Ooit ben ik begonnen met het op de computer bijhouden van dingen die mij opvielen. Dat kun je geen schrijven noemen maar een beetje gekrabbel in een soort dagboek. Op een bepaald moment zat ik met een probleem waar geen uitweg in te vinden was en probeerde dat te beschrijven, alle argumenten beschreef ik en ook de gal die er gespuwd diende te worden werd in ruime mate belicht. De dagen erna las ik het nog eens, en nog eens, en nog eens tot ik plots besefte dat het probleem ineens niet meer zo erg was als het eerst leek. Ik had het van-mij-af-schrijven ontdekt!

Een hele tijd daarna kwamen mijn klaverjasvrienden en waarvan er eentje achter mijn pc plaats nam en de directory met schrijfsels bij toeval ontdekte en er enkele van las.
Jezus Peet zei hij, waarom weten wij niet dat je schrijft?
Nou eehhh, ik noem dat geen schrijven want ik ben echt geen van ‘t Reve hoor. Moet je meer doen man en laat het ons dan lezen.
Dit was dus de aanzet tot mijn schrijvelarij, maar wel met een beperkt aantal lezers die bepaald niet objectief te noemen waren. Ze hebben wel gelachen om mijn verzinsels en ondertussen prees ik mijzelf de hemel in als een auteur die de wereld in pacht had; wat was ik trots dat ik dat kon.

Maar helaas, ik ging enige tijd later hard op me bek want ik had mij begeven op het schrijverspad bij een heuse Belgische schrijverssite; althans dat dacht ik. De ene na de andere lel kreeg ik uitgedeeld terwijl mijn achterban het toch goede teksten vond. Onderzoek naar wie er allemaal reageerde leerde mij dat het jongelingen waren van zelfs 14 tot 18 jaar die dus beslist niet op een cynische ouwe lul zaten te wachten die bovendien niet eens hun chat taal schreef, laat staan begreep.
Er moesten dus andere afzetkanalen komen die er een realistische visie op los konden laten, waar ik iets aan had. Overmoedig geworden schreef ik het plaatselijke suffertje aan met het idee om er af en toe eens een verhaal in kwijt te kunnen maar men had er geen oren naar. Anders gezegd was het brandhout wat ik schreef; daar kon ik het mee doen.

Maar op mijn werk mocht ik ondertussen in de maandelijkse nieuwsbrief de highlights van de organisatie uit de doeken doen voor 150 lezers, lezers die als collega’s voor mij bekend waren en die daardoor ook mijn visie en mijn mening al konden voorspellen. Een slechter publiek kun je niet hebben omdat je bij een misser de andere dag direct werd weg gehoond. Mijn rug werd weer iets breder en er kwam weer een plekje eelt op mijn ziel bij en een pik heb ik ondertussen niet meer over van het trappen wat men er op gedaan heeft.

Vervolgens vond ik een site met een andere aanwas, mensen die aanvankelijk een beetje terughoudend reageerden. In deze periode zijn de avonturen met de slagersvrouw en de buurvrouw ontstaan en denk niet dat dit allemaal waar gebeurde verhalen zijn want het meeste is vet aangedikt met hier en daar een regel waarheid. Want laten we wel zijn, ik kan kwalijk tegen de buurvrouw zeggen dat ik haar een vreselijk lelijk paard vind waardoor de rits van mijn gulp als vanzelf weer omhoog gaat of tegen de slagersvrouw in een volle zaak vertellen dat zij van dat heerlijke zachte vlees heeft. Dat zijn dingen die doe je nu eenmaal niet. Maar op mijn toetsenbord kan ik mij lekker laten gaan en de boel aan elkaar schrijven zoals het mij uitkomt.

Gierig als ik ben zat ik nog steeds op een eenvoudig keukenstoeltje maar kon die houding nooit zo lang uithouden. Dan ben ik maar eens een lekkere stoel gaan kopen, zo’n wiebel ding met wieltjes en een handeltje aan de zijkant waardoor de stoel lekker achterover kan; soort managersstoel. Dat was wel even wennen in het begin want als ik de handel lostrok en mij achterover liet vallen in de verzinstand, zoals ik dat noem als ik nadenk, dan gebeurde het wel dat ik met me kop tegen de muur achter mij knalde. Dat ik hardleers ben blijkt uit het feit dat dit voorval zich nog 4 keer herhaalde. Hierna heb ik in mijn computerkamertje laminaat gelegd en daarop ben ik eens met nieuwe sokken aan op me bek gegaan op dat gladde laminaat, maar dat staat reeds beschreven in een ander verhaal dat ik bij gevolg eens zal plaatsen.

Net op het moment dat ik denk alles gehad te hebben ontdek ik de site ColumnX en prak er een verhaaltje op dat al vele positieve lezers heeft gekend. Wat er dan gebeurd is dat er geen spaan van mij heel blijft wat reacties betreft. Ik had het kunnen weten dat, als ik mijn neus in het wespennest der frivole columnisten steek met een niet goed over nagedacht verhaal, dat ik word afgemaakt. Maar zij zijn daar op hun manier eerlijk en zijn het vooral zo vreselijk met elkaar eens.
Sommigen adviseren mij om aan mijn steil te werken en daarmee een ander soort column neer te zetten. Nee zeg, kom effe. Ik blijf bij mijn eigen steil en hoop daar mensen mee te kunnen vermaken zonder de intentie te hebben een echte columnist te zijn.
Ondertussen vermaak ik mij enorm bij het lezen hoe anderen zich in bochten wringen om hun punt in een column duidelijk te maken. Zo’n bochtenwringster reageerde ooit bij mij dat het verhaal te lang is, en vervolgens weer te kort, en dan moest het weer meer to the point waarop ik antwoordde dat ze niet zo moest zeiken en ergens anders moest gaan janken.
Dit was de doodsteek voor mijn schrijversbestaan bij ColumnX. But who cares.

©Prlwytskovsky.