Dial alarm

Tags



Mensen in nood doen rare dingen, dat is bekend. Maar rare dingen kom je ook tegen als je in nood verkeerd en hulp nodig hebt. Jij verkeerd in nood en kan bijvoorbeeld nog maar net bij je mobieltje komen en begint de alarmlijn te bellen …
Tik – tik – tik …….. tuuuut – tuuuut … al onze medewerkers zijn in gesprek, heeft u vragen kies1, bent u beroofd kies 2, bent u gewond kies 3, voor overige vragen kies 4.

Tik (4) …. Tuuut – tuuut … al onze medewerkers zijn in gesprek, heeft u ergens pijn kies 1, is er een ledemaat gebroken kies 2, kunt u niet meer bewegen kies 3, voor overige vragen kies 4.

Tik (4) …. Tuuut – tuuut … al onze medewerkers zijn in gesprek, heeft u pijn in de rug kies 1, heeft u pijn in de buik kies 2, heeft u pijn in de borst kies 3, voor overige vragen kies 4.

Tik (3) …. Tuuut – tuuut … al onze medewerkers zijn in gesprek, heeft u pijn in de bovenarm kies 1, heeft u een drukkende pijn op de borst kies 2, bent u nog bij kennis kies 3, bent u blauw aangelopen kies 4.

Tik (4) …. Tuuut – tuuut … al onze medewerkers zijn in gesprek, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen …….. al onze medewerkers zijn in gesprek, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen …….. al onze medew …… “Goedenavond, u spreekt met de hartbewakingsdienst. Wat kunnen wij voor u doen?”
Tuuut-tuuut-tuuut-tuuut …..

Hm weer zo’n vandaal zeker? Eerst de hartbewakingsdienst bellen en dan ophangen mompelt de helpdeskmedwerkster.

©Prlwytskovsky.

Terrasleed



Het is een druilerige ochtend.  In ons overdekte winkelcentrum is een croissanterie met tafeltjes en stoeltjes gepositioneerd langs de doorgang. Vier tafeltjes wel te verstaan maar dat is meer dan genoeg zo te zien want er zit maar één persoon.
Naast de ingang neem ik plaats en bestel een cappuccino met een stuk kersenvlaai met echte slagroom. Ondertussen kijk ik wat er zich afspeelt met de passanten. Moeders met kinderwagens, snel lopende vrouwen en mannen die ongeïnteresseerd kijkend aan mij voorbij lopen. Luidsprekers laten een zachte muziek horen.

“Wat mot je nou weer.” Brult een krakende zware mannenstem. Als ik opkijk zie ik een man en een vrouw aan komen lopen. Zo te zien al ruim op leeftijd.
“Nou, even bij Albert kijken naar …”
“Rot toch op, je hebt de hele ochtend overal al lopen kijken. We gaan hier zitten!” En de man neemt plaats aan het tafeltje naast mij. De vrouw volgt gedwee en zet haar tassen neer.
“Twee koffie.” Roept de man naar de bediening.
“Oh en ik wil een ….” Zegt de vrouw bijna Fluisterend.
“Alleen koffie, meer niet. Je groeit toch al dicht.” De man kijkt hierbij genoegzaam in het rond, hopend op bijval door omstanders en negeert daarbij zijn vrouw die bijna sluipend de menukaart pakt en leest wat er zoal wordt aangeboden. De man rukt de kaart uit haar handen en gooit hem op een andere tafel.
“Koffie, en meer niet!” Klinkt het chagrijnig uit zijn mond.
“Ja maar ik wil alleen maar kijken, het ziet er zo lekker uit allemaal.” Smeekt de vrouw bijna.
“Zuip je koffie op, dan gaan we verder.” Commandeert de man.

De vrouw doet haar bril af en wrijft met twee handen in haar ogen. Heeft zij last van haar ogen, of zou zij zachtjes huilen? Zij zet haar bril op en pakt haar tassen. De man loopt al verderop en draagt een plastic tasje.

Ik reken af maar laat de rest van mijn vlaai staan: het smaakt mij niet meer.

©Prlwytskovsky.

