Mijn werkgever schoof twee oprij binten op de laadbak en een tirfor takeltje want daarmee kun je die compressor op je auto trekken. Compressor? Vroeg ik. En hoe werkt dit? Maar schouderophalend draaide hij zich om en liep terug het kantoor in. Mijn opdracht was om op Rotterdam-Heijplaat een compressor te laden en die naar een scheepswerf in Harlingen te brengen.
Mijn DAF had deze week een nieuwe houten vloer gekregen dus zou die compressor er zo wel makkelijk oprollen dacht ik. En een stel nieuwe rongen lagen erbij maar die paste krap in de gaten. Afijn: stophout op de laadbak gegooid en twee stuks van dat oranje bindtouw, want je weet maar nooit dacht ik. Fluitend ging ik op pad.

Op Heijplaat stonden de mensen al te wachten en begonnen te lachen toen ze mij dat tirfortje zagen pakken. “Haha wat ben je daarmee van plan?” Lachte ze.
“Nou, dat ding moet er toch op? Of hebben jullie een ander idee?” Vroeg ik.
“Haha…” Lachten ze weer. “Weet jij wel hoe zwaar dat ding is?” Nee, ik had geen idee.
“8.500kg, en dat wil jij met dat takeltje erop krijgen?”
Ik hoorde ze onder elkaar praten over hoe zij mij konden helpen en de kraanmachinist zei dat als hij de veiligheid eraf haalde dat hij die compressor wel kon tillen. Maar dan alleen optillen en als die op hoogte is moet de chauffeur zijn auto eronder rijden.
Zo gezegd zo gedaan.

De kraan tilde onder het geven van bedenkelijke kraak- en piep geluiden de compressor op tot laadbak hoogte. Ik stuurde mijn auto er netjes onder tot ik  iemand ‘Ho’ hoorde roepen en de compressor door de veiligheid van de kraan zakte en met een doodsmak op de laadbak terecht kwam. Ik werd door mijn stoel tegen het dak aan gelanceerd en stapte verbaasd uit. Lachend personeel knikte mij vriendelijk toe.
“Afbinden hoef je niet meer chauffeur.” Lachten ze. “Hij staat meteen al goed.”
Als ik goed kijk zie ik dat alle vier de wielen van de compressor finaal door de nieuwe laadbak heen zijn gezakt. Sjezes dacht ik, hoe moet ik dat uitleggen als ik terug bij mijn baas kom.

Ondertussen was het al drie uur in de middag en ik moest als de brandweer naar Harlingen. Files waren er gelukkig nog niet en dus kon ik aardig doortrappen met 85km/u, want harder ging dat DAF’ie niet. Richting afsluitdijk dus. Daarna was het nog maar een peulenschilletje om op het losadres te komen. Helaas waren ze daar net met een ploegenwissel bezig. Ik werd met koffie in de kantine gezet en men kwam mij wel halen als de kraanmachinist er was. Het werd 19 uur, het werd 20 uur …. En eindelijk om kwart voor tien ’s avonds werd ik opgehaald. Auto onder de kraan gereden en een sterke kraanarm takelde de compressor van de laadbak af alsof het niets was en zwenkte de andere kant op. Vier grote gaten in mijn nieuwe laadbak achterlatend.

Mode was om dan de baas te bellen voor een retour vrachtje.
“Kom maar terug rijden en bij Amsterdam nog even bellen.” Zei een slaperige stem. Er was geen retourvracht maar wel de vraag om bij Den Haag nog eens te bellen. Ja, me hoela dacht ik en scheurde meteen terug naar Vlaardingen. Lekker me bed in; achter de gebreide broek zogezegd.

Het gesprek wat de volgende dag op het werk met mijn baas volgde, daarvan zal ik jullie de details besparen. Maar dat ik die compressor er niet met dat takeltje op- en af had gekregen vond hij maar raar.
“Er staat toch duidelijk op het label dat het tirfor takeltje maar 2.500 kg kan hebben.” Probeerde ik nog, maar nee: Baas was boos!
“En nou kan ik er wéér een nieuwe vloer in laten maken.” Huilde hij.

Ik liet hem en pakte mijn nieuwe rij opdracht uit het kastje. Een scheepsschroefje laden bij HVO Vlaardingen.
“Ohw en waarheen?”
“Dat hoor je daar wel!”

©Peter Verbeek.