De Kattenhemel-17


Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image-5.png

                      Harry op vrijersvoeten.

Sinds de leidinggevende hemelpoes Minous is afgemarcheerd is het leven in de kattenhemel er een stuk gezelliger op geworden. Eigenlijk is het zo dat Minous is weggepromoveerd, maar dat behoeft nu verder geen betoog. Charley en Harry vochten destijds wel een innerlijke strijd uit wie van hun twee met Minous mocht … ehhh … een glaasje drinken. Ja: laten wij het daar maar op houden.

De twee hemelse boezemvrienden Charley en Harry hebben beide zo hun eigen invulling over aardse katten en poezen. Één groot voordeel is dat aardse katachtigen niet kunnen praten, anders dan alleen miauw, krrr, of een dikke staart opzetten en blazen als dat hun nodig lijkt. Op zich een gebeuren dat aardse tweevoeters niets zegt maar buurkatten ondertussen wel de stuipen op het lijf jaagt. Tussen de bedrijven door helpen de aardse katachtigen nog wel even een huiselijk bankstel naar de gallemiezen, dat dan weer wel. En dat is kat-eigen en bovendien iets dat tweevoeters maar niet willen begrijpen.

Harry weet er anders ook wel raad mee. Hij loopt door zijn geliefde wijk. Door steegjes en over schuttingen. Hier en daar gaat hij op een schutting zitten gluren en spitst zijn oren of er niet toevallig een bevallige krolse poes te horen is. Zijn op de proef gestelde geduld wordt al snel beloond. Alsof Harry het al ergens verwachtte hoort hij aardse Floor miauwen op een vreselijke manier, een miauw-geluid dat Harry’s haren te berge doet rijzen en hem meteen rechtop doet staan. Harry schudt zijn vacht uit en likt even om zijn baard. Dan springt hij de tuin van Floor in, zich goed bewust van het alom loerende aardse gevaar dat poes Prinses hem de oren wast. Of het lot met hem is weet Harry niet maar hij ziet Floor’s keukendeur openstaan, grijpt zijn kans en glipt snel naar binnen. Daar ontmoet hij bronstige Floor.

Het gaat mij te ver om hier dieper op in te gaan. Dit vanwege het persoonlijke karakter. Als lezer kun jij dit begrijpen.

Harry wast zich en poetst met zijn voorpoten over zijn neus en oren. Dan valt Harry in diepe slaap. Noodgedwongen onder Floor’s keukentafel want de buitendeur is ondertussen door zo’n niet nadenkende tweevoeter dicht gedaan.
Kort daarna merkt een andere tweevoeter Harry’s aanwezigheid op en begint luidkeels een scene te maken. De buitendeur gaat wagenwijd open en Harry kan zich veilig uit de voeten maken. De deur knalt achter hem dicht. Harry kijkt nog even achterom als hij op de schutting zit en likt tevreden kijkend zijn baard.
Dan gaat Harry terug naar de kattenhemel, terug naar zijn vriend Charley. In de melkbar vertelt Harry uitgebreid aan Charley over zijn escapades en dikt het nog eens extra aan. Barhond Yvette kijkt laagdunkend naar het opscheppende tweetal.

En ik, Alley Cat, klap mijn blocknote dicht en ga gezellig bij het duo zitten. Tot volgende keer.

©Alley Cat.

De brief


Vanmorgen even een brief gaan posten. Mijn buurvrouw ziet dat en merkt op:
“Zo zeg, dat is lang geleden dat ik een brief van iemand kreeg.”
“Daarom schrijf ik een brief aan mezelf.” Zeg ik.
“Oh wat leuk.” Lacht ze. “En wat staat daar dan in?”
“Geen idee.” Zeg ik: “Ik heb hem nog niet ontvangen.”

©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-16


  Charley: The Boss in Heaven.