Buitenaards leven vinden



Laatst zag ik een documentaire waarin wetenschappers op zoek zijn naar buitenaards leven. Zij zoeken zich suf en alle bekend staande planeten worden besnuffeld, tot zelfs aan de grenzen van ons melkwegstelsel. Een enkeling waagt zich al filosoferend buiten ons melkwegstelsel maar ondanks de getoonde moeite is elke bewering hypothetisch.

Ik laat mij bijvoorbeeld wijsmaken dat, als de in 1977 gelanceerde Voyager-1 ooit buitenaards leven ontdekt en de signalen daarvan terugzend naar de aarde dat het dan maar liefst 800 miljoen jaar duurt eer ons deze berichtgeving bereikt. Op 15-juni-2012 wordt bekend dat de Voyaer-1ons zonnestelsel gaat verlaten om de interstellaire ruimte binnen te vliegen. Voor het mogelijk te vinden buitenaardse leven is er weliswaar een gouden plaat aan boord, samengesteld onder leiding van de helaas veel te vroeg overleden Carl Sagan, met fragmenten van muziek van Bach, een beeltenis van een man en een vrouw en de geografische positie van de planeet aarde. Maar dan toch vraag ik mij af of welke levensvorm dan ook, op die afstand, onze berichtgeving ooit kan ontcijferen. Weten zij wie of wat Bach is? Weten zij wat mannetjes en vrouwtjes zijn? De positie van de aarde ja, die zullen zij mogelijk herkennen. Of kijken zij net zo verwonderd als wij toen wij de Dropa-Discs vonden in China? Gelijk aan een cd vorm maar dan van steen, met groeven. Wij weten niet wat wij daar mee aan moeten en zouden de buitenaardsen dan wel weten wat zij met die gouden plaat  moeten doen? Omsmelten ja!

Maar ik zie dit toch anders. Ik ben, vergeleken met Carl Sagan, een simpele ziel in dit ondermaanse en denk er het mijne van. Dus laten wij eens gek doen: The sky is not the limit maar we gaan een stuk verder! Veronderstel nu eens dat er daadwerkelijk leven bestaat, weliswaar een andere levensvorm dan de onze; marsmannetjes voor mijn part. Dus zoeken wij naar leven met de kennis en de wetenschap zoals wij dat hier op aarde kennen en daarbuiten in de ruimte vermoeden te kennen. Is dat niet een beetje een arrogante gedachtegang van de mens?
Ooit schreef ik eens dat als God op zijn computer het spel Simcity speelt, en zijn moeder roept dat hij moet komen eten dan drukt hij op de delete knop en het spel valt stil. De computer gaat uit en onze aarde heeft nooit bestaan. Maar die kant wil ik nu niet op, nee, nu wil ik eens vanuit een andere invalshoek deze zaak bekijken.

Veronderstel nu dat je in je woonkamer zit en de zon schijnt fel naar binnen. Je trekt de lamellen dicht en heb geen enkele wetenschap van hetgeen zich achter de lamellen voltrekt. Als onze dimensie en een mogelijke buitenaardse dimensie nu eens vlak naast elkaar zouden leven? Slechts gescheiden door lamellen? Zou dat mogelijk zijn? Is het dan een simpele kwestie van een gammele lamel opzoeken als een soort draaideur die jou doorlaat naar gene zijde? Ja, hoor ik jullie roepen, aan de rechterkant hangt toch een touwtje waarmee je de lamellen kunt openen? Natuurlijk, maar wie weet dat? Jij en ik ja. Maar weet een buitenaardse levensvorm dat ook? Dus kan een buitenaards wezen dan ook die gouden plaat in de Voyager-1 ontcijferen? Ik betwijfel dit.

Neem nu een huisvlieg, niet al te letterlijk natuurlijk; maar neem een huisvlieg. Die vlieg cirkelt rond in je kamer en wil naar buiten maar alle ramen zijn gesloten. Dus hij blijft brommen. Dan ineens begint de fluitketel te gillen omdat het theewater kookt. Zou die vlieg dan anders reageren? Nee! Hij herkent het geluid niet als iets dat in zijn dimensie voorkomt; en misschien hoort hij het niet eens. En wij mensen zoeken maar in de ruimte naar geluiden of signalen die daar volgens ons zouden ‘moeten’ voorkomen? Wie weet gillen die buitenaardse wezens zich wel suf naar ons zonder dat wij dat herkennen, zoals de vlieg en de fluitketel; maar op welke manier gillen zij dan?

