Zon of regen

Tags

, , , ,



Je komt een bekende tegen en blijf even staan praten. Waar zou zo’n gesprek anders over kunnen gaan dan over het weer? Herkenbaar?
Hij had namelijk op 2 december in de zon liggen braden totdat die achter de huizen verdween, zo spetterde hij in mijn gezicht want de man sprak met consumptie.
Nu kijk ik nergens meer vreemd van op in deze tijd maar zon, op 2 december? Het zal een zeer plaatselijk zonnetje geweest zijn of anders een hoogtezon maar ik heb geen straaltje gezien, niet één. Ja, andere straaltjes lieten zich op mij vallen en zochten zich een weg naar mijn kraag. Ik regende zogezegd te barsten.

Op weg naar de buurtsuper kon ik het aardig droog houden maar eenmaal op de parkeerplaats viel de regen met bakken uit de lucht. Nu kan ik wel blijven zitten tot het droog wordt maar dan had ik waarschijnlijk nu nog in mijn Fiat gezeten. Dus ik stapte uit en dribbelde over de parkeerplaats naar de buurtsuper, een afstand van 50 mtr. Bij de karretjes aangekomen besloeg mijn bril en het water droop van mijn kop af mijn nek in. Ik keek naar buiten: droog!
Nu zal ik jullie niet lastig vallen met hetgeen er in de buurtsuper voorviel maar toen ik bij de kassa stond keek ik voorzichtig naar buiten. Ik kijk namelijk altijd graag voorruit en zag dat het nog steeds droog was. Welk een geluk viel mij hier ten deel. Dat het verkeerd af moest lopen bewijst wel dat op de plaats waar doorgaans een leuk straatkrantverkoopstertje staat, nu een lelijke vent zijn waren aanprijst.

Het was dus nog steeds droog. Buitengekomen liep ik met mijn gevulde tassen langs de plantenboer en snuffelde of er nog iets bijzonders te zien was maar nee, niets van mijn gading. Aangekomen op de parkeerplaats voelde ik de eerste druppel alweer op mijn kop vallen dus spoedde ik mij naar mijn Fiat.
Één of andere achterlijke geschifteling had een voertuig met de rechterzijde vlak langs mijn stuurkant geparkeerd dus ik kon hierlangs niet in mijn Fiat komen. Een stortbui zorgde echter voor mijn nodige afkoeling. Rechts kon ik wel instappen maar dan moeten eerst mijn tassen naar binnen op de achterbank en dan kan ik er pas bij. Ondertussen regende ik helemaal te pletter en had geen droge draad meer aan me reet. Soppend tijgerde ik van de rechterstoel over de versnellingspook naar de linkerstoel onderwijl die teringauto naast mij verrot scheldend. Maar ik had geluk: de pedalen en het stuur zaten nog op hun plek.

Bij mijn flat aangekomen maakte ik geen haast om binnen te komen want nat is nu eenmaal nat en natter kan een mens niet worden. Thuisgekomen maakte ik eerst mijn tassen leeg en ruimde de zooi op. Ik schonk mezelf een mok oprotkoffie in en brak een stuk gevulde speculaas af. Ik keek naar buiten …: droog! Wel gloeiende … gloei …..

Afijn: het is die middag droog gebleven en ik vroeg mij af waar ik deze overvloed aan hemelwater aan verdiende. Dan oreer ik dus met iemand die mij vertelde dat hij de hele middag in de zon heeft gezeten.
Sjezus, in wat voor land leven wij.

©Prlwytskovsky.

Advertenties

Spinazie en vrienden

Tags

, , , ,



“Gewassen spinazie” staat er op het etiket van de zak spinazie die ik bij mijn geliefde buurtsuper in mijn kar smijt. Thuis gekomen lees en herlees ik het opschrift dat mij verteld dat de verpakte spinazie zorgvuldig is gewassen, gecontroleerd en direct voor consumptie geschikt is. Goed geluimd doe ik de zak in de groentelade om zondag een feestmaal van te bereiden.
Zondag ……: Het is etenstijd en ik bekijk de zak spinazie en herlees voor de zekerheid de gebruiksaanwijzing, je weet immers maar nooit hoe een koe een haas vangt. Ik weet dat namelijk wel maar daarover een andere keer. Kortom, die zooi kan dus zo in de pan. Beetje zout erbij, wat water en de zaak op een hoog vuur zetten; kwestie van een extra scheppie kolen op het vuur.