Het is alweer enige tijd geleden dat Charley de hoogste baas in persoon ontmoette en hem de voorpoot mocht schudden. Er is ondertussen heel wat gebeurd in de kattenhemel. Veel veranderingen die het hemelse leven er stukken plezieriger op maken. Zo is Minous wegens wanbeleid uit haar functie ontheven, is Charley gepromoveerd en heeft daarbij de taken van Minous op een luchtige manier overgenomen. Natuurlijk met Harry als zijn trouwe secondant. Dat Minous weg is was wel even tandenknarsen voor Charley maar er lopen poezen genoeg rond in de kattenhemel dus daaraan geen gebrek.

Charley loopt door de winkelstraat en ruikt de viswinkel. Zijn neus achterna lopend ziet hij de visboer naar buiten komen en die gooit lachend een stuk kibbeling naar Charley. Meteen pakt hij het stuk kibbeling in zijn bek en loopt ermee naar een rustig stuk straat; daar eet hij het met smaak op. Even rechtop zitten, een boertje laten en dan met de voorpootjes over zijn neus wassen. Want als hemelse kat moet je wel netjes voor de dag blijven komen, nietwaar?
Als Charley naar de overkant kijkt ziet hij de melkbar en wie zit daar voor het raam? Jawel: Harry! En er zitten nog drie katten bij Harry aan tafel. Charley bedenkt zich geen moment. Hij steekt de straat over en loopt de melkbar binnen. Barhond Yvette tapt meteen een grote kom H2O. Charley gaat bij Harry aan tafel zitten en de kom wordt voor zijn neus gezet.
Harry zit met enkele andere katten te klaverjassen en is aan de winnende hand. Één kat heet Verbrugge. Die is ooit van de balkonreling van de 12e etage gelazerd en heeft die val niet overleefd. Hij zit daar altijd over op te scheppen tegen wie het maar horen wil -en niet horen wil.

Na een leuke middag in de melkbar gaan Charley en Harry er vandoor. Gebroederlijk lopen zij naast elkaar als ook Harry de lucht van de viswinkel opsnuift. De twee kijken elkaar even aan en rennen dan naar de viswinkel. Harry pikt snel een makreel uit de kist en rent ermee weg. Om de hoek op het hoge grasveldje smikkelen Charley en Harry samen die makreel op.
Met hun buikjes vol gegeten rollen ze door het hoge gras en blijven lui in de zon liggen uitbuiken. Dan beginnen ze samen hard te lachen ….. hahahaha …….
‘Moesten wij ook niet nog op controle ronde?’ Vraagt Harry lachend.
‘Dat kan toch morgen ook nog.’ Zegt Charley met een brede smile.
Na een high-five staan zij op en lopen naast elkaar de straat uit, terug naar hun kantoor.
‘Een hemels leven.’ Memoreert Harry. Daar is Charley het mee eens.

©Alley Cat.

Ceremonie in de zandbak


Als ik mijn rondje loop doemt er een kaal zandlichaam op met enkele grondverzetmachines. Druk bewegende mensen en een vrachtauto die op de werkbrug voor een geopende en naast het pad geplaatste slagboom wacht.
Er was al een witte kantoorcontainer geplaatst en drie lege vlaggenstokken waren ingegraven. Vandaag dus twee vlaggen met de bedrijfsnaam van de aannemerscombinatie aan de masten hijsen. Alles werd nog eens goed aangeveegd en strak gewalst.
Nu, op deze vroege ochtend, wordt de slagboom verplaatst naar een loos stukje zand. Zomaar ergens lijkt het. Op het laatste moment wordt de derde vlag gehesen: de Nederlandse.
 
Mensen komen druk gebarend aangelopen in schreeuwende oranje en gele outfits met bijpassende gekleurde helmen. Alles glanzend nieuw natuurlijk. Een straffe wind blaast het zand over het talud en de aanwezigen. Een helm waait weg. Handen worden voor ogen gehouden tegen het opwaaiende zand.
De slagboom wordt met de hand omhoog geduwd en de wachtende vrachtauto rijdt nu door de ceremonieel geopende slagboom en stopt even verderop. Fotografen knippen er naar hartenlust op los. Applaus volgt. Vanuit mijn locatie is er zowel voor als achter de slagboom niets anders te zien dan zand.
 