Ik ben er van overtuigd dat als wij mensen binnen de filosofie van de voornoemde lamellen die de dimensies van ons scheiden, een uitgang weten te vinden dat wij vervolgens niet meer terug kunnen keren en zeker geen contact kunnen onderhouden met deze wereld. Maar aan de andere kant: welk voordeel zou het ons bieden? Wie weet wil je wel graag terug naar hier maar is de kans- of zelfs je geheugen je ontnomen.

Buitenaards leven ontdekken is heel erg ingewikkeld maar kan misschien zo simpel zijn. Wil je het eigenlijk wel vinden?

©Prlwytskovsky.

Buurvrouw babbelt

Tags

, ,



Mijn buurvrouw en ik kwamen zomaar ineens te spreken over de dood. Dood, in die zin dat mensen je ontvallen op een moment dat je het niet verwacht en dat is nou zo sprekend over de dood himself. Alsof ‘ie het expres doet, om te pesten.
Soms zie ik de dood als een figuur, gehuld in een zwarte pij en zwaaiend met zijn sikkel. Wie hij moet hebben is er niet van af te lezen. Maar is het eigenlijk wel een dooie hij? Of een dooie zij? Ik wil dat eigenlijk niet weten.

Buurvrouw vind net als ik dat de dood soms wel heel erg dichtbij komt ineens. Schuivende toegangsdeuren achter ons ten spijt want wij stonden in het zicht van de sensors die de deuren aansturen. Alles beter dan de dood die zoiets aanstuurt.
Waarom gaan mensen soms ineens, of plotseling dood? Vraag ik mij hardop af. Buuf weet het ook niet. Door een ongeluk of wat dan ook, dat kan ik me nog voorstellen. Maar zomaar ineens, dat het licht uitgaat? Wie heeft daar de hand in? Waarom denk ik nu ineens na over de dood. De Dood als een verschijningsvorm in een mensengedaante, of als een geest. Kun je het nog volgen? Of moet ik dat anders zien? Dat jouw en mijn dood beschreven staan in een groot hemelboek? Zou zomaar kunnen toch?
Buuf en ik vragen ons hardop af wanneer wij dan aan de beurt zijn. Buufje zelf is al in de tachtig dus vergeleken bij haar leeftijd kom ik nog maar net kijken.

Veronderstel begin ik, veronderstel dat je de dood zou kunnen vangen en opsluiten? Dan zou er niemand meer doodgaan. Is dat even wat? Maar al die ernstig zieke mensen dan, die door hun ziekte dood willen en het dan niet meer kunnen c.q. niet worden weggehaald door vriend ‘De Dood’. Wat laadt je daarmee allemaal niet op je nek? Buuf keek mij aan en begreep mijn standpunt.
“Het is vandaag kouder dan gisteren.” Veranderde zij van onderwerp.
“Ja” zei ik: “het is ’s avonds kouder dan buiten.”
Lachend zwaaiend liep zij het hoekje om. Alles beter dan dat zij het hoekje om ging.

Dood is dood! Zo evalueer ik ons gesprek. Een andere keuze is er niet. Daarom bestaan er in die zin zelfs geen woorden als doodst of nog dooder in de Nederlandse taal.
Wij moeten het er maar mee doen.

©Prlwytskovsky.

Sciencefiction



Het leven zoals het zich op dit moment aan mij manifesteert is anders best te pruimen. Maar toch heb ik soms het gevoel dat ik weg zou moeten kunnen vliegen. Dat gevoel, dat idee dat ik als een vogel door de lucht zou kunnen suizen. Als kind had ik dit al maar ondanks dat ik aan dat gevoel toegaf kon ik het luchtruim nooit daadwerkelijk kiezen. Natuurlijk niet, mensen kunnen nu eenmaal niet vliegen.