Als de spinazie gaar is kiep ik deze in een vergiet om het uit te laten lekken en in mootjes te hakken; daarna een beschuitje erdoor. Maar dan rinkelt de eerste bel. Het knarst namelijk onder mijn vergiet en dat is niet pluis. Als ik mijn vergiet optil zie ik zand liggen. Zand? Ja, zand! Maar het was toch gewassen en gecontroleerd op alle mogelijke ongerechtigheden? Ja ja, maar toch zit er zand in mijn vreten. Ik eet mijn vaderland langzaamaan op.

Mij wordt dus iets aangeboden met een dubbele bodem en een laag waarheidsgehalte. Het gaat hier dus om de omzet en niet om mij als klant. Met mijn vrienden is het helaas niet anders gesteld; spijt mij dit te moeten constateren.

Zo heb ik dus een stel vrienden. Niets mis mee, so far. Die vrienden hebben een zoon en die mag ik niet, voor geen meter; sinds ik hem ken al niet. Ja, op verjaardagen zie ik hem wel eens en dan praten wij normaal met elkaar. Wat moet je anders.
Nu wil het geval dat ik word uitgenodigd op een schranspartij bij die zoon en daar heb ik nu juist geen trek in. Als ik dit rechtuit tegen ze zeg dan wordt de relatie met mijn vrienden danig op de proef gesteld, het is immers hun ‘heilige’ zoon. Maar hoort het daarom dan ook mijn vriend te zijn; zonder dat ik daarom heb gevraagd? Nee, dacht het niet en daar wringt nu juist de schoen.
De dubbele bodem is dat aardig zijn, altijd maar goed doen, en juist die ongevraagde goede bedoelingen zijn het die mijn tanden doen knarsen. En of het nu gewassen spinazie is die klaar is voor gebruik maar ondertussen vol zit met zand of vrienden die hun zoon ongevraagd als vriend aan mij opdringen. Een tandenknarsend onderwerp vind ik.
Goedbedoelde argumenten en meer van die rotzooi die zo leuk schijnt te zijn, voor de gevers althans, zou ik nu zo graag eens achter de rododendron willen donderen.

Nee, ik houd meer van het spontane, zelf mijn vrienden uitzoeken. Vrienden bij wie ik mij lekker voel en ongedwongen en ongenuanceerd kan zeggen wat ik wil.
En ach: wat zijn vrienden. Ik heb er al zovele gehad en weer verloren, maar evenzoveel er weer voor in de plaats gekregen.

En dat zand? Ooit begin ik een zandwinkeltje, maar dat hoor je dan nog wel.

©Prlwytskovsky.

Trumpology

Tags

, , , , ,



Sinds Donald Trump bekend heeft gemaakt dat hij met het Parijsakkoord wil breken, en daarmee ook de hele milieufreak-bende aan de kant schuift, is dat eindelijk een gebeuren naar mijn hart. Ik bedoel, ik betaal me toch al scheel met bijdragen aan allerlei akkoorden die nergens toe leiden. De aarde warmt zich ondertussen van nature toch wel op. Kijk maar naar de voorgaande ijstijden en de perioden daarvoor, maar nu valt er immers dik geld aan te verdienen. Toch? Bovendien las ik van de week een artikeltje dat onder de antarctische ijskap een giga vulkaan boertjes laat en zodoende het ijs aan de onderkant laat smelten, waarbij ook nog eens het ons financieel welgevallige CO2 vrijkomt. Hoe dat werkt moet je zelf maar eens opzoeken.