De aanwezigen lopen groepsgewijs weg en stappen in klaarstaande glimmende limousines. Portieren worden door strak geklede mannen opengehouden en na het instappen van de hoogwaardigheidsbekleders weer gesloten. Achter elkaar rijden zij de woonwijk uit.
Meteen hierna worden de vlaggen gestreken en de masten weggehaald. En dat in een tempo dat vele malen hoger ligt dan toen zij geplaatst werden. Een shovel tilt de slagboom op en rijdt er mee weg. De kantoorcontainer wordt eveneens verwijderd.
 
Het veld ligt er verlaten bij.
 
Daarna worden de dagelijkse werkzaamheden hervat. Niets van die ceremonie is er nog, anders dan een strak gereden opstuivend zandlichaam.
Van op afstand is er geen geluid waarneembaar en lijkt het een surrealistisch schouwspel waaronder de signatuur van Salvador Dali niet zou misstaan.
 
Maar ja er is in elk geval ‘iets’ officieel geopend.
 
©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-15


Charley en Harry zijn het zat.
Dat telefoontje uit het vorige verhaal ging over de tweebenige opperbaas en die wilde met Charley en Harry praten. Na dat gesprek met de tweebenige Goddelijke opperbaas heeft Minous afgedaan bij ze. Zij krijgen nu ineens een heel andere kijk op de kattenhemel. Dat is een hemel waarin niets moet maar alles mag, in alle vrijheid. Het strenge beleid van Minous en van Charley’s voorganger die Chef muizenvanger is hiermee teniet gedaan.

Slenterend lopen zij samen ontspannen langs het muizenveldje en ze bekijken de muizen niet eens. Nee, al pratend en lachend lopen zij rond. Ook het hek van de hondenhemel passeren ze met blaffende en kwijlende honden die tegen het hek opspringen maar daar hoef je als kat natuurlijk niet naar te kijken. Samen halen zij herinneringen op van hun aardse leven met de rotstreken die zij hebben uitgehaald. En ook van het muizenveldje: “Daar, achter die schutting weet je nog Harry? Daar vingen wij destijds op één dag 8 muizen. Echt een gouwe tijd.” En zij spinnen heel tevreden.
“Weet je wat?” Zegt Charley, en Harry draait nieuwsgierig zijn kop om. “Ik weet ergens nog een melkbar en daar gaan wij nu naartoe. Ik trakteer!”
Harry’s mond trekt in een heel brede smile en de twee begrijpen elkaar meteen.
“Maar hoe moet dat dan met Minous? ” Vraagt Harry. “Vanavond toch weer rapporteren zeker?” “Minous kan het lazerus krijgen.” Miauwt Charley.
“Wij hebben nu haar baas gezien en weten hoe die erover denkt. Na een jaar van hard werken in de kattenhemel gaan wij er nu onze tijd van maken. Op naar de melkbar Harry!” Zoefff … en weg zijn ze.

Het is niet druk in de melkbar. Een kat of zes zitten er en een enkele poes. Harry vraagt of Charley hem even wil knijpen want hij gelooft zijn eigen ogen niet.
“Wat is er?” Vraagt Charley.
“Kijk dan, achter de tap, wat daar staat.” Roept Harry verbaasd. “Een hond! Er staat een hond melk te tappen? Dit geloof je toch niet?” Charley kijkt en kijkt nog eens goed en slikt ….. “Verrek: dat lijkt Yvette wel? Die hond in die aardse pot.” En meteen worden er twee kommen H2O voor ze neer gezet.
Harry, die al een tijdje droog staat treuzelt geen moment en slaat meteen die hele kom achterover. Met een bonk zet hij de kom terug en roept: “Twee dubbele hier.”
Samen hebben zij de avond van hun leven in deze kattenhemelse melkbar. Ook maken ze hier veel nieuwe vrienden. Laat op de avond verlaten ze waggelend de melkbar en gaan op weg naar hun onderkomen.

©Alley Cat.

