Tags

, , ,



Hebben jullie dat ook wel eens …… dat je zomaar ineens terugdenkt aan vroeger? Aan je kindertijd? Ik wel! Ik dacht bijvoorbeeld ineens terug aan de begin 50’er jaren, dat ik bij mijn oom Piet en tante Katrien zat en verhalen aan hoorde over Rotterdam van voor de oorlog. En die ome, die kon vertellen joh ….

Ome Piet met zijn broer Lowie en zwager Jan zaten dan bij elkaar rondom de snorrende kolenhaard en verhaalden naar hartenlust over hun jeugd, over hun avonturen in de straten van Rotterdam, vlak achter de Coolsingel; aan het eind van de Hoogstraat. Tante Katrien zat naast de kachel met een koffiemolen tussen haar knieën geklemd; al zwengelend maalde zij de koffiebonen. Als zij klaar was dan mocht ik altijd het bakje leegkiepen. Maar na de koffie moest ik naar bed. Dan mocht in het bed van oom en tante liggen. Destijds noemde zij dat een hemelbed maar als kind vond ik het maar niks.

Ome Jan was kapitein op de binnenvaart, op de Prins Alexander en hij vertelde mij hoe ik een schip op zijn reis kon volgen door in de kranten de scheepvaartberichten te lezen en uit te pluizen. Wat was ik onder de indruk van die mensen, en hoe nieuwsgierig werd ik gemaakt door hun vertelsels. Mijn oom Piet kon niet alleen vertellen maar ook schrijven dat het een lieve lust was. Ik heb nog aanzichtkaarten die door hem zijn geschreven waarop in een paar woorden een heel verhaal wordt verteld. Zijn manier van schrijven was er een van “hou er nooit meer mee op maar please … vertel verder…..”

Één verhaal is mij duidelijk bijgebleven, over een jeugdvriendje van ome Piet. Samen speelden zij in de 20’er jaren in de straten van Rotterdam, onder het spoorviaduct aan het eind van de hoogstraat. Oom Piet en Leo deelden ziel en zaligheid samen. Vreugde en verdriet deelden zij als straatvriendjes, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Totdat de oorlog kwam, dan liep het totaal verkeerd af. Rotterdam werd gebombardeerd en het centrum, waar mijn ome Piet woonde werd plat gegooid. Het contact met Leo was abrupt verbroken en hij zag hem nooit meer terug.

Toen ik opgroeide werd mij duidelijk wie Leo was. Nooit had ik Leo gehoord of gezien maar Leo, als naam, had ondertussen een punt gezet in mijn bestaan; zoals ome Piet ook een onuitwisbare indruk op mij heeft achtergelaten. De woonwijk van oom en tante is op dit moment verpauperd en de figuren die er rondlopen lijken onder invloed te verkeren van een overdosis Boletus-edulis. Eekhoorntjesbrood of in begrijpelijke taal: eetbare paddo’s. Mijn herinnering kreeg bij het zien hiervan een koude douche en ik stond weer met beide benen op de grond.

In het jaar des Heren 2006, spoorde ik Leo op via internet. Ik vind hem en zie verschillende bestanden aan mij voorbij flitsen. Eentje blijft mijn aandacht vasthouden: My Yiddische mama.
Leo Fuld zingt het als of hij het vandaag voor mij zingt. Ik beluister zijn gezang en zie mijn ooms weer rondom de haard zitten en vertellen.

©Prlwytskovsky.

Advertenties