Tags

, , ,



“Mag ik u een vraag stellen?”  Vraagt een vrouw aan mij als ik mij net op een terras heb neergevlijd en de geur van dampende koffie mijn smaakpapillen al in opperste extase brengt.
“Dat doet u al.” Zeg ik.
“Owwwh-keeej …. dan wil ik u twee vragen stellen.” Roept de vrouw volhardend.
“Dit was dus de tweede vraag. En nu?” Vraag ik haar lachend en ondertussen diep in haar donkerbruine ogen kijkend. Zenuwachtig kijkt de vrouw van haar schrijftableau naar mij en terug. Natuurlijk help ik haar uit de brand; zo ben ik ook weer. Geruststellend spreek ik haar vaderlijk toe dat ik geen belangstelling heb in hetgeen zij mij aan wil smeren, maar beslist eens van gedachten zou willen wisselen over het leven in het algemeen. Het hare en het mijne dan in het bijzonder.

Voorzichtig slurp ik de schuimlaag van mijn zojuist bezorgde koffie, want je weet maar nooit hoe heet het daar onder is. Een jongen is erbij komen zitten en de bediening dribbelt eropaf.
“Ko .. ko .. ko ..” hakkelt de jongen.
“Cola?” Helpt de ober.
“N-nee k-ko .. “
“Ohw koffie?”
“Ah ja k .. ko .. koffie.” En de jongen lijkt zichtbaar opgelucht.
“Wil je er kandijsuiker bij, koffieroom, in een kopje of in een mok; stuk taart erbij?” Vraagt de ober in één adem. De jongen trekt nu allerlei verwrongen gezichten en beweegt daarbij wild met zijn hoofd en armen.
“Téééééring.” Komt er ineens feilloos uit en de ober loopt lachend weg.

Als ik afreken vraag ik de ober waarom hij die jongen over de rooie helpt.
“Kan er niks aan doen maar ik lach me altijd rot als hij zo reageert.”
“Vind je dat niet zielig dan?“ Vraag ik.
“Zielig? Hij komt hier bijna elke dag en elke keer vraag ik hetzelfde aan hem en krijg ik dezelfde reactie.”  Verdedigd de ober zich. “Die knaap werkt in de bloemenwinkel hier tegenover. Als ik daar wat koop dan krijg ik ook altijd een hoop vragen van hem, en eer hij duidelijk heeft gemaakt wat hij bedoeld zijn we een half uur verder.” Klaagt de ober lachend.
Het zal wel denk ik en loop weg, het winkelcentrum in. Nieuwsgierig kijk ik nog een keer om en zie de jongen opstaan en de ober lachend een hand geven.

Nu werd ik op het verkeerde been gezet. Dus ik ben niet de enige plaaggeest?

©Prlwytskovsky.

Advertenties