Groene stroom bijvoorbeeld. Ik moet maar aannemen dat mijn stroom groen is en dan ontdekken dat gewone- of groene stroom nauwelijks te onderscheiden zijn. Want wie laat mij zien of ik ook daadwerkelijk groene stroom binnen krijg? En is groene stroom eigenlijk wel goedkoper? Of duurder zelfs. Maar het is goed voor het milieu, zo luidt de dooddoener! Net als bij het CO2.

Op deze manier worden wij allemaal genaaid door dikke volgevreten bestuurders die hun eigen straatje goed schoon houden door alles en iedereen die daar tegenin gaat op voorhand al neer te sabelen. Mensen die meer dan de Balkenende norm binnen schrapen werken op mijn geweten door mij te vertellen dat o.a. ik mij schuldig maak aan de opwarming van de aarde. Tenminste dat praten zij mij aan. En ik lig daar natuurlijk nachten lang van wakker.

Respect heb ik wel zeker voor regeringen en hun functionarissen zolang zij maar hun werk doen en niet oeverloos gaan zitten ouwehoeren door open deuren in te trappen. Tegenwoordig wordt iedereen die maar luidruchtig genoeg protesteert uitgenodigd in praatprogramma’s voor een kopje thee en een aai over de bol, in plaats van ze een schop voor hun donder te geven en te gaan werken; en niet op de gemeenschap blijven lopen teren.

Hier in Schiedam kun je ook lachen hoor. Eindelijk tweet een gerenommeerd persoon iets waar ik mij in kan vinden en niet veel later wordt hij door een notabeel vermaant dat deze opmerking gewoon niet kan! Zijn antwoord? Sorry: ik zal dat niet meer doen!
Dan ben je een vent van middelbare leeftijd … pfff. Godallemachtig zeg, en dat moet dan mijn stad leiden en naar hoger sferen brengen? Ze kruipen nog dieper in de reet van de mensen met aanzien dan mogelijk is. Natuurlijk heb ik dat duo ontvolgd uit mijn media.
Er is ook een Schiedamse partij die de vinger op de Losse plek weet te leggen maar dan openlijk op Twitter, door randfiguren, wordt neergesabeld. En dat doet mij pijn. Ik bedoel iemand die voor mijn stad opkomt, die openlijk te kakken wordt gezet. Je zal maar met zoiets in de gemeenteraad zitten. Wat ook niet verkeerd is want daar horen deze discussies thuis, en niet op de sociale media.

Trump heeft gelijk. Men moet landen als bedrijven regeren en niet zoals nu met die zachte zoetgevooisde regeringsleiders. Ik kreeg als kind ook een schop onder me reet als ik niet meewerkte en ik heb er geen nadeel van ondervonden. Dus een keihard beleid voeren zoals eigen land en volk eerst!
Maar ja: we hebben al geen eigen land meer omdat alles verziekt is door die geitenwollensokken figuren. Iedereen is tegenwoordig maar overal expert in en heeft overal verstand van.
Maar is dit wel zo? Of bepaald het salaris en de bonussen hun besluitvaardigheid?

©Prlwytskovsky.

De wolkenloper

Tags

, ,



Hij klom- en klom, en klauterde
de eind’loos lijkende ladder op;
totdat hij met zijn hoofd in de wolken liep.
Als hij naar beneden kijkt,
en terug wil gaan naar het vertrouwde,
dan staat zij daar,
ineens;
en palmt hem in met haar verschijnen.

Paniek, en wijzend naar daar …
Vergeet dat mijn lief:
ik ben nu hier en als een dief
steel ik jouw hartje.

Ogen die prikken,
en lippen die mij doen verslikken
in de woorden die zij fluisteren.
Diep begraven gevoelens geven langzaam hun kleuren prijs;
het evenwicht moet worden teruggepakt.
De realiteit keert langzaam weer en laat zien,
dat liefde echt bestaat.

©Prlwytskovsky.

Contamedicties

Tags

, , ,



Elke vrijdag rij ik naar de benzinepomp om diesel te tanken. Met mijn bankpas pin ik, en in de supermarkt koop ik pepsie voor als ik pips zie en tot overmaat van ramp kijk ik in mijn brievenbus of die vol is terwijl die leeg blijkt. In wat voor wereld leef ik? In een wereld vol tegenstellingen, vol contradicties en om over contaminaties maar te zwijgen want die omringen mij in veelvoud ten overvloede.