Door heel mijn leven loopt een rode draad met flashbacks, zeg maar fracties van vage herinneringen die mij in dit ondermaanse als een fantast bestempelen. Vandaar mijn afwijkende schrijfsels? Dingen als weg kunnen zweven uit een noodsituatie zoals Badman dat zo mooi deed en dan via het luchtruim het vege lijf redden. Zelfs nu ik dit neerschrijf voel ik mij één of andere zot die niet helemaal spoort. Die flashbacks echter geven mij een heerlijk gevoel van vertrouwen, of ik nooit iets anders heb gekund. Soms herken ik ze maar vaak word ik er bang van.

Laatst met een flashback zag ik zelfs gezichten en menselijke vormen maar niet zoals ik deze dagelijks zie, verre van dat. Naar aardse maatstaven gemeten waren het marsmannetjes met hele rare smoelen en ontzettend tengere lichaampjes. Opmerkelijk was dat ze naar mij lachten, en mij vertrouwelijk toespraken in een taal waar ik geen moer van verstond. Afwisselend keerde ik terug naar het aardse leven en terug naar die marsmannetjes. Tot op een bepaald moment dat de realiteit toesloeg en ik niet meer naar de aardse wereld terug keerde maar bij die marsmannetjes bleef. Verbaast en vragend keek ik ze aan.

Je gaat ons toch niet vertellen dat je ons niet meer herkend, zeiden ze. Ik keek van de één naar de ander en kon ze ineens heel goed verstaan. Vaag kwam er een herinnering bij mij terug. Ze begonnen mij uit te leggen dat wij een spel speelden waarbij wij om beurten naar een virtuele wereld werden gezonden om te kijken hoe wij ons daar met onze vergaarde kennis zouden redden. Het was echt waar, het was inderdaad een spel en met moeite beleefde ik de eigenlijke realiteit daar bij die marsmannetjes. Mijn aardse fictieve leven van daarnet kon ik maar moeilijk van mij af schudden. Kom zeiden ze: gaan we wat drinken en een hapje eten.

De interactieve computer werd uitgezet. De monitor werd donker en de wereld heeft nooit bestaan.

©Prlwytskovsky.

Boodschappen doet



Het was druk bij mijn favoriete buurtsuper. Veel wachtende mensen blokkeerden de gangpaden door netjes achter de Corona belijning te blijven. Zo stonden ze dus de buurtsuperaars waaronder ik, danig in de weg. Begrijpelijk, dat wel.

Een vrouw met een invalide wagentje probeerde ook haar inkopen te doen en hierdoor ontstond vervolgens een andere file bestaande uit geïrriteerde mensen met boodschappenkarretjes die los uit de pols afmeten hoever anderhalve meter eigenlijk wel is.
Één man in het bijzonder manifesteerde zich wel heel erg nadrukkelijk, hij had een veel te klein t-shirt aan en een kop of hij dagen achtereen in de magnetron had gelegen. Met een stem die tot voorbij de achterste schappen te horen moet zijn geweest sommeerde hij de communicerende passanten om plaats te maken omdat ‘hij’ erdoor moest! Zo, daar konden ze het mee doen. Een echtpaar ging verbouwereerd opzij en Brulboei met zijn vrouw in het kielzog ging verder met zijn zoektocht door de schappen.

Even later kwam ik ze weer tegen en nu versperde hij zelf het pad. Ik reed met opzet tegen zijn karretje aan als teken dat ik erdoor wilde.
“Jah rustig maar. Wij gaan zo weer verder, last van zenuwen?”
Gelaten wachtte ik af want hij wist niet dat hij als joker zou worden gebruikt voor een nieuw verhaal van mij.
En oh ja, bruine basterd suiker moest ik nog hebben. Ik ben er toch zeker drie keer aan voorbij gelopen alleen omdat de verpakking was gewijzigd en daar reken je als argeloze bruinesuikerzoeker toch niet op?

