Vadertje tijd



Als ik naar de klok kijk zie ik de tijd verstrijken, langzaam weliswaar maar hij verstrijkt gestaag. Het is 17:01 uur en de seconden tikken weg. De grote wijzer beweegt zich schoksgewijs voort. Weer een seconde voorbij, weer een minuut later.
Maar wat is er op wereldschaal eigenlijk in die ene seconde gebeurd, of in die ene minuut? Heeft er ergens een aardbeving plaatsgevonden of een tsunami of gewoon niets? Wordt er een oude vrouw beroofd van haar laatste tientje of wordt er iemand neergestoken voor de vaak? Wordt er een kind geboren of gaat eindelijk die knop van mijn Anthurium open? Vragen die zich rumoerig een weg door mijn grijze massa banen als ik naar de klok kijk en de tijd ziet voortschrijden.

17:20 uur is het nu. Ik zet mijn stoel in de achterover stand en ga eens lekker zitten hangen. Ik fantaseer er vrijelijk op los met dit onderwerp. Want het kan toch nooit zo zijn dat tijd een ding is? Een ding dat ongecontroleerd voortschrijdt? Nee, het moet iets zijn dat aangestuurd wordt. Maar dan meteen de volgende vraag door wie of wat? Als ‘tijd’ bijvoorbeeld wordt aangestuurd door ‘wat’ dan kom ik als vanzelf uit op ‘wie’ en omgekeerd. Interessante gedachten vindt ik en schenk mijzelf een lekker borreltje in.

Veronderstel nu dat de tijd wordt beheerd door een persoon. Een man? Denkend aan vadertje tijd kan het ook niemand anders zijn dan een man. Mijn fictieve persoon is niet die bebaarde grijsaard, nee, ik denk aan een persoon zoals wij dat zijn; een soort wandelaar die ongemerkt aan je voorbij loopt zoals ook de tijd onopgemerkt aan je voorbij gaat.
Hij houd een stopwatch in zijn hand en loopt door de winkelpromenade; onopvallend zoals iedereen daar onopvallend loopt. Spiedend, of hij iemand vind die zijn taak kan overnemen, zoekt hij zijn opvolger.

En dan dat ongeloofwaardige toeval als ik de drankwinkel uit kom lopen dat er een oude man recht op mij af komt.
“Kom mee naar dat terras, daar kunnen wij even praten.” Sommeert hij mij min of meer.
Nieuwsgierig waar hij op doelt ga ik bij hem zitten en luister …
“Kijk,” begint hij zijn betoog: “ik ben vadertje tijd en ik beheer de laatste seconde van de wereldse tijd. Maar ik voel mijn einde naderen en moet een opvolger vinden voor het te laat is en jou heb ik daar voor uitgekozen.”
“Natuurlijk.” Zeg ik. “Heb je geen betere mop?” Ik slurp een slok van mijn hete koffie.

“Nee,“ zegt hij resoluut: “jij moet mijn opvolger worden!” Hij laat mij zijn stopwatch zien. Op het display zie ik catastrofale rampen die al gebeurd zijn maar ook onvoorstelbare rampen die nog moeten plaatsvinden. Verbaasd vragend kijk ik hem aan ….
“Het enige wat jij moet doen is elk uur op deze knop drukken. Meer niet! Als jij dat niet doet dan verstrijkt de laatste seconde en daarmee stopt alle tijd. Dan houdt de wereld terstond op met bestaan en zal nooit bestaan hebben. De zon, de maan en alle planeten zullen er nooit geweest zijn.”
Meteen zie ik zijn ogen glazig worden en zijn ademhaling stopt met een laatste diepe zucht. Het lijkt wel of hij nu naar mij glimlacht.

Het is 17:59:48 uur. Ik pak zijn stopwatch en plaats mijn vinger bij de knop. Ik wacht tot het precies 17:59:59 uur is en druk op de knop.
Meteen lees ik op de display: Welcome Peter, good to see you.

©Prlwytskovsky.

Kut auto’s


Laatst had ik een gesprek met een buur die een andere auto wilde kopen maar eigenlijk ook weer niet en maar niet kon beslissen, mede omdat hij aan zijn huidige auto verknocht is. Daarom een oud verhaal opgezocht hoe ik ooit tot een andere auto werd gedreven. Lees mee en huiver …..