Tijd hebben


Tringgggggggggggg …. Schaars gekleed open ik de deur:
“Mogen wij een paar minuten van uw tijd vragen om ……”
“NEE!!!!! Ik heb geen tijd. Ik kom net me nest uit en dan mot ik eerst koffie waarna ik pas aanspreekbaar ben, dus NU EVEN NIET!” Chagrijnig knal ik de deur dicht.

Twee weken later: Tringgggggggggggg …. Ik open de deur en:
“Mmogen wij een paar minu……”
“NEEEE!!!!!Ik heb geen tijd want ik sta net onder de douche en nu sta ik hier een kou‘tje te vatten.”

Maar hoe relatief is tijd eigenlijk vraag ik mij af. Terwijl ik dit overdenk lig ik op de bank en staar naar de hemel en laat mijn gedachten hierbij de vrije loop. Tijd wordt pas relatief als je er bij stilstaat. Vreemde paradox eigenlijk. Het schouwspel van de wind, die de wolken langs de blauwe hemel drijft en ze snel in andere vormen doet veranderen, zorgt ervoor dat ik langzaam in slaap val.

Er staat iemand tegen mij te praten. Wat hij zegt hoor ik in eerste instantie niet. Dan dringt het langzaam tot mij door: er volgt een dialoog over tijd. Het gaat over hoe ik met mijn tijd om ga; dat ik nergens tijd voor heb of voor mijn part ergens hoe dan ook tijd voor vrijmaak. Haast, haast, haast altijd maar die haast en geen tijd hebben; geen tijd hebben voor niets.
“Maar beste man.” Zei de stem: “U leeft nu in de tijd dus u hebt nu alle tijd die u zich maar wensen kunt.” Niet begrijpend keek ik hem aan.
“U voert vele nietszeggende argumenten aan om te vluchten in uw denkwereld. Behalve dat tijd relatief is wat kunt u mij nog meer vertellen over tijd?”
“Nou uuhhhhh …. hm …” Verder kwam ik niet.
“En dat bedoel ik nu: u bent verblindt door uw eigen visie, vakblind bent u. Het wordt tijd dat u uw tijd opnieuw leert waarderen.”

Een bonk maakt mij wakker. Ik was van de bank gelazerd en kijk beteuterd hoe ik als niemendal hulpeloos op de grond lig. Inmiddels zijn er donderwolken zichtbaar en de regen valt met bakken uit de hemel. Uit een hemel die ik zojuist nog de hemel in prees.
Mijn grijze cellen evalueren het gebeuren en laten mij beseffen dat ik inderdaad in de tijd leef en de tijd heb; zelfs meer tijd dan ik mij wensen kan. Immers: hoeveel seconden leef ik al, hoeveel minuten, hoeveel uren, hoeveel jaren? Zou ik dan binnen dit gebeuren niet een paar minuutjes kunnen vrijmaken voor een ander, voor een medemens? Nu heb ik de kans, ik ‘heb’ nu de tijd.

Als ik straks de pijp uit ben, dan pas heb ik geen tijd meer; dan ben ik eeuwig. Of niet?

©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-14


                   Zomaar een dag ….

Harry is met een nieuwe opdracht van Charley afgedaald naar de aardse tuinen en loopt op de rand van de schutting van de tuin van Floor en Prinses. Weet je nog, die twee aardse mormels? Hij zal eens even met ze gaan praten over huisregels en zo. Floor is krols en dat trekt Harry wel aan. Klein minpuntje is dat hij ook Prinses tegenkomt die van Harry’s aanwezigheid beslist niet gediend is. Een dreigende houding neemt Prinses aan en wacht Harry met trillende snorharen op. Harry, niet voor een kleintje vervaart, loopt gewoon aan Prinses voorbij op Floor af. Floor gaat al op voorhand liggen en rolt uitdagend over het malse gras. Nu is het genoeg geweest voor Prinses. Zij stormt op Harry af en geeft hem een flinke haal over zijn neus. Harry probeert een paar happen uit de voerbak van Prinses te jatten maar daar is Prinses het al helemaal niet mee eens en blaast Harry van hun territorium af. Harry schrikt, springt op de schutting en lazert er aan de andere kant weer vanaf. Hij komt in het gangpad terecht waarbij hij flink zijn kop stoot en bewusteloos blijft liggen.

