Schiedam LOS Vast

Tags

, , ,



Dat je dus gewoon ‘even‘ zit  te twitteren vandaag. Dat je dan dus gewoon ‘even’ een paar mensen, stadsgenoten nogal liefst, openbaar met elkaar in de clinch ziet gaan. En dat zijn dan niet gewoon even een paar mensen, nee ik zie daar een raadslid en een voormalig wethouder. Notabelen! Een man die met een kinderlijk genoegen op Twitter zijn ongenoegen uit zie ik. En daar moet ik dan op stemmen bij de volgende verkiezingen? Dacht het dus niet.

Jongens toch. Waarom gaan jullie niet even bij elkaar op de koffie, dan wel met een neut en een dikke sigaar; maar praat de zaak uit. Kijk even op de barometer naar de vochtigheidsgraad want in het land der blinden is éénoog immers koning. Toch? Maar wel zonder dat wij Schiedammers hiervan kunnen mee genieten.
Want dit zegt natuurlijk een hoop hè, over de agressor in deze discussie. De ene partij geeft aan al tijden met naam en toenaam iets te betekenen te hebben binnen ons Schiedam en de andere partij is brand nieuw: in de oprichtingsfase. Een kersverse partij dus.

Maar dan zal je het hebben. De hel breekt los!

Een eenzame achterblijver van een partij van lik-me-reet laat nu ineens zijn stem horen. Nooit iets van wat dan ook meegemaakt, gehoord of gelezen dat die alreeds bestaande partij ook maar iets van betekenis heeft gepresteerd inzake mijn Schiedam. Maar nu wel alle duvels uit de hel janken als er een nieuwe partij van zich doet spreken die concreet voor Schiedam op wil komen.
Die oude partij, de agressor in deze, daar had ik wel eens van gehoord ja. Ooit. Toen die werd opgericht. En verder deden zij er het stilzwijgen toe. Maar nu een nieuwe partij van zich laat horen is de beer los: ineens komt men te spreken over leugenachtig dievenwerk omdat de naam ‘lijkt’ op de naam van de eerdere partij.
Nou en? Denk ik dan?
Dan had je je partijwerk maar inhoudelijker moeten presenteren in de Schiedamse media! Nu is dat een verloren zaak en alle geschreeuw op voorhand tevergeefs.
En ja, nu kun je wel met morse tekentjes SOS seinen afgeven maar dat komt te laat. Het zegt meer over de persoon en zijn partij dan over de nieuwelingen. Nieuwelingen die overigens ervaren rotten zijn binnen de Schiedamse politiek.

Weet ik daar zoveel van af dan? Nee. Geen reet! Ik moet het doen met de info die in de media, het lokale suffertje, of op Twitter aan mij wordt mede gedeeld. En met mij nog zovele Schiedammers. Waar moet je in vredesnaam dan op stemmen de volgende keer? Op iemand die een vliegveld naar de klote wil helpen of op een partij die Schiedam vooruit wil helpen? Ik weet dat ondertussen wel hoor. Maar dat ga ik hier niet uitleggen.

©Prlwytskovsky.

Advertenties

De Poldervaart

Tags

, , ,



Wandelend en mijmerend loop ik door de polder. Laantjes in en laantjes uit. Hoe ik uitgerekend hier op deze plek terecht ben gekomen weet ik niet maar ik sta aan een waterkant; naast een rietkraag en kijk naar het langzaam voortkabbelende water. In de verte kwaakt een eend. Een stenen paaltje staat vlakbij, ik loop er naartoe en ga erop zitten.

Die heerlijke rust van deze idyllische plek doet mij terugdenken en ik herinner mij de mooie jaren die ik hier doorbracht. Terug naar het verleden, en ik zie de roeibootjesverhuur weer, met dat kleine terrasje waar een verfrissing werd geschonken. Hoe mooi waren die keren dat ik daar zat, met haar. Onze gesprekken destijds, het kijken in elkaars ogen, het eerste blozen; die eerste aanraking en die vonkjes.
Maar niets van dat alles is er van over; niets anders dan alleen een herinnering. Ja, het eilandje is er vaag herkenbaar nog wel, en ook het water maar dat kabbelt lang niet meer zo mooi als het ooit deed.

Ineens sta ik midden in dat water. Naast de rietkraag sta ik tot aan mijn middel in het water. Hoe kom ik hier? Vraag ik mij af. Ik wil teruglopen maar voel dat ik dieper word vastgezogen in de bodem. Steeds verder voel ik mij in de bodem zakken en als ik tot aan mijn schouders in het water sta dan breekt de paniek pas goed los en begin ik te roepen en te schreeuwen.
Als ik over mijn schouder kijk zie ik op de oever iemand zitten, daar waar ik net zat. Ik stop met roepen en kijk nog eens goed. Een vrouw zit daar en zij zit te lezen. De zon schijnt op haar donkere haar.