Zoals sommigen van jullie weten rij ik al jaren met een Peugeot rond, met een dieseltje. Ja, ik weet nu al jullie reactie: Een P-P-Peugeot??? Maar nee luister, het gaat hier om iets anders dan gewoon een auto, het gaat dieper: het gaat hier om gekrenkte gevoelens!
Op een bepaald moment ben je overtuigd door de vertrouwelijke verhouding die jij met je voertuig hebt opgebouwd. Niets mis mee, so far. Tot de dag waarop Kees (zo heten mijn Peuzen) voor een APK en een beurt moet worden weggebracht. De garagist belt al na een uur dat er iets goed mis is. Nooit iets van gemerkt, maar goed: een fikse reparatie die de eigenlijke waarde overstijgt zal moeten worden uitgevoerd.
“Daar begrijp ik niets van”. Zeg ik tegen de telefoonstem. “Ik rij er al ruim 265.000 kilometers mee, zonder problemen, en nu is ’ie  ineens kapot?”
“Zal ik u met afdeling verkoop doorverbinden?” Vraagt de stoïcijnse stem.
“Jahhh? Ogenblikjeeee …tuut-tuut-tuut.”
“Goedemorgen, met Jan-Jaap ………..”
“……. Ja en?” Zeg ik chagrijnig.
“U bent op zoek naar een nieuwe auto?” Kweelt een zoet gevooisde Jan-Jaap stem.
“Nee, ik zoek nergens naar. Maar ik word zojuist overdonderd dat ik zonder auto zit als ik de reparatie niet laat uitvoeren. Dus wat heb jij te bieden?” Beantwoord ik zijn vraag met een tegenvraag.
“U zoekt nieuw of gebruikt?” Vraagt de nerd.
“Oké, nog een keer: ik zoek niks! Begrijp je: helemaal niks! Maar ik moet wieltjes hebben en wel nu meteen!”
“Dan kunt u het beste even langskomen en kijken wij of er iets voor u in de showroom staat. Wij hebben er schitterende aanbiedingen voor u bij staan.”
Mij bekruipt nu het gevoel dat als je vrouw zojuist is overleden en je belt de begrafenisondernemer dat hij dan zegt: “Maar mijnheer, er lopen er hier nog twee rond, misschien iets voor u bij?”

Vanaf het eerste moment dat ik Jan-Jaap hoorde heb ik een pleuris hekel aan hem. Een gladjakker met een uitgestreken smoel, komt met uitgestoken hand op mij af lopen.
“Mijnheer Prlwytskovsky naar ik aanneem? Goed u hier te zien. Waar wilt u beginnen? Bij de nieuwe of bij de gebruikte auto’s?”
“Luister eens even hier, beste man. Hou jij je verkooppraatje maar voor je, dan hoor je mij wel piepen als het voor mij interessant wordt.”
Bij een glimmende en gepoetste (hoe kan het ook anders) nieuwe Peugeot uit 2001 blijft hij staan. “Lijkt mij echt iets voor u.” Lacht hij mij toe. De sleutels had de smiecht al meegenomen en hij opent de linker deur.
“Stap gerust in en kijk of het u bevalt. Deze auto heeft namelijk …..”
“Hé, het stuur zit links.” Roep ik.
“Ja mijnheer, dat is toch bij uw vorige auto ook zo? Of zit het bij die auto rechts?”
“Daar gaat het niet om.” Zeg ik. “Ik stel alleen vast dat het stuur bij deze auto links zit.”
“Deze auto heeft …..”
“Laat mij er eens een stukje mee rijden.” Stel ik voor, en Jan-Jaap start meteen de motor. Hij stapt uit en laat het portier uitnodigend voor mij open staan. Ik stap in en scheur met gillende banden op twee wielen de hoek om. Onderwijl natuurlijk een stop gemaakt, de motorkap geopend en wat rem en optrekproeven uitgevoerd.
Als ik terug kom en de auto op mijn manier netjes in een parkeervak flikker, vliegt Jan-Jaap meteen naar buiten en neemt de sleutels terug in ontvangst.
“En, hoe bevalt hij?” Vraagt hij mij angstig aankijkend.
“Is eigenlijk een kut-auto, net zoals alle auto’s die hier staan eigenlijk kutauto’s zijn.” Brom ik.

Veel dingen worden in Nederland namelijk niet als kut verwoord terwijl zij wel als kut worden ervaren en het uiteindelijk ook gewoon kutdingen blijken te zijn. Jammer. Sommige auto’s zijn nu eenmaal ook gewoon kutdingen, anderen zijn iets minder kut en een enkele is gewoon goed. En juist die denk ik dan nu te kopen.