Bij de kassa aangekomen zie ik dat Brulboei vóór mij staat, hij zet alles vanuit hun karretje op de lopende band en commandeert met luide stem zijn vrouw om af te rekenen want hij gaat dan alvast aan het einde staan om de boodschappen in de tassen te doen. Zo gezegd zo gedaan. Breedgeschouderd pakt hij alle aankomende boodschappen aan en vol bravoure flikkert hij die in de tassen. Een andere uitdrukkingswijze kan ik er niet voor vinden. Toen sloeg het noodlot toe: er glipte een chocolade toetje uit zijn hand en dat kletterde op de grond. Het bekertje kon de klap niet verwerken en barstte helemaal open met een rampzalige chocovlek middenin de doorgang als gevolg. Brulboei bevroor in zijn beweging en keek hulpeloos eerst naar de caissière en dan naar zijn vrouw die hem beide geen blik waardig keurde. Van die oppermachtige, overheersende en dominerende man was niets anders meer over dan een hulpeloos kind. Aan de caissière vroeg hij heel timide: “Heeft u misschien een doekje voor mij?”
Zijn ogen keken vragend in het rond en zochten hulp maar niemand reageerde. Op mijn lippen brandde de vraag of hij misschien zenuwachtig was geworden maar in zijn toestand was hij wellicht over de band gesprongen om mij even mores te leren. Ik liet het maar zo en lachte smerig in mijn vuistje.

Toen ik had betaald en met mijn karretje wegliep ontmoette mijn ogen de ogen van zijn vrouw. Zij glimlachte verlegen naar mij; ik knikte haar vriendelijk toe.

©Prlwytskovsky.

TV debatten en zo



Mijn buurman kijkt graag naar TV debatten van onze regering. Ik niet want ik hoor het wel als er resumerend over wordt na gekaart. Nee vroeger keek ik wel, zelfs naar onze Schiedamse raadsvergadering op de regionale tv zender. Maar dat is jaren geleden. Ik gun je even een terugblik hoe het er destijds aan toe ging.

Na de verkiezingen is dit een laatste raadsvergadering waarin de zittende wethouders zitting hebben. Even de situatie schetsen zoals ik deze waarneem op het moment dat ik inschakel. Zij zitten erbij alsof er niets aan de hand is, en dat is er eigenlijk ook niet. Mannen met wild uitgedoste kapsels en een vrouw met een hoog voorhoofd denken dat zij één of ander sprookje moeten voordragen; ook een hoopje aanstaande ex- wethouders die schaapachtig zitten te genieten van het schouwspel. Dit alles gelardeerd met een waarnemend burgermeester die continu kwaad de zaal in kijkt. Tenzij zij zo’n kop heeft.

Dan nu de toon zetten:
Als je als Schiedamse jeneverneus iets wilt zeggen ten overstaan van de raad, spreek de raad dan ook toe. Dus kijk de raad aan tijdens het spreken, las korte pauzes in om de gesproken woorden te laten doordringen. Kijk je toehoorders daarbij aan! Kijk desnoods even in de camera van de lokale tv en zorg dat je woorden wortel schieten en niet als een voordracht wordt ervaren van Thor Heyerdahl’s wonderbaarlijke zeilreizen met zijn papyrusboot RA2.

Maar nee, men leest het voor alsof het een opstel betreft van het derde jaar van de basisschool. Er zijn echter mannen die zoiets wel heel goed kunnen. Dat zijn de enkelingen die ervaring hebben met het Schiedamse gebeuren. Leuk of niet leuk maar zij weten in elk geval van de hoed en de rand en dat is goed voor Schiedam. Dat-motte-we-hebbe!
Ik weet het: ik roep daarmee onheil over mij af maar dat kan mij niet schelen. Zo erg is het met mij al gesteld als geboren Schiedammer dat het mij niets meer doet als ik onheil over mij afroep en een enkeling mij zelfs op de brandstapel wil gooien.

Een bijna kale man pakt de microfoon en verrekt het eveneens om op te kijken tijdens zijn betoog. Bretels draagt hij en volgens inside talking worden daar twee redenen voor gegeven.
1. Dat hij een ziekte onder de leden heeft waarbij hij zijn broek niet kan ophouden; een trendy mannenkwaal verwant aan incontinentie.
2. Zijn bretels worden ter zelfbescherming vast getimmerd aan zijn raadszetel om erger te voorkomen.
Ik weet niet voor welke van de twee mogelijkheden ik moet kiezen.

Vervolgens staat er weer iets op een onverstaanbare manier te oreren, in een roze shirt nog wel en met een paar ogen op sap alsof ze nachten lang niet geslapen heeft. Maar toch wil ik er niets van missen omdat in zekere zin de toekomst van Schiedam op het spel staat. Het enige dat zij in mijn ogen uitstraalt is: hoe voorkom ik dat ik word geneukt.