Mijn geliefde buurtsuper bijvoorbeeld verkoopt lege CD’s en DVD’s en zelfs films op DVD maar ook diskettes. Die zijn toch al lang uit de glorie? Pot-aarde en kolen zijn er te vinden, zelfs aanmaakhout op pallets staat er maar de condooms echter vind je tussen de okselsprays; dat dan weer wel. Het lijkt Goddomme wel een Gamma die gevulde koeken verkoopt.
Ontstemd over dit alles draai ik mij om en kuier naar de vleesafdeling. Mij van geen tijd of mooie vrouwen bewust snuffel ik langs de schappen en ontdek een in plastic gewikkelde maiskip. Goed idee vind ik en flikker dat beest in mijn karretje; wat ik ermee moet zie ik thuis wel. Het is een aanbieding. Vandaar.

Bij de kassa zit het mij ook al niet mee. Er staat een vrouw te teuten en te meuten alsof zij de enige is die af moet rekenen en juist op dat moment begeeft haar bankpas het; er zal wel geen geld meer opstaan. Met een rood hoofd kijkt zij naar de rij mensen achter haar, dus ook naar mij. Met mijn vingers trommel ik ongeduldig op de handgreep van mijn karretje en kijk haar met een nietszeggende blik aan. Zij vraagt aan de caissière of zij haar boodschappen mag laten staan want dan gaat zij thuis haar andere bankpas ophalen. De caissière knikt behulpzaam en zet alles achter haar neer, ondertussen wachten wij geduldig op onze beurten.

Wilt u muntjes, vraagt de caissière. Of zegeltjes?
Ja, doe maar niet zeg ik en zij graait in haar muntjesbak.
Nee zeg ik, geen muntjes.
Maar u zei net JA!
Ja ik zei nee, oftewel ja, ik wil geen muntjes, snap je?
Het arme kind is nu helemaal de weg kwijt en ik laat het maar zo. Vriendelijk als ik ben, wens ik haar een goed weekend toe.

Buiten gekomen haal ik diep adem en overdenk het wereldgebeuren. Inderdaad: in wat voor wereld leef ik. Een wereld vol dubbele uitdrukkingen en tegenstellingen, contaminaties en contradicties; bankpassen die het verrekken en caissières die de weg kwijt raken.
Als ik bij mijn voertuig aankom smijt ik mijn tassen naar binnen en kijk nog even naar de vijver. Ik zie een kikker en hij zegt: kwahahak.

Je haalt me de woorden uit de mond, denk ik.

©Prlwytskovsky.

Schiedam LOS Vast

Tags

, , ,



Dat je dus gewoon ‘even‘ zit  te twitteren vandaag. Dat je dan dus gewoon ‘even’ een paar mensen, stadsgenoten nogal liefst, openbaar met elkaar in de clinch ziet gaan. En dat zijn dan niet gewoon even een paar mensen, nee ik zie daar een raadslid en een voormalig wethouder. Notabelen! Een man die met een kinderlijk genoegen op Twitter zijn ongenoegen uit zie ik. En daar moet ik dan op stemmen bij de volgende verkiezingen? Dacht het dus niet.

Jongens toch. Waarom gaan jullie niet even bij elkaar op de koffie, dan wel met een neut en een dikke sigaar; maar praat de zaak uit. Kijk even op de barometer naar de vochtigheidsgraad want in het land der blinden is éénoog immers koning. Toch? Maar wel zonder dat wij Schiedammers hiervan kunnen mee genieten.
Want dit zegt natuurlijk een hoop hè, over de agressor in deze discussie. De ene partij geeft aan al tijden met naam en toenaam iets te betekenen te hebben binnen ons Schiedam en de andere partij is brand nieuw: in de oprichtingsfase. Een kersverse partij dus.

Maar dan zal je het hebben. De hel breekt los!