Met de smoor in verlaat ik de showroom, een verse Peus rijker. Buiten kijk ik nog even om, de werkplaats in, en zie nog net de letters ZH van mijn oude kentekenplaat.
Door emoties overmant loop ik de weg terug naar huis. Lopen, want ja: zo’n kutauto moet natuurlijk eerst nog een beurt hebben.

©Prlwytskovsky.

Song festie fallus


Puur uit nieuwsgierigheid heb ik mezelf laten verleiden, door mezelf, om heel eventjes naar dat songfestival te kijken. Voor de zekerheid een paar teiltjes naast me neergezet want je maar nooit. Behoort een songfestival niet uit zingen te bestaan? Verstaanbare teksten ondergebracht in een melodieus geheel? Vakwerk dus, en vakkundigheid. Maar die laatste twee zijn ver te zoeken.
Mijn eerste gedachte is dan ook ‘Motorisch gestoorden die van gekkigheid niet meer weten wat ze moeten doen, anders dan begrijpelijk zingen’. Talenten zijn helaas ver onder geschoven begrippen en kundigheid is nog verder te zoeken.
Is dat mijn leeftijd of ben ik een achtergebleven gebied wat vooruitgang betreft?

Vroeger ja, toen moest ik gedwongen mee kijken naar dat geblèr om mijn 6e aanstaande ex vrouw maar ter wille te zijn. Maar het werkte. Bijvoorbeeld ABBA, Teach in, Lenny Kuhr en Teddy Scholten om er maar een paar te noemen, bleven in mij geheugen gegrift tot in lengte van dagen. Maar eentje die ik nu speciaal wil noemen is toch Bobby Solo. Bobby Solo? Jah Bobby Solo!!! Songfestival 1964? Si? Daar scoorde hij dus de eerste plek!!
Maar wie kent Bobby eigenlijk nog? Nou? Volgens mij dus niemand meer, alhoewel hij nog wel degelijk aan de weg timmert. Zij het op bescheiden schaal zoals bijvoorbeeld een op voorhand failliet wegrestaurant langs een doodlopende weg openen. En die teloorgang is toch jammer want hij verdient veel beter.

Schitterende teksten zong hij met die donkere Italiaanse stem van hem. Zichzelf begeleidend op een diversiteit aan geluid voortbrengende apparaten zoals een piano of een gitaar, hand bedient dat wel; niks elektrisch. Maar dan dat songfestival nummer van hem wat ik mij nog heel goed herinner: Una Lacrina Sul Viso. Wel jammer van die ongevraagde Youtube kutreclames vooraf maar dat duurt gelukkig maar 5 seconden in tegenstelling tot het hedendaagse songfestival dat je onderhand de strot uitkomt. Maar afijn …
Begint het weer te dagen, ja? Ja? Deze vraag zal betrekking hebben op de leeftijd van de lezers. Zestigers of mogelijk nog ouderen dus wind je maar niet zo op over deze conclusie.

In mijn middelbare schooltijd, ergens zo rond 1964, was dit dus een grote hit. Gedraaid en geroemd door Herman Stokbrood die deze tophit op de zaterdagmiddag in zijn hitparade bij herhaling presenteerde. Wij, de schoolgaande jeugd van toen, spraken natuurlijk foutloos Italiaans en de titel van dat nummer werd door ons dan ook meteen vertaald naar het Nederlands van “Una Lacrina Sul Viso” naar “Een zeer vuile latrine”. Erg vrij vertaald, dat dan weer wel. Maar wij deden dat toch maar even.

Resumerend moet ik helaas vaststellen dat het Italiaans van tegenwoordig niet meer is wat het vroeger was.

©Prlwytskovsky.

Doemdenken


Op mijn internet filekaart zie ik allemaal rode strepen met gele pijlen ernaast. Als ik op een willekeurige pijl klik lees ik: 3 km stilstaand verkeer of zelfs 18 km stilstaand verkeer. Raar toch eigenlijk?
Als ik bijvoorbeeld terugdenk aan mijn rijvaardigheidsopleiding ergens in 1832 geloof ik, dan was er nooit sprake van enige file in welke vorm dan ook. Het woord ‘file’ bestond zelfs niet eens. Desondanks is mij destijds toch geleerd dat voertuigen die stilstaan niet aan het verkeer deelnemen en dus het recht op deelneming aan het verkeer verspelen. Nietwaar? Ja toch? Dus eigenlijk alle wielvoertuigen die op de openbare weg stilstaan nemen geen deel aan het verkeer en zijn derhalve geen verkeersdeelnemers!