Ik sla met mijn handen op het water en roep naar haar: ik brul!
Als zij opkijkt blinken haar parelwitte tanden in het zonlicht en het lijkt wel alsof zij naar mij lacht. Zij gaat rechtop zitten en lacht nu overduidelijk naar mij; zij zwaait zelfs. Het water staat nu al aan mijn lippen en ik schreeuw uit alle macht naar haar, dat ze mij helpt.
Zij zwaait nog eens en kijk dan weer terug in haar boek. Langzaam zie ik de zon verzwakken en nu pas dringt het tot mij door wie daar zit, op die plek waar ik daarnet zat.
“Waarom help je mij niet.” Schreeuw ik. “Wij hebben hier toch mooie tijden beleefd?”

Met het verdwijnen van de zonnestraal wordt haar beeld waziger, tot zij uiteindelijk verdwijnt. Mijn hoofd zakt onder water en ik zie alleen nog een zwak licht.
Dan is het donker.

©Prlwytskovsky.

Feest in het park

Tags

, , ,



Vrijdagmiddag, theetijd. Ik sta op en kijk vanaf mijn balkon naar buiten: het is fris en het regent. Het park ligt er verlaten bij. De bomen en struiken tieren welig onder het genot van de herfstregen. Van fris groen kleuren de bomen snel naar herfst geel. Een vogel vliegt voorbij en duikt een boomtop in. Gelijk heeft hij, bezien vanuit zijn positie.
Ik laat de balkondeur open en zuig mijn longen vol heerlijke frisse lucht.

Er komt een auto aanrijden. Mensen stappen uit en met op doodskisten gelijkende verhuisboxen op wielen voortduwend komen zij aangesjokt. Op het pleintje in het park zetten ze alles neer. Bandensporen van auto’s op het inmiddels zompige gras laten hun sporen na. Twee mannen gaan op het bankje zitten en praten met elkaar.
Na een half uur staan zij op en openen de boxen. Tafeltjes en stoeltjes worden aangeleverd en stangen en dekzeilen worden uitgeladen. De stangen worden in elkaar gestoken en een frame ontstaat. De dekzeilen worden eroverheen getrokken en een ware partytent verschijnt. Verderop ligt een jeu-de-boule veldje en daar worden ook enkele tentjes opgezet. Het zand op deze veldjes is kleddernat van de regen en enkele mensen proberen met harken en scheppen het zand om te ploegen.
Om 18 uur is alles gereed. Het regent nog steeds. Enkele vogels zitten verderop in de boomtoppen te wachten tot de rust weerkeert en zij weer naar hun nest terug durven. Ijdele hoop.

“Er is ook muziek!” Schreeuwt een opgewonden flyer die ik op internet vind, maar beslist niet in de brievenbus.
“Leuk hè. Het topic is ‘Bewegen in het park’. Kom je ook?” Staat er te lezen.
Nee dank je denk ik bij het lezen hiervan. Ik zit hier al op de eerste rang. Maar dat hoeft natuurlijk geen voordeel te zijn. Dit gebeuren dient zich af te spelen tussen 10 tot 12 uur en daarna moeten ze weer opdonderen. Volgens de vergunning, en de flyer wel te verstaan.

De eerder deze week aangeschoffelde perkjes worden met voeten getreden en ik vraag mij af of niemand beseft dat alles wordt platgetrapt? Busjes rijden af en aan, en laten hun sporen na in het vers gemaaide gras. In het kleddernat geregende gras worden drie busjes geparkeerd. Een parkje met smalle voetpaden en dan met busjes eroverheen rijden? Wie geeft daar eigenlijk een vergunning voor af? Mompel ik in mijzelf.

Inmiddels is het zaterdag tien uur geweest en er wordt muziek aangezet. Luide klanken weerkaatsen echoënd tegen de flat. Enkele vogels vliegen verschrikt weg. Tafeltjes en stoeltjes staan uitnodigend te wachten, maar bezoekers zijn er nog steeds niet.
Half elf, en er zijn maar enkele mensen te zien. Zo te zien is dat volk van de organisatie maar een publiekstrekker kan ik dit niet echt noemen. Twee bezoekers en een kind; en mensen van het gebeuren. Goh wat een heisa.
Een ouder echtpaar loopt er met een wijde boog omheen. Een man en een vrouw die hun hondjes uitlaten blijven even kijken, en lopen dan schouderophalend verder. De muziek stopt abrupt want het is immers twaalf uur geweest. Goh wat jammer nou.
Een zielige vertoning toch? Pak je boel op en ga weg, ga naar huis; scheer je weg van hier. Opgedonderd!
En of men mijn gebeden verhoord heeft keert om vijf over twaalf het tij. Er lopen niet eens bezoekers weg omdat die er gewoonweg niet waren. Men begint dingen in busjes te laden. Het is zelfs droog geworden.

