Tags

, , ,


Natuurlijk kwamen er in vroeger tijden ook wel eens lekke banden voor. Gelukkig waren ze destijds alleen aan de onderkant leeg; de rest was nog goed  Maar dan moet er gekrikt worden.
Op de A12 rijdt ik met volle bepakking. Dat wil zeggen motorwagen en aanhanger vol glasscherven van een tonnetje of vierentwintig. En dat met enkel as combinatie motorwagen-aanhangwagen. Met een buitentemperatuur van een graad of 34 en de snelheid op 90 wil het allemaal wel. Vooruit kijkend loop ik in op een geladen combinatie van Waco beton en ik ga naar links. Langzaam ga ik hem voorbij als wij samen ineens een keiharde knal horen.
Hij kijkt naar mij, ik kijk naar hem en samen rijden wij schouderophalend door. Totdat …… er rook van mijn aanhanger af komt en dus moet ik de vluchtstrook opzoeken.

Afijn de band is geklapt en vooral plat, heel erg plat. De vellen hangen erbij en het spatbord is ook al niet meer wat het geweest is. Dus de krik erbij gepakt en zwengelen. Alles wat ik beetpak brand ik me klauwen aan. Maar in plaats dat de as omhoog gaat verdwijnt de krik in het loei hete asfalt. Wat ik al zei: het is namelijk maar liefst 34 graden in de zon. Daar sta je dan, in je eentje, met een lekke piep. Shit mannn. Ik denk na en daar gaat geruime tijd mee heen. Als ik om mij heen kijk zie ik van die hectometer paaltjes met precies de goede maat voor mijn krik. En dus drie paaltjes uit de grond gerukt en onder de krik gelegd. En verdomd: de achteras van de met veertien ton geladen aanhanger gaat omhoog en ik kan het wiel losdraaien. Hoeveel vloeken mij dat heeft gekost kunnen de echte oudere truckers zich denk ik wel voor de geest te halen. Toch?

Ik kan je melden dat ik vooraf eerst bij een tankstation de wegenwacht heb gebeld voor assistentie, maar die waren ‘ineens’ heel erg druk en konden mij niet a la minuut helpen. Het tankstation lag 250 meter verderop en dus ook weer die 250 meter terug lopen. Met een blikkie bier in de hand; dat dan weer wel. Onderweg lastig gevallen door kraaien die mij ervan verdachten hun nest te willen leegroven. Het leven van een chauffeur in die dagen was hard, keihard.
En dus …: toen ik de krik na het wiel wissellen liet zakken en alles opruimde kwam de wegenwacht er aan. Je verzint zoiets niet hé? Met een minuscule oranje zwaailichtje zwaaiend op het eenden dak parkeerde de man zijn Yellow Duck pompeus achter mijn truck; alsof die eend een buffer Mack was. Of iemand überhaupt in die felle zon dat zwaailichtje ooit zou zien? Maar alez. Vol bravoure stapte hij op mij af.
”Kan ik je ergens mee helpen?” Vroeg de Wegenwachter.
“Nee, rot nou ook maar op.” Zei ik uit de grond van mijn hart. “Heb je wat te drinken bij je?”
Heel raar dat na zo’n doodnormale vraag en antwoord die Wegenwachter terug in zijn Yellow Duck stapt en wegrijdt. Een gele eend ja want daar reden de wegenwachters in die tijd mee rond.

Op de A12 ter hoogte van afrit Maarn zie ik een geel wegenwacht wagentje met zwaailicht op de vluchtstrook staan. Als ik dichterbij kom zie ik die wegenwachter van daarnet om een autootje heen lopen. Een lekker wijf staat in de graskant toe te kijken. Ik bedoel: dit gebeurd dus in seconden hé. De wegenwachter pakt goed uit en haalt zo te zien lachend alles uit de kast.
Ik neem zo scheef ga weg de maat en scheur zo dicht mogelijk langs zijn eend. In mijn rechter spiegel zie ik die Wegenwachter met gebalde vuisten staan zwaaien maar dat deert mij allemaal niet meer.

Ik rij!!! En daar gaat het mij maar even om.

©Prlwytskovsky.