Kunnen wij het daar over eens zijn? Ja? Mooi!

Hoe kan het dan zijn als ik lees dat er melding wordt gemaakt dat ergens op de A-12 een opeenhoping van 19 km stilstaand verkeer plaatsvindt? Ik denk na ….. en daar gaat geruime tijd mee heen. Ik trek mij angstig terug in de verste hoek van mijn bank, pak mijn knuffelkassei en druk deze stevig tegen mij aan en herlees deze melding.

Kunnen wij hier resumerend vaststellen dat, als het autorijdende publiek op een autoweg pleegt stil te staan zij niet tot de categorie verkeersdeelnemers behoren? En wat is dan de toegevoegde nieuwswaarde van filemeldingen? Ik bedoel: auto’s die stilstaan nemen géén deel aan het verkeer en zijn daarom verwaarloosbaar om te vermelden. Toch?

Als ingezetene van de staat der Nederlanden concludeer ik: Er bestaan géén files!!!

©Prlwytskovsky.

Hakkuhhh


Als ik mijn vriendenkring analyseer, een activiteit waar ik goed ik ben, dan ontwaar ik weinig opmerkelijke zaken. Wij kunnen sociaal gezien goed met elkaar overweg maar meer ook niet. Vooral geen diepgang aanroeren. En met diepgang bedoel ik een goed gesprek, een boom opzetten, een onderwerp uitdiepen om daarmee een bintenis te creëren. Maar nee: vriendschappen kennen vaak hun beperkingen.

Ander voorbeeld zijn mijn nieuwe buurtjes. Zij hebben onlangs de flat gekocht en natuurlijk moet dan meteen de pneumatische hamer worden gedemonstreerd. Vraag mij niet waarom. De keuken wordt eruit geramd, enkele tussenmuurtjes, de complete badkamer verdwijnt en nog meer luidruchtig gedonder. Nu al 3 zaterdagen en zondagen lang hoor ik de Godganse dag niets anders dan pneumatische hamers, decoupeerzagen en getimmer. Het schijnt bij het kopen van een huis te horen. Een nieuwe hype?
Zijn deze huizen dan zo slecht? Nee! Van alle gemakken voorzien en van een kwaliteit dat het beslist niet binnen een paar decennia zal instorten. Waar ik tevreden mee ben wordt door mijn kakelverse buurvrouw afgeschilderd als brandhout en teringzooi. Een mollige verschijning is het maar beslist geen lekker wijf. Het lijkt mij een familie die bestaat uit dubbeltjes die nooit kwartjes zullen worden maar ondertussen wel leven als Euro’s.

Kunnen mijn vrienden alleen maar praten dan kunnen de vrienden van mijn nieuwe buurtjes ietsje meer. Zij kunnen luidruchtig met pneumatische hamers werken, muren uitbreken en badkamers verwijderen. In aantallen tel ik er zoal elf die met volle puinzakken over de galerij waggelen. Hun tempo ligt op een niveau waar menig aannemer jaloers op zou zijn. Maar dit even terzijde.
Hoe komen mensen toch aan dergelijke kundige vrienden of familieleden? Mijn twee ex families konden boeken lezen en eten koken. Meer niet. Mijn vrienden, in het verleden en heden, kunnen geruisloos belasting formulieren invullen en duur praten maar behangen of een spijker uit de muur trekken is hun vreemd. Ieder zijn meug dan maar.

Ohw ja, er bestaan statuten van de bewonersvereniging waarin is opgenomen dat er na 20 uur geen overlast gevende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Maar wie stoort zich daaraan? En wie controleert dat? Ik? Moet ik mijn buurman op zijn bek gaan timmeren omdat hij op zondagavond om 21:15 uur voor de zoveelste keer nog aan het timmeren en aan het hakken is? Ik kijk wel uit, dan staat meteen de politie voor de deur te filosoferen of zij wel een instap zullen doen met peperspray dan wel met getrokken pistool of een vermanende vinger met een kopje thee. Maar nee, zij kunnen beter wachten tot de opgeroepen versterking eraan komt.
Er rijdt een politiebusje de parkeerplaats op en slaat rechtsaf, het verkeerde stuk op.
Maar ja, ik woon dan ook onder de rook van Rotterdam.

©Prlwytskovsky.