Is dit de toekomst van mijn Schiedam? Vraag ik mij af. Moet dit het worden? Wordt hiermee bijvoorbeeld de leegstand van de winkelpromenade opgelost? Ik heb echt te doen met de hartwerkende middenstanders die met moeite hun kop boven water kunnen houden. Met mensen bijvoorbeeld die hun etalage zien weggestopt achter een oude sluis en waar bij festiviteiten een niet ter zake doende marktkraam ongevraagd voor hun snuffert wordt geplaatst. Of een middenstander die Schiedam verlichting wil geven en zijn nering drijft aan een kade waar geen verkeer meer over mag.

Schiedam, please go Back to Black, zoals Amy Winehouse dat zo mooi vertolkte. Terug naar zwart Nazareth, het oer- Schiedam. Terug naar de wortels waarmee Schiedam is geworden tot wat ze nu is. Haar geschiedenis waarderen en er trots op zijn.

©Prlwytskovsky.

Hé Ma of Hema



Vroeger toen ik nog een beginnend plaaggeestje was frequenteerde ik wel eens het centraal station in Rotterdam. Rijen met wachtenden stonden er altijd voor de verkoopbalies. Ik zocht mij een nogal nieuw uitziende kaartjesverkoper uit en schaarde mij in de wachtrij. Toen ik aan de beurt was vroeg ik aan de man een retourtje. Waarheen dan? Was zijn tegenvraag.
“Nou gewoon, hierheen natuurlijk.”
“Maar u zult dan toch eerst ergens heen moeten om dan weer terug te kunnen komen.” Was zijn verweer.
“Nee wil ik niet. Ik wil hier weg en snel naar huis.”
Er werd in mijn rug gepord dat ik niet zo slap moest ouwehoeren want de achterop komende 300 man wilden ook met de trein mee.
“Doe dan maar een enkeltje Schiedam.” Zei ik. Bijna liep de kaartverkoper gillend weg toen een ervaren dame zijn plaats innam en mij het gevraagde kaartje verkocht.
“En nu weg wezen ja?” Siste ze door het doorgeefluik. “Wij hebben meer te doen.”
“Ja mevrouw”. Zei ik en zocht mijn trein op.

Maar dat was toen. Tegenwoordig moet je uitkijken met wie je grapjes maakt of wat je zegt. Er kunnen niet zoveel mensen meer tegen een geintje. Van de week bijvoorbeeld vereerde ik mijn geliefde warenhuis met een bezoek en vergat hierbij natuurlijk niet om een overheerlijke rookworst mee te nemen. Achter in de hoek hangt een bord met daarop: “Informatie balie.” Een oudere dame deed zo te zien haar beklag. De baliemedewerkster liet de dame praten om er vervolgens niet naar te luisteren. Toen de vrouw wegliep ging de baliemedewerkster met haar collega in een deuk. Onschuldig als ik ben melde ik mij aan de balie. De medewerkster veegde haar laatste vreugdetraan met haar handen af en kwam naar mij toe. Of ze mij kon helpen.
“Jawel ik wil graag informatie hebben.” Dan valt ze even stil.
“Waarover?”
“Nou gewoon, informatie zoals hierboven op dat bord staat. Dus informeer mij maar.”
“Maar dan moet het toch ergens over gaan?“ Vroeg zij verbaasd.
“Dat staat er niet bij geschreven.” Zei ik. “Maar wat voor informatie heb je zoal?”
“Ohw nou van alles maar als ik niet weet waarover u geïnformeerd wilt worden dan kan ik u niet helpen.”
“Dat vind ik nu zo jammer hè, ik wil serieus geïnformeerd worden, over van alles en u weigert gewoon om mij van dienst te zijn. Heeft u hier ook een meldpunt voor klachten?”
“Nou ja meneer, maar als u zich zo graag wil beklagen dan kan dat hier om de hoek.”
Ik draaide mij om en liep de hoek om naar buiten, naar de parkeergarage.
Arm kind dacht ik, die doet nu hoogstwaarschijnlijk haar beklag bij haar chef, terwijl er helemaal geen klacht binnenkomt. Hoe zou zij zich daar uit redden?
Moet ze maar geen oudere vrouwen achter hun rug uitlachen.