Charley is ook naar de aarde afgedaald en gaat uit nieuwsgierigheid nog even bij zijn aardse vrouwtje langs. Zij ligt in diepe slaap en Charley loopt nog eens door zijn oude huis. In de woonkamer ziet hij de fauteuil staan waarin hij bijna de plet-dood is gestorven toen zijn vrouwtje per ongeluk op hem wilde gaan zitten. Hij springt op bed, loopt langs de snurkster en besnuffelt haar. Een beetje wakker geworden slaat zij zichzelf weer voor haar hersens door dat gekriebel. Hij haalt de pluk hondenhaar van Yvette uit zijn binnenzak en legt deze naast het kussen in de hoop dat vrouwtje het tijdig ontdekt en het niet in de stofzuiger verdwijnt. Charley lacht zich rot om zijn eigen grappen en dan gaat hij er vandoor.

Onderweg herinnert Charley zich dat Harry ook hier ergens moet zijn en gaat hem opzoeken. In het gangpad treft hij Harry aan, helemaal dizzy. Charley vraagt of Harry weer teveel gedronken heeft?
“Nee”. Mauwt Harry: “Ik ben van de schutting afgelazerd omdat Prinses achter mij aan zat en mij een paar halen over mijn neus heeft gegeven.”
“Hahaha ….” Lacht Charley: “Laat jij je wegjagen door een poes? Uitgerekend jij?”
Harry bromt nog wat, trekt zijn jas recht en gaat er vandoor.

Terug in de kattenhemel gaan Charley en Harry rapporteren bij Minous. Als eerste mag Harry zijn bevindingen uitleggen en hij geeft aan dat alles in de aardse tuinen in kannen en kruiken is met Floor en Prinses. Charley trekt vragend zijn wenkbrauwen op en zegt: “Waarom ben jij dan van die schutting afgelazerd?” Harry slaat boos met zijn voorpoot op tafel en dribbelt het vertrek uit. Minous en Charley kunnen er hartelijk om lachen en Minous kijkt met grote ogen naar Charley en schenkt nog een H2O’tje in. Samen klinken zij op het goede verloop en praten gezellig over van alles totdat de telefoon gaat….

©Alley Cat.

Lentewerk


Een zonnige zondag en het voelt buiten in de zon al warm aan. Een dergelijke lentekriebels verhogende dag is een uitgelezen moment om mijn vervoermiddel eens grondig uit te mesten. Gepakt met stofzuiger die voor deze gelegenheid is voorzien van een lege zak en met een verlengsnoer dribbel ik naar beneden. Het verlengsnoer loop ik uit naar de kelder en steek de stekker in het stopcontact. Ik open de beide deuren van mijn Fiat en de achterklep maar de motorkap laat ik dicht. Alles staat bij een grote schoonmaakbeurt van de auto altijd wagenwijd open maar motorkappen behoren dicht te blijven. Onthoudt dit.

De voor en achtermatjes haal ik eruit om ze netjes bij de bosjes uit te kloppen en leg ze zolang naast de achterwielen neer. Met alleen de slang aan de stofzuiger zuig ik de vloer schoon en kom zuigendeweg allerlei dingen tegen die het feitelijke karwei een beetje tegenwerken. Voorwerpen als takjes en kerstboomnaalden die nog in de achterbak liggen, papiertjes, de asbak waar nog sigarettenpeuken in liggen van medereizigsters en boomblaadjes.
Tijdens mijn werk kijk ik door het stuurwiel heen, schuin over het dashboard naar het balkon aan de overkant. De overbuurvrouw is op haar balkon bezig om haar bloembakken opnieuw in te richten en ze op te hangen aan de haken. Zij loopt in een korte broek waaronder haar ranke benen fris en fier uitsteken wat op zich, van haar uit bezien, een voorteken is dat de lente er wel degelijk aankomt.

