Tags

, , , ,



Het was buiten waterkoud toen ik ’s avonds uit mijn vervoermiddel stapte en naar de ingang van de flat liep. Ik plukte de brievenbus leeg en wilde snel naar binnen maar dat zat me niet mee. Er stond een klein formaat echtpaar aan de deur te morrelen. Zeg maar formaat Piggelmee, en ze kregen de sleutel niet in het slot.
“Zal ik het even proberen?” Vroeg ik, meer uit eigen belang.
“Nee dank u, het lukt ons wel hoor.” Zei het echtpaar, en inmiddels stonden er al vijf personen te wachten die met de lift mee wilden.

Eindelijk ging de liftdeur open en het echtpaartje keek tergend langzaam op de nummerplaat naar welke etage zij moesten en versperde zodoende nogmaals de doorgang naar de lift. Zo te zien waren het nieuwe bewoners of ouders die een kat kwamen voeren. Of het uitgerekend op dit moment zo moest zijn weet ik niet maar wij hoorden in de andere liftschacht een grote doffe klap. Ik ben nooit te beroerd voor een guitige opmerking dus zei ik: “Goh, die andere lift is zeker neergestort?”
Het vrouwtje zag ik nu heel dicht tegen dat mannetje aan kruipen en ze keek mij daarbij heel angstig aan.

“Ik weet nog een paar jaar terug,” Memoreerde ik tegen een bekende buurman, “dat iemand op de dertiende drukte terwijl er maar twaalf etages zijn, en oehhhw: de lift schoot boven het dak uit.”
Nu nam Piggelmee het voor zijn vrouwtje op en vroeg of ik hiermee op wilde houden want ze vonden het echt niet leuk.
“Nou” zei ik: “zelf vind ik het wel humor hebben.” En juist op dat moment stopte de lift op de negende etage; daar waar ik eruit moet.
“U moet toch op de zesde zijn?” Informeerde ik de man nog. De liftdeur gleed dicht en door de kier zag ik de lift nog hoger gaan.

Gniffelend liep ik over de galerij, dit was mijn eerste kwajongensstreek deze week.

©Prlwytskovsky.

Advertenties