©Prlwytskovsky.

Ikke en de rest kan stikken

Tags

, ,


Ikke en de rest kan stikken zongen Ronnie & de Ronnies ooit. Zo ken ik mensen die de gave bezitten om een gesprek keer op keer binnen de minuut over zichzelf te laten gaan en daarmee oeverloos blijven door zwetsen.
‘Jaaa dat had ik ook want ik ….’
‘Jaaa bij mij hebben ze toen ….’
‘Jaah mijn buurman had dat ook en toen ….’
‘Jahh ik weet er alles van want ik ….’
‘Praat me er niet van want ik …’
Zulk soort zou je toch met liefde met een deegroller op hun bek slaan en zeggen: Hou nou één keer je muil dicht want ik was aan het praten! Egocentrisch ding dat je er bent!!!

Ik bedoel, ik zeg ook es iets over wat mij dwars zit maar mensen luisteren niet meer. Ze luisteren niet meer naar wat je zegt en luisteren vooral niet meer naar wat je eigenlijk probeert te zeggen. Nee, alleen maar ‘ik’ en nog eens IK is het credo! Maar ondertussen wel luisteren of er niet een gespreksopening valt waar ze meteen kunnen inhaken om met hun eigen verhaal het gesprek over te nemen. Omdat ik dergelijke mensen probeer te ontlopen houdt mijn gewetenswroeging mij uit mijn schoonheidsslaap omdat ik ook maar een mens ben. Dit draagt er toe bij dat ik mijzelf maar een lekkere borrel inschenk. Lost dat iets op? Nee!! Maar het gaat om het idee.

Vandaag de dag moet men anderhalve meter afstand houden tot elkaar. Dat deed ik toch al met de mensheid maar nu is dat anders en gerichter. Cor & Ona, die met die 4 Russen, bieden ons een zekere dodelijke toekomst- en zorgen die wij er liever niet bij hebben. In de lift met meer dan 2 personen wordt afgeraden. Buurtsupers staan met een telraam bij de ingang dat er maar niet teveel neuzen tegelijk naar binnen komen. En ondanks dat moeten de vakkenvullers bij onze buurtsuper met een geel hesje worden uitgedost omdat ze anders door hamsteraars onder de voet worden gelopen en onheus worden bejegend. Door hamsteraars ja. Lieden die er zelf een teringzooi van maken lezen hard werkend winkelpersoneel de les. Kan het nog gekker? Je zou dat volk ter plekke voortrazende ijzel stormen en hagelbuien toewensen, voor mijn part vergezeld van diep indalende testikels of spontaan uitvallende eierstokken.

Zonder de ernst van het Corona gebeuren te verliezen word ik die mediahype een beetje zat. Jaar in jaar uit zijn er tot nu toe meer mensen overleden aan allerlei griep soorten en ander ziektes maar daar hoor je nu even niemand over. Waarom niet? Was dat minder erg? Ik vraag mij af of ik mag denken op een manier dat er nu door farmaceutische bedrijven geld te verdienen valt? Bedrijven die allerlei medicijnen en een mogelijk Corona tegengif proberen te maken? Behoor ik als 70+ ouwe lul bij een doelgroep die te verstaan is gegeven om bij besmetting elke behandeling op te geven en een wisse dood te sterven opdat uitbundig feestvierend tuig bij besmetting de resterende quarantaine bedden kunnen bezetten? Recalcitrant als ik ben hef ik naar dit wereldgebeuren mijn twee middelvingers op.
Doe bijvoorbeeld eerst maar eens wat ik in mijn leven allemaal gedaan heb, en niet te vergeten wat mijn mede genoten gedaan hebben om ons Nederland op deze hoogte te krijgen. Nee, onze nakomelingen en huidige generatie maken zich druk over dat zij verstoken blijven van de social media en dat daarmee hun wereld in stort.

Omkijken naar iemand anders? Zorg voor iemand anders? Meelevendheid? En vooral luisteren naar wat iemand zegt en bedoelt?
Mijn advies? Beleef jouw dag zoals die op jou af komt. Waardeer wat je wel hebt en wees blij met de extra’s.