Anderhalf uur later is alles opgeruimd en ingepakt. Opmerkelijk is dat het opruimen minder tijd in beslag neemt, in tegenstelling tot het plaatsen gisteren dat drie uur duurde.
Het park ligt er weer leeg en verlaten bij. Geen wandelaars of mensen die hun hond uitlaten. Een enkele vogel waagt zich terug naar de boomtoppen en cirkelt angstvallig om zijn nest heen om te zien of de kust veilig is.
Een feest kon ik het vandaag niet noemen, los van het onderwerp dat onherkenbaar bleef; om over de toegevoegde waarde maar te zwijgen.

©Prlwytskovsky.

Pesten

Tags

, ,



Pesten is iets dat niet in deze tijd is uitgevonden maar wereldwijd bekend is, bij elk kind uit welke generatie dan ook. Pesten of gepest worden, andere categorieën zijn er niet. Als kind had ik geen imponerend figuur en was een klein en broos mannetje, prachtvoer om gepest te worden en dat gebeurde ook.

Twee schoolknapen die in de zesde klas zaten moesten mij altijd hebben, zelf zat ik in de derde klas en met deze leeftijd hadden zij met hun tweeën de overmacht. Schelden, knijpen en in elkaar geslagen worden heb ik moeten ondergaan zonder dat iemand er een poot naar uitstak. Moeder zei dat ik terug moest slaan en de juf luisterde maar met een half oor naar mij. Toen die twee na hun 6e klas van school gingen was het pesten nog niet voorbij want één van die twee kwam in onze straat wonen. Later toen ik ouder was ben ik met mijn brommer over de poten van de grootste van die twee gereden. Pech, want die knul had een hond die hij op mij afstuurde en hond beet maar wat graag in mijn poot; zo baasje zo hond. Het kan niet altijd meezitten.

Jaren later toen ik Huzaar af was en als vrachtwagenchauffeur ging werken had ik daar een goede training aan. Zwaar werk zorgde ervoor dat ik er breed en gespierd uit ging zien. Ik zal een jaar of 28 zijn geweest dat er een vriend van mij ging trouwen en hij mij uitnodigde op zijn feestje. De receptie was druk bezocht en overal werden praatjes aangeknoopt. Achter in de hoek aan een tafeltje zat een bekend gezicht maar ja: Schiedammers onder elkaar. Op den duur ken je er zoveel zonder eigenlijk te weten wie zij zijn.
Het gezicht aan dat tafeltje trok weer mijn aandacht en ik ging dichterbij. Geen steek veranderd vond ik. Het was die andere pestkop en hij zat alleen aan een tafel een gebakje te verorberen. Ik voelde mijn vuisten samentrekken en met mijn handen in mijn zak liep ik op die galbak af. Daar zou ik eens een hartig woordje mee gaan praten.

Zijn rechterhand trilde en hij legde zijn gebaksvorkje neer. Hij keek wie er naast zijn tafeltje stond en wilde opstaan om mij een hand te geven en zich voor te stellen maar ik gaf geen krimp en hield mijn handen in mijn zakken. Onbeweeglijk keek ik hem aan. Wat een zielig hoopje mens zat daar op die stoel, bij dat tafeltje. Zo te zien had hij een of andere ziekte onder de leden waardoor hij niet goed meer kon bewegen.
“Wie bent je?” Vroeg hij mij.
“Ken je mij niet meer dan?”
“Nee, ik zou het niet weten.”
“Is eigenlijk ook logisch hè” zei ik cynisch, “wij waren immers nog kinderen; zolang is dat al geleden.”
“Geef mij eens een tip, waar ken je mij van?” Vroeg hij nieuwsgierig.
Als ik zwaar had uitgeademd was hij al omgevallen en ik liet mijn knuisten in mijn broekzakken ontspannen.
“Jaren heb ik erop gewacht om jou eens tegen te komen, jaren. Nu zie ik je eindelijk en nu vind ik het de moeite niet meer waard.”
“Maar wie ben je dan?” Vroeg hij nu luider.
Ik draaide mij om en liep weg van hem.
“Wie ben je?” Schreeuwde hij mij op zijn manier achterna.

Ik ging naar mijn vrienden terug, nam waardig afscheid en ging naar buiten. Frisse lucht had ik nodig. Wat had ik die knaap graag een paar hoeken tegen die rotkop gegeven maar iemand die al met anderhalf been in het graf staat is geen partij voor partijtje matten. De leerschool die ik heb doorlopen heeft mij niet alleen normen en waarden bijgebracht maar ook zelfrespect. Zo te zien werd die knaap al genoeg gestraft.