Een eenzame achterblijver van een partij van lik-me-reet laat nu ineens zijn stem horen. Nooit iets van wat dan ook meegemaakt, gehoord of gelezen dat die alreeds bestaande partij ook maar iets van betekenis heeft gepresteerd inzake mijn Schiedam. Maar nu wel alle duvels uit de hel janken als er een nieuwe partij van zich doet spreken die concreet voor Schiedam op wil komen.
Die oude partij, de agressor in deze, daar had ik wel eens van gehoord ja. Ooit. Toen die werd opgericht. En verder deden zij er het stilzwijgen toe. Maar nu een nieuwe partij van zich laat horen is de beer los: ineens komt men te spreken over leugenachtig dievenwerk omdat de naam ‘lijkt’ op de naam van de eerdere partij.
Nou en? Denk ik dan?
Dan had je je partijwerk maar inhoudelijker moeten presenteren in de Schiedamse media! Nu is dat een verloren zaak en alle geschreeuw op voorhand tevergeefs.
En ja, nu kun je wel met morse tekentjes SOS seinen afgeven maar dat komt te laat. Het zegt meer over de persoon en zijn partij dan over de nieuwelingen. Nieuwelingen die overigens ervaren rotten zijn binnen de Schiedamse politiek.

Weet ik daar zoveel van af dan? Nee. Geen reet! Ik moet het doen met de info die in de media, het lokale suffertje, of op Twitter aan mij wordt mede gedeeld. En met mij nog zovele Schiedammers. Waar moet je in vredesnaam dan op stemmen de volgende keer? Op iemand die een vliegveld naar de klote wil helpen of op een partij die Schiedam vooruit wil helpen? Ik weet dat ondertussen wel hoor. Maar dat ga ik hier niet uitleggen.

©Prlwytskovsky.

De Poldervaart

Tags

, , ,



Wandelend en mijmerend loop ik door de polder. Laantjes in en laantjes uit. Hoe ik uitgerekend hier op deze plek terecht ben gekomen weet ik niet maar ik sta aan een waterkant; naast een rietkraag en kijk naar het langzaam voortkabbelende water. In de verte kwaakt een eend. Een stenen paaltje staat vlakbij, ik loop er naartoe en ga erop zitten.

Die heerlijke rust van deze idyllische plek doet mij terugdenken en ik herinner mij de mooie jaren die ik hier doorbracht. Terug naar het verleden, en ik zie de roeibootjesverhuur weer, met dat kleine terrasje waar een verfrissing werd geschonken. Hoe mooi waren die keren dat ik daar zat, met haar. Onze gesprekken destijds, het kijken in elkaars ogen, het eerste blozen; die eerste aanraking en die vonkjes.
Maar niets van dat alles is er van over; niets anders dan alleen een herinnering. Ja, het eilandje is er vaag herkenbaar nog wel, en ook het water maar dat kabbelt lang niet meer zo mooi als het ooit deed.

Ineens sta ik midden in dat water. Naast de rietkraag sta ik tot aan mijn middel in het water. Hoe kom ik hier? Vraag ik mij af. Ik wil teruglopen maar voel dat ik dieper word vastgezogen in de bodem. Steeds verder voel ik mij in de bodem zakken en als ik tot aan mijn schouders in het water sta dan breekt de paniek pas goed los en begin ik te roepen en te schreeuwen.
Als ik over mijn schouder kijk zie ik op de oever iemand zitten, daar waar ik net zat. Ik stop met roepen en kijk nog eens goed. Een vrouw zit daar en zij zit te lezen. De zon schijnt op haar donkere haar.

Ik sla met mijn handen op het water en roep naar haar: ik brul!
Als zij opkijkt blinken haar parelwitte tanden in het zonlicht en het lijkt wel alsof zij naar mij lacht. Zij gaat rechtop zitten en lacht nu overduidelijk naar mij; zij zwaait zelfs. Het water staat nu al aan mijn lippen en ik schreeuw uit alle macht naar haar, dat ze mij helpt.
Zij zwaait nog eens en kijk dan weer terug in haar boek. Langzaam zie ik de zon verzwakken en nu pas dringt het tot mij door wie daar zit, op die plek waar ik daarnet zat.
“Waarom help je mij niet.” Schreeuw ik. “Wij hebben hier toch mooie tijden beleefd?”