©Prlwytskovsky.

Ontbijt op bed

Tags

, , ,



In mijn glorietijd waarbij vriendinnen in allerlei soorten en maten in rijen voor mijn deur stonden kwam het wel eens voor dat er een ontbijtje werd genuttigd in bed. Meestal een beboterd sneetje (dubbelzinnig?) met een eitje en soms werd er een beschuitje geoffreerd. En daar wil ik het nu eens over hebben: over dat beschuitje.

Eten in bed is zo wie zo al iets waar ik van nature weerstand tegen heb, dat doe je maar aan tafel en in bed doe je weer andere dingen. Je slaapt er bijvoorbeeld in en sommige mensen worden er ook weer in wakker. Mijn eerste aanstaande ex vond het leuk om op zondagochtend met een kopje thee en een bord met een beboterd sneetje met jam weer het bed te kiezen. De hele zaak stond weliswaar op een dienblad en met haar kussen rechtop zat ze dan te genieten van de ochtendzon met haar ontbijtje: totdat ik wakker werd. Natuurlijk draaide ik mij iets te wild om en rekte mij uit waarbij ik zonder het te beseffen een lel tegen het dienblad gaf dat vervolgens kantelde en het resterende aanwezige ontbijt op het laken deed belanden. Ik zal je de dialoog die hieruit voortkwam besparen.

De volgende nacht begaven wij ons wederom ter rustte en lagen op enkele achtergebleven hard geworden kruimels die als schuurpapier werkte waardoor ik ze weer op me donder kreeg omdat ik mij vanmorgen als een hufter had gedragen. Als ik deze zin terug lees dan bespeur ik vrouwenlogica en daar heb ik nooit tegenop gekund.

In die tijd pleegde ik incidenteel nog wel eens na te denken en vond het nodig om haar te verrassen met een ontbijtje op bed. Ik ging in de sluipstand naar de keuken om een sneetje met roomboter besmeuren en een paar eitjes net hard genoeg te koken want dat had ik in die tijd wel geleerd, meer uit eigenbelang. Vol trots liep ik met het beladen dienblad terug naar de slaapkamer en ging op het bed zitten naast mijn vrouw, met het dienblad op mijn knieën. Ze sliep nog. Ik begon zachtjes haar naam te roepen en zag haar bewegen als teken dat ze langzaam wakker werd. Ze draaide zich ineens om en gaf daarbij een lel tegen het dienblad dat prompt omkieperde waarbij de inhoud in bed belandde. Verbaast keek ze mij aan en vroeg: “Wat ben jij nou aan het doen?”
“Nahhhh” zei ik, “het leek mij wel een aardige geste om op deze zonnige zondagochtend een ontbijtje voor je te maken nadat ik vorige keer het dienblad uit jou handen stootte.”
“Droplul, dan zet je toch eerst dat blad neer en daarna maak je mij pas wakker, OEN! Nou leg weer die hele zooi in bed en kan ‘ik’ alles weer verschonen.”
Ze smeet het dek van zich af en ging als een Neanderthaler tekeer om het bed af te halen, mij naast het nachtkastje achterlatend en ondertussen schimpend dat het allemaal mijn schuld is.
Nee, geen dankjewel, maar wel weer die vrouwenlogica die ik hier terug lees die ontaarde in dat zij mij hoe dan ook betichtte van onnadenkend handelen.
Daarna komt er een periode dat je als heer des huizes verweten wordt nooit eens iets te doen.
Eigenlijk moet ik dit iets objectiever weergeven.

Laatst was er weer iemand die best een beschuitje met mij wilde eten. Vroegtijdig gaf ik beleefd aan dat ze die tering beschuitjes maar bij haar eigen thuis moest opvreten maar beslist niet in mijn bed!
Vond ze een rare reactie van me.
Ik bedoel, je moet toch even wat lijnen uitzetten als er een nieuwe vlam opdoemt. Nietwaar? En het gekke is dat hoe meer ik ze af blaf hoe kleffer ze dichterbij komen.

Vrouwen en beschuitjes. Los van elkaar vind ik ze vreselijk lekker maar alsjeblieft niet samen in bed!

©Prlwytskovsky.