Mijn stofzuiger maakt rare gedempte geluiden omdat er iets klem zit in de zuigleiding. Ik zet hem uit, koppel de slang los en meteen valt er een berg rommel uit op mijn schone vloer. Na wat geschud en gepeuter kan ik door de slang naar het andere eind kijken. Ik koppel de slang weer aan en zuig selectief de vloer schoon en deze keer gaat het goed. Alles ziet er weer Spic & Span uit.

Ohw ja, ook nog even het dashboardkastje leegmaken herinner ik mij net op tijd. Na het klepje geopend te hebben haal ik de spullen eruit en vind dingen als een ijskrabber, een Woody Woodpecker die ooit aan mijn spiegel hing en een cassettebandje die ik beter mee naar boven kan nemen want dat is heden-ten-dage nostalgie. En achterin het dashboardkastje, daar ligt nog een knoop van dat jasje van …., ach laat ook maar: dat zijn herinneringen aan vervlogen tijden.

De vloermatjes leg ik weer op hun plaats, rol het verlengsnoer op en sluit de portieren. Een andere buurvrouw heeft waarschijnlijk het licht gezien in mij want zij begint ook haar koets te stofzuigen. Als ik voorbij loop hoor ik haar mopperen dat de slang verstopt zit en hierbij kijkt zij mij aan.
“Had jij daar geen last van?” Vraagt ze.
“Nee, maar ik zie wel dat jij een klein zuigmondje heb.”
Zonder af te wachten tot zij uit haar auto stormt ren ik de lift in want als buurvrouwen eenmaal gefrustreerd raken …….

©Prlwytskovsky.

De Kattenhemel-13


Charley bij de hondenhemel.

Vandaag een paar regeltjes over Charley die naar de hondenhemel op zoek is. Hij herinnerde zich plots hoe hond Yvette er ongeveer uitzag en staat nu spiedend voor het hek van de hondenhemel. Als lokaas heeft Charley een plak rosbief meegenomen en legt dit naast het hek neer. Enkele honden komen blaffend en kwijlend aan gerent maar Charley doet heel moedig geen stap terug. Drie herdershonden nemen het voortouw en staan dreigend naar Charley te blaffen. Één van die drie honden kijkt gebiologeerd naar dat stuk rosbief. Met haar neus tegen het hek staat zij daar te kwijlen en kijkt Charley aan. Charley wil een herkenningsteken van die herdershond hebben om zeker te zijn. Maar omdat Charley geen ‘honds’ praat steekt hij een voorpoot door het hek en klauwt een pluk haar van die hond af en steekt dat in zijn binnenzak. Op zijn buik sluipend door het hoge gras gaat Charley terug naar zijn kantoor.

Daar aangekomen komt hij zijn secondant Harry tegen die hem bijpraat over de stand van zaken in de aardse tuinen. Met in het bijzonder de aardpoezen Floor en Prinses. Die laatste heeft namelijk een erge hekel aan aardse katers terwijl Floor zo krols als de pest is. Prinses is jaloers op al die minnaars en jaagt ze met leeuwenmoed de tuin uit. Aan Harry de eer om dit zaakje even te gaan regelen en die behaarde aardmormels tot de orde te roepen. Charley heeft geen tijd om mee te gaan dus Harry: laat zien dat jij het kunt! En denk erom: géén melkbar hè?

Charley gaat rapport uitbrengen bij Minous en haar bijpraten. Als Charley het kantoor van Minous binnenkomt ziet hij haar gezicht op tien dagen onweer staan. Minous zegt niets en reageert niet. Zij laat hem voor wat hij is. Charley ziet het naderende onheil al aankomen en sluipt achterwaarts terug naar buiten. En net als hij met zijn achterpoot het kattenluik instapt brult Minous hem terug. Met haar ranke voorpootjes staat zij op haar bureau geleund en wijst Charley naar een plek voor het bureau. Met haar ogen in gemene spleetjes geknepen miauwt zij venijnig dat Charley nu wéér bij die hondenhemel is geweest. “Vorige keer ook al en nu wéér. Dit moet afgelopen zijn Charley. Wat heb jij daarop te zeggen?” Charley geeft aan dat hij op zoek is naar de aardse hond Yvette die ergens in de hondenhemel moet zijn. Hij verteld dat hij een pluk hondenhaar heeft gepikt om mee te nemen naar beneden om naast zijn aardse vrouwtje neer te leggen als zij slaapt zodat als die wakker word kijken of zij dat geurtje herkent.

