Tags

, ,


ColumnX
Afijn, zoals jullie in deel-1 hebben kunnen lezen had ik dus een valentijnskaart gekregen van een mij onbekend iemand die mij wel zag zitten, maar die zich vooralsnog niet bekend wenste te maken aan mij. Niet dat ik nu zo nieuwsgierig was dat ik persé wilde weten wie het was, dat niet; maar toch beheerste het mijn denkpatroon.

Gnuivend en handenwrijvend met een smerig lachje om mijn mond bedacht ik snode plannetjes om haar uit haar tent te lokken, wie het ook moge zijn. Een blogster of een buufje is mij om het even. Ik bedankte bijvoorbeeld in het voorbijgaan elke mogelijke vriendin in spé voor haar valentijnskaart. Ook de chat contacten die ik heb verzameld lokte ik op deze manier uit hun tent maar niemand reageerde positief.

Naar de brievenbus ge- rent: leeg! Kijken of er iemand gebeld heeft: niemand! Dan mijn computer opstarten en kijken of er een mailtje is. Nee! Langzaam aan gaf ik de moed op toen zich een vriendin melde op de sociale media. Argeloos vroeg ze of ik nog een Valentijn kaart had gekregen.
“Mwah” blufte ik, “stuk of 7.” Even was het stil waarna ze vroeg of er nog een bijzondere bij zat of een erg leuke.
“Neuuhhh” zei ik, “t’ was allemaal rommel.”
“ROMMEL?” Kraaide ze beledigd.
“Ja” zei ik, “er staat geen koosnaampje of andere tip bij dus ik kan wachten tot ik een ons weeg eer ik weet wie de schrijfsters zijn.”
“Wat doe je er dan mee?” Vroeg ze.
“Ik heb ze allemaal in de vuilbak gedonderd. Wat moet ik anders met die zooi.”
Toen ontstak ze in toorn: “In de vuilnisbak? Heb ik daar zo me best voor gedaan om je adres te achterhalen? Ik heb er ook nog een lekker luchtje opgedaan en dan gooit die gek het zomaar in de vuilnisbak?”
“Hahaha gefopt.” Lachte ik: “Dus jij bent het!”

Pisnijdig was ze dat ik zo reageerde maar vooral dat zij erin was getuind. Hoe ik ook probeerde te zeggen dat ik haar kaart netjes op tafel had liggen in afwachting van …, maar niets hielp meer om haar tot de orde te roepen.

Ik ondernam nog één zoetgevooisde poging om haar te lijmen door te zeggen dat ik flinterdunne flensjes voor haar zou bakken gelardeerd met rozijntjes, bestrooid met poedersuiker en met een klontje roomboter in het midden. Gedrenkt in inmaakbrandewijn, dat wel, want ik moet wel op mijn budget letten met die drankprijzen van tegenwoordig. Maar nee: ik had het nu echt verbruikt bij haar. Ze wilde mij best eens zien maar had voorlopig geen tijd voor mij. Ja, ergens in 2025 had ze nog een plekje vrij in haar balboekje.

Sip zit ik met lege handen naar haar kaart te kijken. En dat klereding ruikt zo lekker.

©Prlwytskovsky.

Advertenties