Enkele maanden later kwam ik mijn vriend tegen.
“Weet je dat Aad dood is?”
“Aad? Wie is Aad?”
“Nou, op mijn receptie zag ik je met hem praten dus ik dacht dat jullie elkaar wel zouden kennen.”
“Hoe oud was hij?”
“Dertig!”
“Nee, ik ken hem niet.”

©Prlwytskovsky.

Stotteren

Tags

, , ,



“Mag ik u een vraag stellen?”  Vraagt een vrouw aan mij als ik mij net op een terras heb neergevlijd en de geur van dampende koffie mijn smaakpapillen al in opperste extase brengt.
“Dat doet u al.” Zeg ik.
“Owwwh-keeej …. dan wil ik u twee vragen stellen.” Roept de vrouw volhardend.
“Dit was dus de tweede vraag. En nu?” Vraag ik haar lachend en ondertussen diep in haar donkerbruine ogen kijkend. Zenuwachtig kijkt de vrouw van haar schrijftableau naar mij en terug. Natuurlijk help ik haar uit de brand; zo ben ik ook weer. Geruststellend spreek ik haar vaderlijk toe dat ik geen belangstelling heb in hetgeen zij mij aan wil smeren, maar beslist eens van gedachten zou willen wisselen over het leven in het algemeen. Het hare en het mijne dan in het bijzonder.

Voorzichtig slurp ik de schuimlaag van mijn zojuist bezorgde koffie, want je weet maar nooit hoe heet het daar onder is. Een jongen is erbij komen zitten en de bediening dribbelt eropaf.
“Ko .. ko .. ko ..” hakkelt de jongen.
“Cola?” Helpt de ober.
“N-nee k-ko .. “
“Ohw koffie?”
“Ah ja k .. ko .. koffie.” En de jongen lijkt zichtbaar opgelucht.
“Wil je er kandijsuiker bij, koffieroom, in een kopje of in een mok; stuk taart erbij?” Vraagt de ober in één adem. De jongen trekt nu allerlei verwrongen gezichten en beweegt daarbij wild met zijn hoofd en armen.
“Téééééring.” Komt er ineens feilloos uit en de ober loopt lachend weg.

Als ik afreken vraag ik de ober waarom hij die jongen over de rooie helpt.
“Kan er niks aan doen maar ik lach me altijd rot als hij zo reageert.”
“Vind je dat niet zielig dan?“ Vraag ik.
“Zielig? Hij komt hier bijna elke dag en elke keer vraag ik hetzelfde aan hem en krijg ik dezelfde reactie.”  Verdedigd de ober zich. “Die knaap werkt in de bloemenwinkel hier tegenover. Als ik daar wat koop dan krijg ik ook altijd een hoop vragen van hem, en eer hij duidelijk heeft gemaakt wat hij bedoeld zijn we een half uur verder.” Klaagt de ober lachend.
Het zal wel denk ik en loop weg, het winkelcentrum in. Nieuwsgierig kijk ik nog een keer om en zie de jongen opstaan en de ober lachend een hand geven.

Nu werd ik op het verkeerde been gezet. Dus ik ben niet de enige plaaggeest?

©Prlwytskovsky.

Knikkeren

Tags

, , , ,



Hij was 61 en woonde alweer 6-jaar alleen. Hij werkte veel en hard, deed trouw zijn boodschappen en onderhield met straffe regelmaat zijn huis. Contacten met of in de buurt had hij weinig. Iedereen had hem in zijn leven belazerd of belogen, zelfs z’n vrienden en exen; niets had hij er meer van over. Hij vertrouwde alleen nog datgene dat hij zelf kon waarnemen. Bijzondere dingen hebben zich in zijn leven eigenlijk niet voorgedaan, afgezien dan van zijn gevoelens die tot op het bot werden afgebroken. Hij probeerde te leven zoals het hoorde, eerlijk en oprecht, week in week uit; jaar in jaar uit.
Tot op zekere dag dat hij weer zijn wekelijkse boodschappen moest halen, en hij zijn geld telde. Hij kwam tot de conclusie dat de tien euro die nog in z’n lade lag niet toereikend was voor vandaag en besloot het geld thuis te laten en te pinnen. Hij gaat met de lift naar beneden en eenmaal buiten kiest hij de richting van de supermarkt. Op het schoolplein ziet  hij een stel kinderen en verdiept in hun knikkerspel ging de wereld ongemerkt aan hen voorbij. Het waren vier kinderen die niet van hun spel opkeken.