Douchegordijntje kopen


“Kan ik u helpen?” Vraagt een glad onderkruipend stemmetje dat wordt voortgebracht door een op een man gelijkend levend wezen.
“Ik zoek een douchegordijn,”
“Een douchegordijn?”
“Ja een douche gordijn, is dat zo gek?” Bijt ik hem toe.
“Mijnheer, wij leven in een tijd van douchecabines en niet meer met gordijnen hoor.”
“Luister eens hier enge man: ik wil alleen maar een douchegordijn en verder niks anders!”
Gekrenkt kijkt hij mij aan en ik twijfel of ik hem zou vragen waar de teiltjes staan want ik krijg aandrang om er een paar vol te kotsen.

“Kom u nu eens mee naar de douchecabines, u zult versteld staan wat wij u te bieden hebben op dit gebied.”
Dan moet je het zelf maar weten dacht ik.
“Kijk eens hier, prachtige matglazen panelen met verchroomde staanders.”
“Nee, vind ik niet mooi.”
“En hier met een motief in de glazen panelen, dat is toch ook mooi?”
“Nee, dat is niet mooi, en trouwens die ruimte is nog krapper dan die pascabine waar ik laatst mijn spijkerbroeken in paste, ook met zo’n rotdeurtje. Als ik naakt die cabine inloop dan krijg ik dat ijskoude matglazen klapdeurtje tegen mijn reet aan en daar hou ik helemaal niet van en bovendien als ik op één been balancerend de korsten tussen mijn tenen uitpeuter dan flikker ik met cabine en al omver. Nee geef mij maar een vertrouwt douchegordijn.”.
“Heeft u dat nu ook hangen, als ik vragen mag?”
“Nee, laatst had ik een vliegengordijn omdat ik toen nog één keer in de maand ging douchen en daarbij gingen altijd veel vliegen mee maar sinds ik nu elke week een keer ga douchen zie ik geen vlieg meer, ik ben denk ik te schoon voor ze.”
Zonder verder nog acht op mij te slaan worden er een paar dikke boeken opgediept maar hij kan er de door mij gevraagde douche gordijnen niet in terug vinden.

“Zit hier ergens in de buurt een concurrent van jullie die wel douchegordijnen verkoopt?” Vraag ik.
Nu spuwen zijn ogen vuur. Ik draai mij om, steek mijn handen in mijn zak en loop ongeïnteresseerd de winkel uit.
Schuin aan de overkant zie ik een bouwmarkt en daar been ik naar binnen. Verbazing te over: stapels met douchegordijnen worden er aangeboden. Een alleraardigst verkoopstertje vraagt of ik het kan vinden.
“Eigenlijk ben ik op zoek naar een douchecabine maar een douchegordijn vind ik toch ook wel mooi.”
“Ja.” Antwoord ze. “En het is veel goedkoper en kan niet breken.”
Voorwaar een waarheid als een koe.

Of het aan haar sprekende donkerblauwe ogen ligt weet ik niet maar ik verlaat de winkel met een douchegordijn dat zij mij verkocht voor €12,99.
Nu alleen nog even kijken waar ze bier verkopen, want winkelen maakt dorstig.

©Prlwytskovsky.

Antilope


Een rendier dat stilstaat, een Antilope die loopt en een Lamme Gier die kan lopen zolang er maar vreten op de grond ligt. Wist je trouwens dat een Lamme Gier met een groot bot ver omhoog vliegt en dat bot op stenen laat kletteren zodat het openbarst waarna hij de merg uit het bot slurpt?
Een kraai: ook zoiets. Gekscherend noemen mensen een doodgraver een kraai maar een echte kraai is toch wel even andere koek, bijzonder vind ik. Wist je dat als je die beestjes in het park voert met fijngestampte pinda’s dat ze jou de eerst volgende keer al terug herkennen en meteen met je mee huppelen en vliegen? Hopend op wat snoepgoed. En wist je dat als er een kraai doodgaat dat de groepsgenoten takjes rondom de dode leggen, als eerbewijs en medeleven?

Mooi hé?

Maar mensen zijn anders. Massa mensen zijn wij geworden. Of voor mijn part kudde dieren. Voorbeelden en ontwikkelingen van de flora en fauna is aan de mens ontgaan merk ik. De mens doodt willekeurig beesten voor hun eigen genot. Of gewoon omdat het leuk bekt als zij bij hun vrienden zitten te keuvelen onder het genot van een illegaal gestookt biertje. Keuvelend over zomaar iets ontnemen zij daarmee de fauna hun eigenlijke biotoop. Een biotoop dat onze mensheid in leven probeert te houden door bomen en planten te verzorgen en daarmee de belangrijke fotosynthese in leven houden. Fotosynthese ja.  Zomaar een woord? Nee nee fotosynthese is niets anders dan dat bomen zich voeden met zonlicht waardoor ze bladgroen produceren en de blaadjes hun kleur geven. Groene bladeren nemen zonlicht op als voeding en stoten daarbij overdag zuurstof uit. In de nacht is dat proces omgekeerd en nemen ze zuurstof op en stoten stikstof uit. Je kunt dit vinden onder het topic Chlorofyl  op google. 😉
Maar zou je daarom een plant op je slaapkamer willen hebben die jou zuurstof verbruikt? Mawahhh … één plantje zal niet zo erg zijn maar ‘teveel’ is ook hier niet goed.

