Tags

, , ,



Prachtig weer is het vandaag, een weertje om te zoenen. Ik vlieg met mijn zwarte Ferrari-500 over de Scheepvaartweg en bedenk dat ik op dit tijdstip makkelijk even naar mijn buurtsuper kan gaan voor wat kleinigheden zoals appels want die zijn een must voor mijn door mijzelf opgelegde dieet.

Ik scheur op twee wielen de hoek om en ontdek zowaar een parkeerplek in de nabijheid van de ingang van de buurtsuper. Naar Schiedamse maatstaven gemeten een Godswonder.
Geheel toevallig zie ik daar een smakelijke dame lopen, eentje die ik al meerdere keren in dit winkelcentrum had ontmoet zonder dat zij mij zag staan. Zij zet haar tassen stuk voor stuk in de achterbak van haar autootje. Ik loop naar de bloemenzaak, leun met mijn armen op een leeg bloemenrek en bekijk de dame in kwestie tot in detail. Zoals ik deze vrouw eigenlijk sta te verslinden zonder dat ik haar aanraak, vraag ik mij af of er überhaupt vrouwen zijn die dit ook bij mij doen, waar ik geen weet van heb? En wat zouden zij dan denken en waarom zie ik dat nooit?

“Kan je het zien?” Brult de bloemenvrouw in mijn oor. “Je staat haar zowat met je ogen uit te kleden”. Verschrikt kijk ik op naar brulboei. Want laten we wel wezen jongens: ik verkeer toch een beetje in dromenland door deze beauty. De bloemenvrouw gaat zo tekeer dat de dame in kwestie haar hoort en omkijkt wie ze zo uitgemeten kreeg. Lachend slaat zij dit tafereel gade.

Ik sla verder geen acht meer op de tierende bloemenvrouw met haar uitgedroogde uitgroeisels maar loop op mijn waanidee af. Knullig excuseer ik mij en zij moet er om lachen. Wat een beauty als je zo dichtbij haar staat.
“Weet je” Zegt ze: “ik heb jou ook al vaker hier gezien maar jij ziet mij nooit. Bovendien ben ik getrouwd, dus helaas voor jou.”
Ter plekke smelt ik volledig van deze eerlijke bekentenis. Ze stapt in haar voiture ‘tje en rijdt lachend zwaaiend de parkeerplaats af. Het is zo erg met mij gesteld dat ik niet eens weet in welk merk auto zij rijdt of dat ik haar kenteken heb gezien.

Ik draai mij om en loop chagrijnig de bloemenzaak voorbij op weg naar de buurtsuper. Maar wat ging ik ook alweer kopen? Shit, wat was dat nou ook alweer? Het wil mij maar niet te binnen schieten. Helemaal van mijn à propos loop ik doelloos naar de hikwinkel om een fles jenever te kopen want zoiets is altijd handig om achter de hand in huis te hebben. Op de hoek zit een bakker die met reclameborden appelpunten aanprijst en plots wist ik het weer: Appels! Appels mot ik hebbe!!
Langzaam komt alles weer terug in mijn herinnering en ik koop bij de buurtsuper de dingen die ik wilde hebben.

Later die avond adem ik weer normaal.

©Prlwytskovsky.

Advertenties