Er lopen niet al te veel mensen op de straat. Bij het oversteken scheurt een brommer bijna z’n snorharen eraf. Even verderop loopt een vrouw zo hard ze kan en steekt de straat over naar de winkels. Daar aangekomen slaat ze rechtsaf en zij spoed zich maar voort, zo te zien nergens heen. Hoe zinloos lijkt dat.
In de supermarkt is het ook al niet noemenswaardig druk, een oudere vrouw rijdt met haar karretje over z’n voet.
“Ohh, pardon meneer.” zegt ze geschrokken.
“Geeft niet hoor.” Zegt hij. “Ik heb er toch twee.” Maar zij reageert er verder niet op.
Geroutineerd pakt hij zijn boodschappen uit de schappen omdat hij precies weet wat hij nodig heeft. Bij de vleesafdeling aangekomen wacht hij geduldig totdat de verkoopsters zijn uitgekletst.
“Zegt u het maar meneer.” Hoort hij een stem roepen. Wakker geschrokken bestelde hij zijn vleeswaren. Ziezo, dat zit erop. Nu nog even naar de kassa om af te rekenen en dan snel naar huis om een lekkere rundvleessoep te maken.

Buiten gekomen lijkt het of er ineens veel meer mensen op straat lopen of vergiste hij zich nu? Hij steekt de straat over en loopt weer richting schoolplein waar de kinderen nog steeds aan het knikkeren zijn. Hij loopt eraan voorbij en kijkt er eens schuin naar. Hij hoort een kind roepen: “Wilt u ook even mee knikkeren meneer?”
Hij kijkt om en ziet dat één van die kinderen naar hem kijkt.
“Kom doe ook even mee”. Wenkt een kind hem.
“Nee, ik moet mijn boodschappen naar huis brengen anders smelt mijn boter.” Excuseert hij zich.
“Ah toe één potje maar meneer.” Dringt het kind aan en wenkt hem naar zich toe.
“Oké één potje dan, maar ik heb geen geld bij mij hoor”. Waarschuwt hij. Hij zet z’n tassen neer en gaat bij de kinderen op de grond zitten, met zijn rug tegen de muur van de school. De spelregels worden hem uitgelegd door een ander kind. Hij hoort het wel maar het lijkt zo ver weg en wat is dat voor een gevoel dat zich plotseling van hem meester maakt? Het lijkt wel of hij op vakantie is, wat een rust ineens; alle spanningen zijn opeens van hem af gevallen. Er zijn geen problemen meer of andere zorgen waar hij zich druk om maakt. Alleen dat knikkeren telt en verder bestaat er niets. Sinds jaren voelt hij zich weer blij en opgewekt; hij voelt zich weer kind. Wat is het toch een heerlijk gevoel om kind te zijn, denkt hij.
“Vindt u het leuk”? Vraagt een kind aan hem.
“Ja.” Zegt hij verbaasd. “Maar hoe ehhh, waarom eehhh ….?”
“Blijf dan voortaan bij ons?” Vragen de kinderen in koor.
“Nee,” zegt hij: “ik moet mijn vlees nog braden en nog wat karweitjes doen.”

Hij staat op en moet zich aan de schoolmuur steunen anders zou hij omvallen. Wat gaat dat moeilijk, het komt zeker omdat hij te lang op de grond had gezeten. Hij wil zijn tassen oppakken maar die voelen ontzettend zwaar aan. Verrek denkt hij: ik ben er toch mee hierheen komen lopen?
“Zal ik u even helpen meneer?” Vraagt één van de kinderen.
“Graag” zegt hij, en samen lopen ze het laantje af naar de oversteekplaats. Dat lopen gaat ook niet erg gemakkelijk, allemachtig. Het lijkt wel of er iemand hem tegenhoudt, of nee erger nog: dat hij tegen een steile helling oploopt. In zijn gevoel duurt het een hele tijd eer ze de oversteek bereiken.
“Gaat het nog?” Vraagt het kind.
Hij kijkt naar het kind en ziet tot zijn verbazing dat er een dame van een jaar of veertig naast hem loopt. Hij schrikt en probeert terug te denken hoe deze dame zo plotseling naast hem kan lopen. En waar was het kind, het was toch eerst een kind?
Samen steken ze de weg over. Een automobilist komt aanrijden en stopt netjes voor ze. Hij kan niet eens snel oversteken al doet hij nog zo zijn best. Tijdens het oversteken zegt de vrouw: “Mag ik vragen hoe oud u bent, omdat u nog zo kwiek loopt?”
“61 jaar,” Zei hij.
Ze moet heel hard te lachen. “Ja hoor” zegt ze. “En dan ben ik een kind van acht. Maar kunt u het nu verder alleen?” Hij zegt dat het wel gaat omdat de ingang van de flat waar hij woont vlak voor hen is.