Van vrienden die een astmatische zoon hebben hoor ik dat zij laatst een Epipremnum hadden gekocht. Epi is een cm of dertig hoog maar die luchtzuiverend zou werken. Prima! Van mij mag dat. Maar dan … een dag later melde ze dat die knul zomaar meer lucht kreeg en de plant daarvoor bedankte. Vergezocht? Vind van wel ja. Zal eerder psychisch zijn denk ik.

En verder? Kijk uit met oversteken! Want wandelen met een hond in dit beginnende heerlijke lenteweer nodigt uit om dromerig onder een auto te lopen. Maar ik heb geen hond, wel een auto die stilstaat.

©Prlwytskovsky.

Het wasgoed


Dat Nederland langzaam wegzinkt in de poel-des-verderfs is geen nieuwtje. Alles wat wij tegenwoordig doen is namelijk verkeerd of gaat verkeerd; zelfs als je het goed doet gaat het nog fout.
Een eenvoudig voorbeeld? Autosnelwegen! Op autosnelwegen waren ooit van die mooie parkings waar het goed toeven was. Vaders stonden dan bij auto’s te praten en moeders zaten op een houten parkeerplaatsbankje met bijbehorend tafeltje volgestouwd eten bedoeld voor hun dierbaren. Kinderen speelden krijgertje en sprongen touwtje over de gehele parking en dat zij daardoor een gevaar vormden voor het wegverkeer deerde niemand. Ik herinner mij dat nog goed uit de tijd dat ik als trucker Gods wegen bereed en daarom weleens noodzakelijkerwijs een parking bezocht.

Het was goed.

Tegenwoordig moet je een beetje parking met een lantarentje zoeken en zo die er nog zijn worden er zaken ten uitvoer gebracht die het daglicht niet kunnen verdragen, s’avonds of s’nachts maken mannen van bedenkelijke kunne daar hun opwachting. In deze tijd is doodgeschoten worden op een parking of vluchtstrook niet ondenkbaar; het spel van de kinderen is dus veranderd.

Het was goed.

In de zestiger jaren kon je s’avonds in onze stad rustig door de straten lopen. Af en toe liep er een jongen en een meisje hand in hand of stevig met zijn arm om haar heen alsof hij bang was dat zij weg zou waaien.
Wij, de bromnozems, liepen daar gewoon langs met ons vieren zonder ervan op te kijken maar in deze tijd gaat dat niet meer. Mensen zijn de hunkering naar een wandeling in een stil en donker bomenlaantje, gevolgd door een zit op een bankje en al pratend over koeien en kalveren, vergeten. Mocht je dat toch doen dan is de kans op een beroving of een verkrachting van je vriendin nadrukkelijk aanwezig.
Vandaag de dag kun je elk moment besprongen worden door een of andere ontspoorde die zich verschanst in een of andere spelonk, gevolgd door een vreugdedans als het slachtoffer het heeft overleeft. Door deze ontheemden raken wij nog verder ontworteld.
Als wij bromnozems destijds dochters wilden benaderen die zich op een bepaalt moment inpandig bevonden, kon het zich voordoen dat een boze vader woest naar buiten stormde om ons de stuipen op het lijf te jagen. Ik kan putten uit eigen ervaring in deze, als zestienjarige bromnozem wel te verstaan. Tegenwoordig worden vaders gewoon doodgeschoten als zij teveel spatsies maken. Er is geen moraal meer.

Het was goed.

Man en vrouw leefden in die tijd hoe dan ook tot de dood hen scheidde. Echtscheiding werd per definitie als iets heel erg ervaren laat staan dat het in veelvoud voorkwam. Nu vallen huwelijken uit elkaar alsof het een constructie betreft van los geraakte bouten en moeren; dit noodlot heeft mij ook getroffen maar daar heb ik het nu niet over. Het lijkt wel of het gevoel en het respect er uit vloeit bij de mensheid.