Met het verdwijnen van de zonnestraal wordt haar beeld waziger, tot zij uiteindelijk verdwijnt. Mijn hoofd zakt onder water en ik zie alleen nog een zwak licht.
Dan is het donker.

©Prlwytskovsky.

Feest in het park

Tags

, , ,



Vrijdagmiddag, theetijd. Ik sta op en kijk vanaf mijn balkon naar buiten: het is fris en het regent. Het park ligt er verlaten bij. De bomen en struiken tieren welig onder het genot van de herfstregen. Van fris groen kleuren de bomen snel naar herfst geel. Een vogel vliegt voorbij en duikt een boomtop in. Gelijk heeft hij, bezien vanuit zijn positie.
Ik laat de balkondeur open en zuig mijn longen vol heerlijke frisse lucht.

Er komt een auto aanrijden. Mensen stappen uit en met op doodskisten gelijkende verhuisboxen op wielen voortduwend komen zij aangesjokt. Op het pleintje in het park zetten ze alles neer. Bandensporen van auto’s op het inmiddels zompige gras laten hun sporen na. Twee mannen gaan op het bankje zitten en praten met elkaar.
Na een half uur staan zij op en openen de boxen. Tafeltjes en stoeltjes worden aangeleverd en stangen en dekzeilen worden uitgeladen. De stangen worden in elkaar gestoken en een frame ontstaat. De dekzeilen worden eroverheen getrokken en een ware partytent verschijnt. Verderop ligt een jeu-de-boule veldje en daar worden ook enkele tentjes opgezet. Het zand op deze veldjes is kleddernat van de regen en enkele mensen proberen met harken en scheppen het zand om te ploegen.
Om 18 uur is alles gereed. Het regent nog steeds. Enkele vogels zitten verderop in de boomtoppen te wachten tot de rust weerkeert en zij weer naar hun nest terug durven. Ijdele hoop.

“Er is ook muziek!” Schreeuwt een opgewonden flyer die ik op internet vind, maar beslist niet in de brievenbus.
“Leuk hè. Het topic is ‘Bewegen in het park’. Kom je ook?” Staat er te lezen.
Nee dank je denk ik bij het lezen hiervan. Ik zit hier al op de eerste rang. Maar dat hoeft natuurlijk geen voordeel te zijn. Dit gebeuren dient zich af te spelen tussen 10 tot 12 uur en daarna moeten ze weer opdonderen. Volgens de vergunning, en de flyer wel te verstaan.

De eerder deze week aangeschoffelde perkjes worden met voeten getreden en ik vraag mij af of niemand beseft dat alles wordt platgetrapt? Busjes rijden af en aan, en laten hun sporen na in het vers gemaaide gras. In het kleddernat geregende gras worden drie busjes geparkeerd. Een parkje met smalle voetpaden en dan met busjes eroverheen rijden? Wie geeft daar eigenlijk een vergunning voor af? Mompel ik in mijzelf.

Inmiddels is het zaterdag tien uur geweest en er wordt muziek aangezet. Luide klanken weerkaatsen echoënd tegen de flat. Enkele vogels vliegen verschrikt weg. Tafeltjes en stoeltjes staan uitnodigend te wachten, maar bezoekers zijn er nog steeds niet.
Half elf, en er zijn maar enkele mensen te zien. Zo te zien is dat volk van de organisatie maar een publiekstrekker kan ik dit niet echt noemen. Twee bezoekers en een kind; en mensen van het gebeuren. Goh wat een heisa.
Een ouder echtpaar loopt er met een wijde boog omheen. Een man en een vrouw die hun hondjes uitlaten blijven even kijken, en lopen dan schouderophalend verder. De muziek stopt abrupt want het is immers twaalf uur geweest. Goh wat jammer nou.
Een zielige vertoning toch? Pak je boel op en ga weg, ga naar huis; scheer je weg van hier. Opgedonderd!
En of men mijn gebeden verhoord heeft keert om vijf over twaalf het tij. Er lopen niet eens bezoekers weg omdat die er gewoonweg niet waren. Men begint dingen in busjes te laden. Het is zelfs droog geworden.