Minous ontdooit en gaat zitten. Zij slaat haar achterpootjes over elkaar, kijkt Charley aan en zegt: “Voortaan wil ik weten wanneer jij naar de hondenhemel gaat en wanneer naar het aardse beneden. Niet om jou te controleren maar ik hou van deze gevoelige kant van jou Charretje. Laten wij gezellig iets drinken want ik ben diep onder de indruk geraakt.”
“Nou nee want ik moet nodig naar de aarde omdat Harry daar alles alleen moet doen. Kwestie van effe sjekke daar.” Miauwt Charley.

En hoe dat verder gaat ….?

©Alley Cat.

Liftpraat


Dat je de lift instapt bij een buurvrouw die daar al instaat. Iemand waar je niet vrijwillig tegen wil gaan praten, zo’n smoel heeft zij. Sommige vrouwen beginnen meteen te praten alsof je elkaar net nog had gezien. Herkenbaar?
Afijn ….

“Op het gemeentehuis was het erg rustig.” Begon buurvrouw haar babbel.
“Oh jaaah?”. Reageerde ik verbaasd.
“Ja! Oh en ik was net bij de supermarkt en daar was ook al zo stil.”
“Oh ja?”
“Ja! Iedereen is natuurlijk met paasvakantie.”
“Denkt u dat buurvrouw?”
“Ja toch? Dacht u ook niet? Dacht ik wel dus!”
“Ik denk nooit buurvrouw, ik ben een impulsieve doener!”

“Maar waar gaat u nu heen met uw boodschappentas? Lekker de paasboodschapjes in huis halen?” Vroeg ze nieuwsgierig.
“Neuhhhh alleen een paar flessen jenever uit de aanbieding en een pak diepvries patat, ohw en de voordeelverpakking frikandellen van 20 stuks. Meer heb ik niet nodig.”
“Man, daar kun je toch niet op leven?”
“Nou, dat lukt mij anders maar al te best de laatste 74 jaar. Kijk maar eens naar mijn pens: ik lijk wel continu zwanger van een olifant, wahahaaa …… Bovendien meen ik te mogen zeggen dat ik er een stuk jonger uit ziet dan u. Nietwaar? Bij u begint de leeftijd al zijn sporen na te laten. Weet u trouwens hoe u een olifant uit de dierentuin kan ontvoeren?” Ratelde ik door; meer om haar gek te maken dan dat ik een adequaat antwoord verwachte.
“Nee? Nou, eenvoudig: je tapt de olie af en rolt de fant op. Die neem je onder je arm mee naar buiten en klaar is Kees! Peet in dit geval.”
“Ach man, loop naar de pomp.” En ze draaide beledigd haar hoofd om.
Ik bedoel: nu ben ik eens aardig en praat op mijn vriendelijkst over frikandellen en olifanten en dan krijg je zoiets.

Een dag later kom ik op de galerij mijn vriendelijke buufje tegen. “He Peet, drink jij zoveel?”
“Ik? Drinken? Alcoholica? Neeeeeeej buufje, ik drink alleen maar bronwater en duivenmelk want mijn buurman is duivenmelker.”
“Nou, van de week hoorde ik anders dat je aardig aan de drank bent en niets anders eet dan patat en frikandellen?“
“Ach buufje de mensen lullen zoveel. Het is maar net wat je ervan wilt geloven. Maar jij kan straks mee eten als wil, je bent van harte welkom want op mijn menu staat vanavond een zelfgemaakte haringsalade met aardbeienjam en een andijvie/makreel milkshake toe.”

Nu denk ik dat buufje het erg druk heeft met deze Paasdagen want ik zie haar niet meer.

©Prlwytskovsky.