Jaren terug was op de kwelbuis dat programma te zien van Lief en Leed. Ken je dat nog? Het werd uitgezonden op de dag des Here dat de Here toch liever niet heeft en daar verschilden mensen van mening over porno. Het nieuwste op dit gebied was dat je thuis bezocht werd door een “Dame” met daarbij een complete filmploeg. Er werd een heuse sex video van je gemaakt voor de verkoop en/of privé gebruik. Enkelingen liepen moreel en fysiek paars aan maar het merendeel vergoelijkte deze handelwijze.
‘Hij ligt bij mij in de kast’ Vertelde er eentje. ‘Als mijn kinderen later groot zijn mogen zij die video zien.’

Porno is iets menselijks verklaarde een seksuologe, voor het geval wij ons eraan stoorden dan moesten we maar de andere kant opkijken gaf zij ons te rade. Ik zal uw raad ferm ter harte nemen als U de bosjes wordt ingetrokken dacht ik. Waar het om gaat is dat hier sprake is van het helemaal voorbij gaan aan welke menselijke waardigheid dan ook. Dat Nederland afzinkt in de poel des verderfs blijkt uit alles maar zijn wij dan het enige land waar dergelijke ontwikkelingen plaatsvinden?
Het lijkt werk van een bovennatuurlijke kracht die de wereld in een bepaalde richting duwt.

Maar och …: Het was goed.

©Prlwytskovsky.

Vrouwen blijven een mysterie


Je herkent het vast wel, dat afspraakje met een onbekende vrouw; een blind date. Een date waar ik alleen mee geschreven heb in een chatbox; meer niet. Dus geen idee wie zij is of hoe zij er in het echt uit ziet. Want laten wij wel zijn: je kan nu wel schrijven dat je maatje 38 hebt maar ondertussen wel 150 kilo wegen. Uitkijken geblazen dus.
Te vroeg voor de afspraak smijt ik mijn voertuig in een parkeervak op een terrein waar zij haar voorkeur voor uitsprak. Nog meer uitkijken dus. Ik sluip onopvallend tussen andere auto’s door om mij een stuk verderop te positioneren en wacht af op de dingen die komen gaan.

Een klein wagentje zoals zij mij omschreven heeft draait de parking op. Het hoofd achter het zijraampje is groter dan het raam zelf, dus dat beloofd wat. Zij stapt uit, gooit het portier dicht en sluit af. Zoals zij eruit ziet en hoe zij zich voortbeweegt valt zij bij mij niet in de categorie “Dame”. Dat is het eerste min puntje. ’s Jezus, wat een paard.
Ik loop op haar af en roep haar naam. Misschien speelt zij nu ook toneel net als ik. Verbaasd kijkt zij om en komt met uitgestrekte armen op mij af. De knuffel die ik van haar krijg perst het laatste beetje lucht uit mijn longen.
Wij nemen plaats in het lokale etablissement en vangen aan met koffie. Zonder taart want die zit al tegenover mij.
Terloops neem ik haar op en vel mijn oordeel over haar; dat zij haar best doet ten spijt. Maar nee, dit is niks voor mij. Zij trekt haar jas uit en meteen zie ik een grote tatoeage op haar onderarm. Dat is haar derde min punt. Het tweede min punt is namelijk dat ze er fysiek en qua outfit niet uitziet.

Kijk, ik vind dit nu altijd moeilijk om mee om te gaan, met zo’n situatie. Ik bedoel: sta ik op en loop meteen via de achterdeur weg? Nee! Want ik wil ook niet dat men dat bij mij doet, maar wat moet ik dan verzinnen om hier snel een einde aan te maken? Ik denk na terwijl zij door kwekt over het leven in het algemeen en dat van haar en van mij in het bijzonder. Dan ineens vraagt zij wat ik van vrouwen in het algemeen vind en uiteraard van haar. Want daar gaat het haar uiteindelijk om.
“Mwah ik hou wel van een mollige vrouw met rood haar.”
“Mollig … Mollig”? Kakelt zij met overslaande stem. “Ga je lekker? En rood haar heb ik al helemaal niet, dit is blond haar. BLOND!” Wijzend op haar hoofdtooi geeft zij mij te verstaan dat zij beslist niet gecharmeerd is van mijn complimenteuze uitlatingen. Maar ach jongens: het had allemaal erger gekund.
“Nou ja kijk.” Zeg ik, “Misschien druk ik mij verkeerd uit want doorgaans denk ik iets genuanceerder over vrouwen. Wat ik eigenlijk bedoelde te zeggen is dat ik vlak ga voor vrouwen met van die aangeschroefde handjes en armpjes. Begrijp je?”
Ze staat op, trekt haar jas aan en briest nog een enkele valse opmerking in mijn richting. Op de parking zie ik haar met haar charmante landmeters-pas voorbij lopen. Eins-Zwei-Eins-Zwei ….
Ik kijk de andere kant op en zie de serveerster aan komen lopen.

