het raam te bonken en schreeuwde en schreeuwde maar niemand hoorde mij. Bloed stroomde uit mijn handen die ik had opengehaald aan het kozijn. De ambulance, de politieauto’s en het bergingsvoertuig met mijn auto reden weg. Niets anders dan een beschadigde boom zag ik nu nog, en bandensporen op het wegdek die vertelde dat er zich iets noodlottigs had afgespeeld op deze bosweg.

Het werd ineens warmer en ik hoorde haar stem die vroeg of ik iets wilde drinken. Ik keek om en zag haar, dat wil zeggen alleen haar hoofd en schouders.
“Waarom kwam je niet toen ik je riep, toen ik je nodig had?” Vroeg ik haar. “En waar ben ik en waarom kan ik niet naar buiten?” Haar beeld vervaagd en ik sta weer alleen.
Schuin rechts kijk ik door het raam naar de overkant en zie alleen die kapot gereden boom. Mijn herinnering is weg zoals ook de herinnering aan gisteren er niet meer is.

©Prlwytskovsky.