Anderhalf uur later is alles opgeruimd en ingepakt. Opmerkelijk is dat het opruimen minder tijd in beslag neemt, in tegenstelling tot het plaatsen gisteren dat drie uur duurde.
Het park ligt er weer leeg en verlaten bij. Geen wandelaars of mensen die hun hond uitlaten. Een enkele vogel waagt zich terug naar de boomtoppen en cirkelt angstvallig om zijn nest heen om te zien of de kust veilig is.
Een feest kon ik het vandaag niet noemen, los van het onderwerp dat onherkenbaar bleef; om over de toegevoegde waarde maar te zwijgen.

©Prlwytskovsky.

Pesten

Tags

, ,



Pesten is iets dat niet in deze tijd is uitgevonden maar wereldwijd bekend is, bij elk kind uit welke generatie dan ook. Pesten of gepest worden, andere categorieën zijn er niet. Als kind had ik geen imponerend figuur en was een klein en broos mannetje, prachtvoer om gepest te worden en dat gebeurde ook.

Twee schoolknapen die in de zesde klas zaten moesten mij altijd hebben, zelf zat ik in de derde klas en met deze leeftijd hadden zij met hun tweeën de overmacht. Schelden, knijpen en in elkaar geslagen worden heb ik moeten ondergaan zonder dat iemand er een poot naar uitstak. Moeder zei dat ik terug moest slaan en de juf luisterde maar met een half oor naar mij. Toen die twee na hun 6e klas van school gingen was het pesten nog niet voorbij want één van die twee kwam in onze straat wonen. Later toen ik ouder was ben ik met mijn brommer over de poten van de grootste van die twee gereden. Pech, want die knul had een hond die hij op mij afstuurde en hond beet maar wat graag in mijn poot; zo baasje zo hond. Het kan niet altijd meezitten.

Jaren later toen ik Huzaar af was en als vrachtwagenchauffeur ging werken had ik daar een goede training aan. Zwaar werk zorgde ervoor dat ik er breed en gespierd uit ging zien. Ik zal een jaar of 28 zijn geweest dat er een vriend van mij ging trouwen en hij mij uitnodigde op zijn feestje. De receptie was druk bezocht en overal werden praatjes aangeknoopt. Achter in de hoek aan een tafeltje zat een bekend gezicht maar ja: Schiedammers onder elkaar. Op den duur ken je er zoveel zonder eigenlijk te weten wie zij zijn.
Het gezicht aan dat tafeltje trok weer mijn aandacht en ik ging dichterbij. Geen steek veranderd vond ik. Het was die andere pestkop en hij zat alleen aan een tafel een gebakje te verorberen. Ik voelde mijn vuisten samentrekken en met mijn handen in mijn zak liep ik op die galbak af. Daar zou ik eens een hartig woordje mee gaan praten.

Zijn rechterhand trilde en hij legde zijn gebaksvorkje neer. Hij keek wie er naast zijn tafeltje stond en wilde opstaan om mij een hand te geven en zich voor te stellen maar ik gaf geen krimp en hield mijn handen in mijn zakken. Onbeweeglijk keek ik hem aan. Wat een zielig hoopje mens zat daar op die stoel, bij dat tafeltje. Zo te zien had hij een of andere ziekte onder de leden waardoor hij niet goed meer kon bewegen.
“Wie bent je?” Vroeg hij mij.
“Ken je mij niet meer dan?”
“Nee, ik zou het niet weten.”
“Is eigenlijk ook logisch hè” zei ik cynisch, “wij waren immers nog kinderen; zolang is dat al geleden.”
“Geef mij eens een tip, waar ken je mij van?” Vroeg hij nieuwsgierig.
Als ik zwaar had uitgeademd was hij al omgevallen en ik liet mijn knuisten in mijn broekzakken ontspannen.
“Jaren heb ik erop gewacht om jou eens tegen te komen, jaren. Nu zie ik je eindelijk en nu vind ik het de moeite niet meer waard.”
“Maar wie ben je dan?” Vroeg hij nu luider.
Ik draaide mij om en liep weg van hem.
“Wie ben je?” Schreeuwde hij mij op zijn manier achterna.