“Doe mij maar eens een lekker tap biertje.” Zeg ik lachend.
“Hahaha …” Lacht ze. “Is ze nu kwaad?“
“Zal mij een worst zijn.” Antwoord ik.
“Worst heeft zij al genoeg gehad.” Gniffelt het serveerstertje. “Die zit hier een paar keer per week met elke keer een ander.”
Ik bekijk de serveerster aandachtig van top tot teen en denk er het mijne van. Daar zou ik best vier weken ruzie voor over hebben.
“Kun je het zien?” Vraagt ze? “Jij bent net als die anderen, ik dacht even dat u een heer was maar nee.”
“Ik? Een heer? Maar dat ben jij ook niet zo te zien.”

Vrouwen zijn vandaag niet aan mij besteed. Het zit mij niet mee. Ik reken af en scheur terug naar huis. Met een ferme borrel in de hand evalueer ik deze dag.

Vrouwen zullen altijd wel een mysterie blijven.

©Prlwytskovsky.

Het Paaspark


Zomaar een eerste Paaszondag in 2021. Het park onderaan onze Z-flats ligt er verlaten bij. Niemand die een hond uitlaat, die zich afbeult op de trimbaan of aan het joggen is. Het grasveld ligt er uitnodigend bij maar wordt niet gebruikt door spelende kinderen met wakende moeders op bankjes die hun kroost in de gaten behoren te houden.

Een eenzame wandelaar loopt over de kronkelende paadjes en kijkt naar de bedden met narcissen die zich kleurrijk in de richting van de zon buigen. Een klimop leeft zich uit in frisse groene kleuren terwijl zijn gastheer er nog treurig en kaal bijstaat. Een boom neigt naar omvallen nadat hij door de laatste storm is scheef geduwd maar hij houdt zich met zijn wortels kranig vast. De speeltuin en de zandbak liggen er verlaten bij. Door de zachte wind beweegt de schommel traag heen en weer.

De wandelaar kijkt langs de balkons en ziet niemand buiten zitten terwijl het toch al rond het middaguur is. Lege stoelen met een enkele tafel staan hier en daar buiten, dat wel. Maar niemand laat zich op deze bewolkte Paasdag op dergelijk uitnodigend meubilair zien. Je bent rijk als je zelf zo’n terrasbalkon hebt maar mensen beseffen hun eigen rijkdommen niet zoals gezondheid en je eigen privé terras. En dat, terwijl men voorstanders is dat de terrassen in de stad snel open ‘moeten’ ontgaat hun het bezit van een eigen terras. Komt dat voort uit luiheid omdat je op je eigen terras jezelf moet bedienen?

Zomaar een lentedag, op de eerste Paaszondag in april. Een wijk vol flats en een verlaten park met een eenzame wandelaar. De wandelaar kuiert verder en blijft op het bruggetje staan. In het water ziet hij een karper langzaam onder hem doorzwemmen. Vogels zijn druk met het bouwen van nesten; een reiger staat langs de waterkant te gluren of er niet een smakelijke kikker voorbij wipt.

De wandelaar loopt om de flat heen naar de parkeerplaats van een klein winkelcentrum. Van alle kanten lijkt ineens het lawaai op hem af te komen. Een man zit in zijn auto met alle ramen en deuren wijdt open en heeft daarbij zijn autoradio hard aanstaan. Auto’s rijden door de straat en de bestuurders vinden dat ze eerst hard moeten optrekken om dan met gillende banden te stoppen, zo nutteloos lijkt dit. Rondhangende knullen brullen om het hardst in een vreemde taal. Reigers en vogels zijn aan deze kant niet te vinden.

De wandelaar aanschouwt het tafereel en loopt terug naar de achterkant van de flat, terug het park in. Op het moment dat hij om de hoek verdwijnt is het alsof hij in een andere dimensie stapt; terug in de oase van rust en stilte van de natuur.
Twee werelden zo dicht op elkaar, slechts gescheiden door een flat. Het lijkt wel of mensen het genieten in- en van de natuur verleerd zijn terwijl de natuur toch de bakermat van ons bestaan is.

©Prlwytskovsky.