Zijn boodschappen wegen hem zwaar maar eindelijk is hij dan bij de voordeur. Hij probeert de deur te openen maar kan het sleutelgat moeilijk vinden, hij moet bukken om het beter te kunnen zien. Zijn hand bibbert en is knokkelig; het vel hangt er ruim omheen. Hij slaat er geen acht op. Als hij de lift binnengaat kijkt hij in de spiegel en ziet een heel oude man naar binnen schuifelen. Hij schrikt zich een ongeluk want die oude man doet precies hetzelfde als hij. Dat ben ik, denkt hij en een gevoel van onmacht maakt zich van hem meester. Maar hoe kan dat, denkt hij paniekerig?

Als de liftdeuren zich openen loopt hij naar zijn huisdeur en opent die. Een bedompte lucht komt hem daar tegemoet en wat een rotzooi ziet hij daar. Hij loopt de kamer in en ziet dat alles onder een dikke laag stof zit, zijn planten zijn alleen nog maar verdorde stengels. In de keuken doet hij de koelkast open en ziet dat schimmels zijn voorraad hebben verteerd. Het ziet eruit of er jaren niemand heeft gewoond. In de badkamer hangt iets aan de waslijnen dat op twee spijkerbroeken lijkt en een zwart windjack; volkomen verpulverd. Terug in de gang vindt hij een paar veiligheidsschoenen, maat 44. Hij herinnerde zich ineens dat hij daar op liep toen hij nog werkte. De deurbel gaat en automatisch pakt hij de huistelefoon als hij een kind hoort vragen: “Peter, kom je buitenspelen, gaan we weer knikkeren?”

Enkele dagen later verschijnt het stadsblad met daarin een bericht dat er een dode man was gevonden, hij zat naast een tas boodschappen tegen de muur van het schoolplein; zonder identiteitspapieren.

©Prlwytskovsky.

Bowlen

Tags

, ,


Ik ken iemand die een fervente bowler is. Hij woont in een galerijflat op de negende etage. Op de galerij gaat hij dan kegelen.
De buren echter vonden dit minder geslaagd en gingen dan ook klagen bij hem over het lawaai van de rollende bowlingbal.
Hij gaf aan het de volgende keren ‘s nachts te doen omdat de buren dan toch slapen.
Het ontaard hierin dat er niemand meer met hem praat.

©Prlwytskovsky.

Hakken

Tags

, , ,



Als ik mijn vriendenkring analyseer dan ontdek ik weinig opmerkelijke zaken. Wij kunnen sociaal gezien goed met elkaar overweg maar meer ook niet. Vooral geen diepgang aanroeren. En met diepgang bedoel ik een goed gesprek of een boom opzetten over wat dan ook, een verbintenis creëren. Maar nee: vriendschappen kennen hun beperkingen.

Ander voorbeeld zijn nieuwe buren. Zij hebben onlangs een flat gekocht en natuurlijk moet dan meteen de pneumatische hamer worden gedemonstreerd. Vraag mij niet waarom. De keuken wordt eruit geramd, tussenmuren en de complete badkamer verdwijnt, en nog meer luidruchtig gedonder. Nu al 3 zaterdagen en zondagen lang hoor ik de Godganse dag niets anders dan pneumatische hamers, decoupeerzagen en getimmer. Het schijnt bij het kopen van een huis te horen. Een nieuwe hype misschien?
Zijn deze huizen dan zo slecht? Nee! Van alle gemakken voorzien en van een kwaliteit dat het beslist niet binnen een paar jaar zal instorten. Waar ik tevreden mee ben wordt door mijn kakelverse buurvrouw afgeschilderd als brandhout en teringzooi. Een mollige verschijning is zij, maar beslist geen lekker wijf. Het lijkt mij een familie die bestaat uit dubbeltjes die nooit kwartjes zullen worden maar ondertussen leven zij als Euro’s.

Kunnen mijn vrienden alleen maar praten dan kunnen de vrienden van mijn nieuwe buurtjes ietsje meer. Zij kunnen luidruchtig met pneumatische hamers werken, muren uitbreken en badkamers verwijderen. In aantallen tel ik er zoal elf die met gevulde puinzakken over de galerij waggelen. Het tempo ligt op een niveau waar menig aannemer jaloers op zou zijn. Maar dit even terzijde.
Hoe komen mensen aan dergelijke kundige vrienden of familieleden? Mijn twee ex families konden boeken lezen en toetsen indrukken, meer niet. Mijn vrienden in het verleden en nu kunnen geruisloos belasting formulieren invullen en duur praten maar behangen of een spijker uit de muur trekken is hun vreemd. Ieder zijn meug dan maar.