Ik ging naar mijn vrienden terug, nam waardig afscheid en ging naar buiten. Frisse lucht had ik nodig. Wat had ik die knaap graag een paar hoeken tegen die rotkop gegeven maar iemand die al met anderhalf been in het graf staat is geen partij voor partijtje matten. De leerschool die ik heb doorlopen heeft mij niet alleen normen en waarden bijgebracht maar ook zelfrespect. Zo te zien werd die knaap al genoeg gestraft.

Enkele maanden later kwam ik mijn vriend tegen.
“Weet je dat Aad dood is?”
“Aad? Wie is Aad?”
“Nou, op mijn receptie zag ik je met hem praten dus ik dacht dat jullie elkaar wel zouden kennen.”
“Hoe oud was hij?”
“Dertig!”
“Nee, ik ken hem niet.”

©Prlwytskovsky.

Stotteren

Tags

, , ,



“Mag ik u een vraag stellen?”  Vraagt een vrouw aan mij als ik mij net op een terras heb neergevlijd en de geur van dampende koffie mijn smaakpapillen al in opperste extase brengt.
“Dat doet u al.” Zeg ik.
“Owwwh-keeej …. dan wil ik u twee vragen stellen.” Roept de vrouw volhardend.
“Dit was dus de tweede vraag. En nu?” Vraag ik haar lachend en ondertussen diep in haar donkerbruine ogen kijkend. Zenuwachtig kijkt de vrouw van haar schrijftableau naar mij en terug. Natuurlijk help ik haar uit de brand; zo ben ik ook weer. Geruststellend spreek ik haar vaderlijk toe dat ik geen belangstelling heb in hetgeen zij mij aan wil smeren, maar beslist eens van gedachten zou willen wisselen over het leven in het algemeen. Het hare en het mijne dan in het bijzonder.

Voorzichtig slurp ik de schuimlaag van mijn zojuist bezorgde koffie, want je weet maar nooit hoe heet het daar onder is. Een jongen is erbij komen zitten en de bediening dribbelt eropaf.
“Ko .. ko .. ko ..” hakkelt de jongen.
“Cola?” Helpt de ober.
“N-nee k-ko .. “
“Ohw koffie?”
“Ah ja k .. ko .. koffie.” En de jongen lijkt zichtbaar opgelucht.
“Wil je er kandijsuiker bij, koffieroom, in een kopje of in een mok; stuk taart erbij?” Vraagt de ober in één adem. De jongen trekt nu allerlei verwrongen gezichten en beweegt daarbij wild met zijn hoofd en armen.
“Téééééring.” Komt er ineens feilloos uit en de ober loopt lachend weg.

Als ik afreken vraag ik de ober waarom hij die jongen over de rooie helpt.
“Kan er niks aan doen maar ik lach me altijd rot als hij zo reageert.”
“Vind je dat niet zielig dan?“ Vraag ik.
“Zielig? Hij komt hier bijna elke dag en elke keer vraag ik hetzelfde aan hem en krijg ik dezelfde reactie.”  Verdedigd de ober zich. “Die knaap werkt in de bloemenwinkel hier tegenover. Als ik daar wat koop dan krijg ik ook altijd een hoop vragen van hem, en eer hij duidelijk heeft gemaakt wat hij bedoeld zijn we een half uur verder.” Klaagt de ober lachend.
Het zal wel denk ik en loop weg, het winkelcentrum in. Nieuwsgierig kijk ik nog een keer om en zie de jongen opstaan en de ober lachend een hand geven.

Nu werd ik op het verkeerde been gezet. Dus ik ben niet de enige plaaggeest?

©Prlwytskovsky.