Tags

, , ,



Oud jaar was het. Oudejaarsdag, en oudejaarsavond. Met knallen en knullen die knallen veroorzaken. Totaal ongeïnteresseerd lopen ze door de straat met een zak vol vuurwerk en rotjes.
Afwisselend met een kale kop, petje achterstevoren of een capuchon over zich heen getrokken lopen ze zich te vermaken. Schreeuwend en lachend. Maar wat is hun vermaak eigenlijk?
Soms haalt er eentje een hand uit zijn zak en vanuit een andere hand licht iets op. De hand gooit iets weg en de knullen lopen verder. Even later een knal. Niemand van het groepje kijkt ernaar, of reageert erop. Een zinloze bezigheid lijkt het.

Ondertussen bak ik ze lekker bruin. De oliebollen dus. Zodra ik er eentje kan vasthouden durf ik er pas in te bijten. Vriendin en dochter bestormen mijn kookeiland en vreten onverschrokken de schaal leeg. Dan schep ik de volgende lading op de schaal en ze kunnen er niet van af blijven. Liever een brandblaar dan te moeten wachten, staat op die gezichten te lezen.

Half tien in de avond is het. Aan de overkant zie ik enkele knulletjes vuurwerk afsteken. Acht jaar schat ik ze, beslist niet ouder. Het ene rotje na het andere knalt. Ze werken wel goed samen want de één houdt het rotje vast en de ander steekt het aan. Het rotje wordt weggegooid en ze stappen daarbij twee meter naar achteren. ‘Kan gewoon niets gebeuren’. Zie je ze denken. Een paar tellen later doet hun zevenklapper zijn werk.

“Wil je nog een oliebol?” Vraag ik aan kind.
“Pffff …. Ik heb er al 9 op, nu even wachten hoor.” Zegt ze met een verontwaardigd gezichtje.

Maar om twaalf uur brandt dan eindelijk het echte werk los. Een pracht van een show ontvouwd zich boven Rotterdam en Schiedam, ja zelfs vlak voor me giechel is door tering knallen vergezeld siervuurwerk te zien. Op het mooiste vuurwerk worden wij getrakteerd. Om kwart voor twee lijkt het voorbij en hier en daar gaat nog een vuurpijl de lucht in; een luide knal met nog wat rotjes. Dan wordt het stiller.

Om twee uur hoor ik alleen nog in de verte wat geknal dat eigenlijk geen ‘knal’ meer mag heten. Voordat wij ons ter ruste begeven loer ik nog even over de galerij naar beneden. Er komt een knul aangelopen. Knul draagt een plastic tas. Bij de flat aan de overkant stopt hij en zet zijn tas neer. Hij kijkt schichtig om zich heen en peutert wat in de muur; en pakt nog iets uit zijn tas. Dan zie ik wat vonken en ik verwacht een knal, maar nee: er gebeurd niets. Knul pakt zijn tas op en loopt de hoek om. Nadat hij een paar meter verder is volgt er lichtflits en een erg luide knal. Knul is inmiddels al de hoek van de volgende straat om en uit het zicht verdwenen. Dan volgt nog een tweede luide knal en even later nog één. Dan wordt het stil. Wat is hiervan de gein? Vraag ik mij af, en duik in de reeds voorverwarmde sponde.

68-miljoen is er aan vuurwerk uitgegeven dit jaar. 68-miljoen!!! Los van het mooie sier vuurwerk vind ik het zinloos weggooien van nietszeggende knallende rotjes een totaal geschifte bezigheid. Ik zie het niet anders dan een wegwerpaansteker kopen en deze ter plekke meteen weggooien. Zinlozer kan ik mij het weggooien van rotjes niet voorstellen.

Maar het is weer voorbij. Na een katerrijk ontwaken is het dan eindelijk nieuwjaarsdag.  Het is angstig stil in de buurt en de parkeerplaatsen zijn overvol. Mensen bezoeken elkaar en kinderen bezoeken hun ouders. Zij wensen elkaar alles wat maar wenselijk is. Want zoiets doe je nu eenmaal op nieuwjaarsdag. Nietwaar?
Het hele jaar horen of zien ze die kinderen niet maar met nieuwjaarsdag is de gefingeerde vreugde er niet minder om.

Wij bijten nog eens in een zelf gecreëerde oliebol en nemen een slok van de nieuwjaarsborrel.
Het wordt alweer schemer. Twee mensen hebben mij gebeld met hun welgemeende goede wensen. Die twee zijn wij dankbaar daarvoor. Kerst- en nieuwjaarskaarten van bekende mensen hebben wij er genoeg gehad, met wensen die er niet om liegen. Maar zijn die eigenlijk wel zo gemeend als zij beschreven staan?

Morgen maar snel die hele zooi in de vuilbak kieperen. Opruimen! Weg ermee! Stofzuigen en de herinnering aan 2017 met stofzuigerzak en al in de vuilbak smijten.

Maar dan die ene, die kaart van haar. Ik krijg het niet over mijn hart om die weg te gooien.

©Prlwytskovky.

Advertenties