Ohw ja, er bestaan statuten van de bewonersvereniging waarin is opgenomen dat er na 20 uur geen overlast mag worden gegeven als gevolg van timmeren of andere overlastgevende werkzaamheden. Maar wie stoort zich daaraan? Wie controleert dat? Ik? Moet ik mijn buurman op zijn bek gaan timmeren omdat hij op zondagavond om 21:15 uur voor de zoveelste keer nog aan het timmeren en aan het hakken is? Ik kijk wel uit, dan staat meteen de politie voor de deur te filosoferen of zij naar binnen zullen komen met peperspray dan wel met getrokken pistool of een vermanende vinger. Of nee, zij kunnen misschien beter wachten tot de opgeroepen versterking eraan komt. Ondertussen mep ik gewoon door tot buurman het opgeeft. Ik loop de galerij op en excuseer mij bij de weifelend wachtende hermandad.
Er rijdt een politiebusje de parkeerplaats op en slaat rechtsaf, het verkeerde stuk op. Maar ja, ik woon dan ook onder de rook van Pernis.

©Prlwytskovsky.

Een kutauto

Tags

, , ,



Zoals sommigen van jullie weten rij ik al jaren met een Peugeot rond, met een dieseltje. Ja, ik weet nu al jullie reactie: Een P-P-Peugeot??? Maar nee luister, het gaat hier om iets anders dan gewoon een auto, het gaat dieper: het gaat hier om gekrenkte gevoelens!
Op een bepaald moment ben je overtuigd door de vertrouwelijke verhouding die jij met je voertuig hebt opgebouwd. Niets mis mee, so far. Tot de dag waarop Kees (zo heten mijn Peuzen) voor een APK en een beurt moet worden weggebracht.

De garagist belt al na een uur dat er iets goed mis is. Nooit iets van gemerkt, maar goed: een fikse reparatie die de eigenlijke waarde overstijgt zal moeten worden uitgevoerd.
“Daar begrijp ik niets van”, zeg ik tegen de telefoonstem. “Ik rij er al ruim 265.000 kilometers mee, zonder problemen, en nu is ’ie  ineens kapot?”
“Zal ik u met afdeling verkoop doorverbinden?” Vraagt de stoïcijnse stem.
“Jaaah? Ogenblikjeeee …tuut-tuut-tuut.”
“Goedemorgen, met Jan-Jaap ………..”
“……. Ja en?” Zeg ik chagrijnig.
“U bent op zoek naar een nieuwe auto?” Kweelt een zoet gevooisde Jan-Jaap stem.
“Nee” zeg ik. “Ik zoek nergens naar. Maar ik word zojuist overdonderd dat ik zonder auto zit als ik de reparatie niet laat uitvoeren. Dus wat heb jij mij te bieden?” Beantwoord ik zijn vraag met een tegenvraag.
“U zoekt nieuw of gebruikt?” Vraagt de nerd.
“Oké, nog een keer: ik zoek niks! Begrijp je: helemaal niks! Maar ik moet wieltjes hebben, en nu meteen!”
“Dan kunt u het beste even langskomen en kijken wij of er iets voor u in de showroom staat.” Opperde Jan-Jaap. “Wij hebben er schitterende aanbiedingen voor u bij staan.”

Mij bekruipt nu het gevoel dat als je vrouw zojuist is overleden en je belt de begrafenisondernemer dat hij dan zegt: “Maar mijnheer, er lopen er hier nog twee rond, misschien iets voor u bij?”
Vanaf het eerste moment dat ik Jan-Jaap hoorde heb ik een pleuris hekel aan hem.

Een gladjakker met een uitgestreken smoel, komt met uitgestoken hand op mij af lopen.
“Mijnheer Prlwytskovsky, naar ik aanneem? Goed u hier te zien. Waar wilt u beginnen? Bij de nieuwe of bij de gebruikte auto’s?”
“Luister eens even hier, beste man.” Zeg ik langzaam. “Hou jij je verkooppraatje maar, dan hoor je mij wel piepen als het voor mij interessant wordt.”
Bij een glimmende en gepoetste (hoe kan het ook anders) nieuwe Peugeot uit 2001 blijft hij staan. “Lijkt mij echt iets voor u.” Lacht hij mij toe. De sleutels had de smiecht al meegenomen en hij opent de linkerdeur. “Stapt u gerust in en kijk of het u bevalt.”
“Deze auto heeft namelijk …..”
“Hé, het stuur zit links.” Roep ik.
“Ja mijnheer, dat is toch bij uw vorige auto ook zo? Of zit het bij die auto rechts?”
“Daar gaat het niet om.” Zeg ik. “Ik stel alleen vast dat het stuur bij deze auto links zit.”
“Deze auto heeft …..”
“Laat mij er eens een stukje mee rijden.” Stel ik voor, en Jan-Jaap start meteen de motor. Hij stapt uit en laat het portier uitnodigend voor mij open staan. Ik stap in en scheur met gillende banden en op twee wielen de hoek om. Onderwijl natuurlijk een stop gemaakt, de motorkap geopend en wat rem en optrekproeven uitgevoerd.

Als ik terug kom en de auto op mijn manier netjes in een parkeervak flikker, vliegt Jan-Jaap meteen naar buiten en neemt de sleutels terug in ontvangst.
“En, hoe bevalt hij?” Vraagt hij mij angstig aankijkend.
“Is eigenlijk een kut-auto, net zoals alle auto’s die hier staan eigenlijk kutauto’s zijn.” Brom ik.

Veel dingen worden in Nederland namelijk niet als kut verwoord terwijl zij wel als kut worden ervaren; en het uiteindelijk ook gewoon kutdingen blijken te zijn. Jammer. Want sommige auto’s zijn nu eenmaal ook gewoon kutdingen, anderen zijn iets minder kut en een enkele is gewoon goed. En juist die denk ik dan nu te kopen.
Met de smoor in verlaat ik de showroom, een verse Peus rijker. Buiten kijk ik nog even om, de werkplaats in, en zie nog net de letters ZH van mijn oude kentekenplaat. Door emoties overmant loop ik de weg terug naar huis. Lopen, want ja: zo’n kutauto moet natuurlijk eerst nog een beurt hebben.

©Prlwytskovsky.

Bedmijt of bedmeid

Tags

, , , , ,



De mens is bereid om bijdragen te leveren aan de verbetering van het milieu. Zo staat er protserig op een nieuwssite te lezen. Vier op de vijf mensen zijn bereid hun levensstijl aan te passen, tot zelfs in China en de US-of-A, die overigens hofleveranciers zijn van de uit gestoten koolmonoxide. Driekwart vind dat de belasting op energie omhoog mag ter verbetering van het milieu. En in bijna alle Europese landen én de VS vinden de meeste mensen dat de prijs van schadelijke brandstoffen omhoog moet.

Nu moet ik toch eerst een shot jenever tot mij nemen want nu krijg ik vlekken voor mijn ogen en mijn migraine begint op te spelen. Ik denk na en laat het geschrevene nogmaals door mijn hersenpan dwalen. Welke toevoegde waarde heb ik, als mens, binnen dit milieucircuit? Als mens ben ik bij leven al een recyclebaar product. Ik bedoel een mens bestaat nu eenmaal voor 99,99% uit lucht omdat dit de basis is van de moleculen die de mens vormen en bijeenhouden; de rest is water. Natuurlijke menselijke afvalstoffen worden onder andere verorberd door bijvoorbeeld de bedmijt. Niet te verwarren met de bedmeid!

De bedmijt is in grote getale aanwezig in onze huisgezinnen. Bij bosjes! Laatst las ik dat een beetje hoofdkussen toch al gauw een slordige 40.000 mijten herbergt om maar te zwijgen over mijn eenvoudige wide-spread matras die toch al gauw een twee miljoen bedmijten huisvesting bied. In feite ben ik dus een slapende- en daardoor een gewillige supermarkt voor dit soort ongedierte die ongeduldig op een hartige proletarische hap wachten, en dat zeker krijgen als ik mij ter rustte begeef. Want wat er zich dan allemaal voltrekt in mijn sponde, dat wil je echt niet weten.

In die hoedanigheid draag ik dus van nature al bij tot een beter leefmilieu. Mijn huidschilfers worden ondertussen gretig opgepeuzeld en het is een wonder dat ik ‘s morgens heelhuids en vooral compleet opsta.
Ik bedoel, lig ik lekker te snurken maar wordt ondertussen geheel afgegraasd. Massa’s huismijten lopen over me heen, op zoek naar huidschilfers. De lakens hebben ze ondertussen wel bekeken want die zijn al afgegraasd maar die vent die daar ligt, die gaan we eens besnuffelen. Met honderdduizenden tegelijk marcheren de bedmijten over mijn lichaam op zoek naar iets eetbaars. Ze inspecteren mijn navel, lopen over mijn dijbeen en over mijn bil en ja zelf mijn schaamstreek wordt niet ontzien.
Na het geslachtsorgaan volledig te hebben afgelikt is het tijd voor het toetje: men vertrekt massaal naar het hoofd van de argeloze slaper. Een mensenhoofd is voor een beetje huismijt toch het summum op culinair gebied, zoals een toetje in een vijfsterren restaurant zeg maar. 40.000 mijten doen zich tegoed aan de olieachtige resten op mijn hoofdhuid. Hierna vallen de bedmijten tevreden en voldaan in slaap.

Hun voedselverstrekker wordt op tijd wakker en heeft van het voornoemde gebeuren geen enkele weet.

Gelukkig maar, en slaap lekker.

©Prlwytskovsky.